Bij Developmental Coordination Disorder (DCD) zijn kinderen vaak minder goed in het uitvoeren van bewegingen of in het leren van nieuwe motorische vaardigheden vergeleken met kinderen van dezelfde leeftijd. Deze stoornis kan verschillende aspecten van het dagelijks leven beïnvloeden, van het aankleden tot het schrijven op school. Gelukkig is er veel te doen om de motorische vaardigheden van kinderen met DCD te verbeteren, en daarmee ook hun zelfvertrouwen en dagelijkse functionering. In dit artikel bespreken we een aantal doeltreffende oefeningen en tips die u als ouder kunt toepassen thuis om uw kind te ondersteunen.
Wat is DCD?
DCD staat voor Developmental Coordination Disorder, een motorische ontwikkelingsstoornis waarbij kinderen moeite hebben met het coördineren van bewegingen. Dit kan zich uiten in problemen met zowel grove als fijne motoriek. Voorbeelden zijn het moeizaam leren fietsen, het niet precies uitvoeren van schrijftaken of het moeilijk vangen van een bal.
Het is belangrijk om te weten dat DCD vooral op jonge leeftijd merkbaar is, maar vaak pas later officieel wordt gesteld. Meestal merken ouders of leerkrachten op dat het kind moeite heeft met activiteiten die motorische vaardigheden vereisen. Ondertussen kan het kind ook problemen ondervinden op school, bij sporten of bij het omgaan met vriendjes.
Een belangrijk aspect van DCD is dat het vooral gerelateerd is aan het leren en uitvoeren van bewegingen. Dit betekent dat kinderen met DCD vaak niet alleen fysiek minder goed presteren, maar ook meer moeite hebben met het plannen en uitvoeren van bewegingen.
Waarom Thuis Oefenen?
Oefenen op school of in de klas is belangrijk, maar oefenen thuis speelt ook een cruciale rol. Thuis is het kind vaak rustiger en minder zenuwachtig, wat betere leerresultaten kan opleveren. Bovendien kan het kind hier gerichter oefenen zonder externe afleidingen.
Oefenen thuis draagt bij aan de verbetering van zowel grove als fijne motoriek. Door herhaling en positieve feedback te geven, helpt u uw kind zichzelf vertrouwen op te bouwen in het uitvoeren van taken die vroeger lastig of zelfs frustrerend waren. Dit is essentieel voor de emotionele en sociale ontwikkeling van het kind.
Oefeningen voor de Grove Motoriek
De grove motoriek gaat over grotere bewegingen, zoals lopen, rennen, fietsen, springen of bal gooien. Deze vaardigheden zijn vaak nodig voor schoolactiviteiten, sport en recreatie. Hieronder vindt u een aantal oefeningen die u thuis kunt uitvoeren om de grove motoriek te stimuleren.
1. Lopen en rennen oefenen
Vraag uw kind om op verschillende manieren te lopen of rennen. Dit kan bijvoorbeeld zijn: - Normaal lopen - Langzaam lopen - Snel lopen - Op de ballen lopen - Op de tenen lopen
Ook kunt u vragen of uw kind snel kan lopen naar school, maar tegelijkertijd ook langzaam kan fietsen zonder om te vallen. Dit helpt bij het verbeteren van balans en coördinatie.
2. Gooien en vangen
Gebruik een zachte bal om het gooien en vangen te oefenen. Begin met een korte afstand en maak het iets lastiger door de bal in de lucht te gooien of de afstand te vergroten. U kunt ook oefenen om de bal met de andere hand te vangen of met de voeten te rollen.
3. Springen en klauteren
Gebruik een mat of een zachte vloer om springoefeningen te doen. U kunt bijvoorbeeld vragen om: - Op één been springen - Van een kist springen - Over obstakels springen
Klauteren op een trapeze of een klimrek kan ook helpen bij het verbeteren van de grove motoriek. Dit stimuleert de coördinatie van armen en benen en versterkt ook spieren.
4. Fietsen en fietsen oefenen
Als uw kind al op de fiets kan rijden, laat het dan oefenen op verschillende ondergronden en met verschillende snelheden. U kunt ook vragen of het kind de fiets met de handen los kan laten of met één hand kan rijden. Dit helpt bij het verbeteren van balans en coördinatie.
Oefeningen voor de Fijne Motoriek
Fijne motoriek gaat over kleine bewegingen van de handen en vingers, zoals knopen strikken, schrijven of het gebruiken van een lepel. Deze vaardigheden zijn vaak essentieel voor het op eigen houtje uitvoeren van dagelijkse taken.
1. Knopen strikken
Oefen met het strikken van knopen op schoenen, handschoenen of jasjes. U kunt dit doen door een touw of een breiwerk te gebruiken. Vraag uw kind om het zo strak mogelijk of juist zo los mogelijk te doen. Dit helpt bij het verbeteren van de coördinatie van de vingers en het uitvoeren van precieze bewegingen.
2. Schrijven en tekenen
Oefen schrijven op een manier die uw kind prettig vindt. Gebruik eventueel een dikkere potlood of balpen om schrijven makkelijker te maken. U kunt ook schrijfoefeningen doen op een speciale schrijfblad of met een schrijfapparaat dat extra grip biedt.
Tekenboeken of kleuroefeningen kunnen ook helpen bij het verbeteren van de fijne motoriek. Laat uw kind tekenen van figuren of patronen, of laat het kleuren in lijnen die dicht op elkaar staan.
3. Gebruik van handen en vingers
Oefen het gebruiken van de handen en vingers door bijvoorbeeld: - Een sjaal of een lap om te vouwen - Met een lepel of mes te eten - Een klok of horloge te lezen - Kleine voorwerpen op te rapen (bijvoorbeeld knopen, lucifers of lego’s)
Dit helpt bij het verbeteren van de coördinatie van vingers en handen en versterkt de spieren die nodig zijn voor fijne motorische vaardigheden.
4. Vingerkracht oefenen
Gebruik een spongetje of een zachte bal om vingerkracht te oefenen. Laat uw kind het spongetje indrukken of de bal knijpen. U kunt ook een klein touw of een rubberen band gebruiken om de vingers en handen te strekken.
Oefeningen met Feedback en Herhaling
Feedback en herhaling zijn essentieel bij het leren van motorische vaardigheden. Zorg ervoor dat uw kind positieve feedback krijgt wanneer het een oefening goed doet. Dit helpt bij het opbouwen van zelfvertrouwen.
Gebruik ook herhaling. Oefen dezelfde bewegingen op verschillende manieren en op verschillende momenten. Zo leert het kind de vaardigheid beter en begint het zichzelf beter te vertrouwen in het uitvoeren van taken.
Oefenen met Bewegingscontrasten
Een handige methode is het oefenen met bewegingscontrasten. Vraag uw kind bijvoorbeeld: - Het hard of zacht te doen - Snel of langzaam te bewegen - Links of rechts te doen
Dit helpt bij het verbeteren van de controle over bewegingen en het verhogen van het bewustzijn van het lichaam in de ruimte.
Samen Oefenen
Oefenen is doeltreffender als het in groep of gezelschap gebeurt. Zorg ervoor dat uw kind oefent met andere kinderen of met u als ouder. Dit maakt het prettiger en het kind voelt zich ondersteund.
U kunt ook een oefengroep aanmaken of uw kind inschrijven bij een kinderfysiotherapeut of kinderergotherapeut. Zij kunnen gerichte oefeningen aanbieden die afgestemd zijn op de hulpvraag van uw kind.
Conclusie
DCD is een motorische ontwikkelingsstoornis die zich uit in moeite met het uitvoeren of leren van bewegingen. Door gerichte oefeningen te doen thuis, kunt u uw kind ondersteunen bij het verbeteren van zowel grove als fijne motoriek. Oefeningen met feedback, herhaling en bewegingscontrasten kunnen een grote impact hebben op de ontwikkeling van uw kind.
Hoewel DCD een uitdaging is, is het belangrijk om te onthouden dat oefening helpt. Door het kind te stimuleren en positieve ervaringen te geven, kunt u helpen bij het opbouwen van zelfvertrouwen en het verbeteren van de dagelijkse functionering.
Bronnen
- BijzonderBrein: DCD en dyspraxie – 5 spelletjes om motoriek te oefenen bij autisme
- Spelen met Gedrag: Onderwijs in bewegen – DCD cursus
- Thuisarts.nl: Mijn kind heeft DCD
- Kinderfysiotherapie Hidding: Oefengroepen voor kinderen met DCD
- Gedragsproblemen in de klas: DCD
- American Psychiatric Association. Neurodevelopmental disorders. DSM-5, 2013.
- Blank et al. International clinical practice recommendations on DCD, 2019.
- Barnett & Prunty. Handwriting difficulties in DCD. 2021.
- Pica. Movement ABC2-NL, 2010.