Inleiding
Defensie voert regelmatig oefeningen uit om de combatsupport (CS) en combat service support (CSS) in het landdomein te versterken. Deze oefeningen zijn essentieel om de slagkracht en operationele ondersteuning van de Nederlandse krijgsmacht te verhogen, vooral tegenover moderne dreigingen zoals drones en raketten. Deze oefeningen worden vaak in samenwerking met NAVO-bondgenoten uitgevoerd, zoals bij de grote NAVO-oefening Joint Project Optic Windmill (JPOW), die in maart 2025 plaatsvond op de Luitenant-generaal Bestkazerne in Vredepeel. Deze trainingen zijn vaak digitaal georiënteerd, waardoor de impact op de omgeving en burgers beperkt blijft. In dit artikel wordt ingegaan op de diverse oefeningen die door Defensie worden uitgevoerd, waarbij zowel de fysieke en mentale voorbereiding van het militaire persoonlijke centraal staat, evenals de infrastructuur die nodig is voor deze complexe oefeningen.
Defensie en de noodzaak van oefeningen
De rol van Defensie in de bescherming van het land en de samenwerking binnen NAVO is essentieel. Tegenwoordig, met de toegenomen dreiging van hybride oorlogvoering, is het van belang dat de krijgsmacht niet alleen goed getraind is, maar ook samenwerkt met bondgenoten. Dit betekent dat oefeningen vaak op grote schaal plaatsvinden, met betrokkenheid van eenheden op niveau 4 (compagnie) en hoger. Deze oefeningen zijn cruciaal om de operationele samenwerking tussen land-, lucht- en marinestrijdkrachten te versterken.
Een voorbeeld hiervan is de oefening JPOW, waarin NAVO-lidstaten samen trainen om luchtdreigingen te bevechten. Deze trainingen worden doorgaans digitaal uitgevoerd, waardoor het gebruik van wapens beperkt blijft. Defensie benadrukt dat dit soort oefeningen op dit moment hard nodig is, gezien de recente conflicten waarin drones en raketten een serieuze dreiging vormen. Door middel van JPOW wordt geoefend met het koppelen van diverse verdedigingssystemen, zodat deze systemen naadloos samenwerken in geval van een echte luchtdreiging.
Infrastructuur en logistiek
Oefeningen op grote schaal vergen niet alleen een goed getrainde en mentaal sterk legerpersoneel, maar ook een adequate infrastructuur. Defensie heeft behoefte aan centraal gelegen kazernes, zoals de locatie Zeewolde-Spiekweg, om de groei en concentratie van ondersteunende eenheden te bevorderen. Deze locaties zijn vaak in de buurt van bestaande oefenterreinen of worden gekoppeld aan nieuwe terreinen, die toekomstige groei van de landmacht kunnen ondersteunen.
Bijvoorbeeld, om het vervoeren van militair materieel per spoor te verbeteren, is uitbreiding van raccordementen vereist. De huidige capaciteit is niet toereikend voor de toename van oefeningen en inzet van eenheden die per spoor verplaatsen. Het uitbreiden van raccordementen in zoekgebied C is daarom een onderdeel van het voorkeurspakket. Deze locatie biedt voldoende ruimte voor het tijdelijk plaatsen van materieel en is gunstig vanuit een militair perspectief, omdat het direct naast het spoor ligt.
Daarnaast zijn er oefenterreinen die specifiek zijn aangewezen voor helikopterlanden. Defensie heeft 32 oefenterreinen benoemd, waarvan de meeste een beperkt aantal landingen per jaar toestaan. Deze aantallen zijn bepaald met het oog op geluidshinder en de wettelijke normen voor omwonenden. De keuze van deze locaties is niet willekeurig, maar gebaseerd op militaire noodzaak en milieuoverwegingen.
Training en certificering van militair personeel
Niet alleen het vervoer en het oefenen op terreinen zijn belangrijk, ook de opleiding en certificering van het militaire personeel vormt een kernaspect van de Defensie-strategie. In de regio Eindhoven is een Integraal Beroepsvaardigheid Training (IBT)-centrum nodig om het (gewapend) personeel van de Koninklijke Marechaussee en de DBBO gecertificeerd te houden voor inzet. Deze faciliteiten worden gezocht op bestaand Defensieterrein, zoals het mobilisatiecomplex Veldhoven. Door middel van IBT zorgen ze ervoor dat het personeel op de hoogte is van de nieuwste technieken en protocollen, zodat ze effectief kunnen optreden in situaties van crisis.
Militaire sportfaciliteiten en recreatie
Oefenen en trainen is niet alleen een kwestie van gevechtsvoering of logistiek, maar ook een kwestie van fysieke conditie en mentale weerbaarheid. Daarom zijn er op defensieterreinen sportfaciliteiten aanwezig. Deze faciliteiten zijn niet alleen bedoeld voor militair personeel, maar ook voor burgersportverenigingen die onder voorwaarden toegang kunnen krijgen. Activiteiten zoals trimmen, hardlopen en fietsen zijn toegestaan, zolang deze activiteiten geen nadelig effect hebben op de natuurwaarden of militaire toepassingen.
Daarnaast zijn er specifieke delen van defensieterreinen waar sport- en spelactiviteiten op een georganiseerde manier mogelijk zijn, zoals veldlopen, oriëntatielopen, wandel- en fietsvierdaagsen. Deze activiteiten vallen echter niet onder de algemene voorwaarden voor openstelling en vereisen daarom toestemming. Voor activiteiten buiten de paden is altijd een vergunning nodig. Ook het vliegen met enkeldraads vliegers is alleen toegestaan op aangewezen delen van defensieterreinen.
Samenwerking en internationale oefeningen
De Nederlandse krijgsmacht is sterk afhankelijk van samenwerking met bondgenoten, omdat het niet altijd mogelijk is om op grote schaal binnen Nederland te oefenen. Ongeveer de helft van al haar activiteiten vindt al buiten de grenzen van Nederland plaats. Vliegers worden bijvoorbeeld vrijwel volledig in de VS opgeleid, de landmacht werkt nauw samen met NAVO-bondgenoten in Duitsland en is actief in de Baltische staten, terwijl de marine vrijwel wereldwijd actief is.
Oefeningen die in het buitenland plaatsvinden, vormen ook een belangrijk deel van de training. Meer dan de helft van alle marinierseenheden en 60% van de vlooteenheden oefenen in het buitenland. De landmacht voert 60% van haar oefenmandagen in het buitenland uit en 40% van alle vlieguren van de luchtmacht vindt daar plaats. Deze internationale samenwerking is essentieel om de kracht van de Nederlandse krijgsmacht te versterken en haar operationele mogelijkheden te uitbreiden.
Conclusie
Defensie oefent op verschillende manieren om de slagkracht en operationele ondersteuning van het landdomein te versterken. Deze oefeningen worden vaak in samenwerking met NAVO-bondgenoten uitgevoerd, zoals bij de oefening JPOW, waarin NAVO-lidstaten en bevriende naties samen trainen om luchtdreigingen te bevechten. De infrastructuur en logistiek zijn cruciale aspecten van deze oefeningen, evenals de fysieke en mentale voorbereiding van het militaire personeel. Door middel van IBT-centra en sportfaciliteiten wordt zorggedragen voor de beroepsvaardigheid en gezondheid van het personeel. De samenwerking met bondgenoten en oefenen in het buitenland zorgen ervoor dat de Nederlandse krijgsmacht goed voorbereid is op moderne oorlogvoering en kan bijdragen aan de veiligheid van Europa.