Differentiële kostprijsberekening in de praktijk: oefeningen en toepassing

In de wereld van het ondernemen is het begrijpen van kostprijsberekeningen essentieel om winstgevend te blijven en beslissingen te nemen op basis van feiten. Een van de methoden die regelmatig wordt toegepast, is de differentiële kostprijsberekening. Deze methode helpt bijvoorbeeld bij het nemen van beslissingen over incidentele orders of het aanpassen van verkoopprijzen in specifieke situaties. In deze artikel zullen we deze methode in detail bespreken, oefeningen uitwerken en uitleggen in welke situaties deze methode het meest nuttig is. We zullen ons baseren op de gegevens uit betrouwbare bronnen en geven concrete voorbeelden, waaronder een cateraar die geconfronteerd wordt met een incidentele bestelling.

Wat is differentiële kostprijsberekening?

De differentiële kostprijsberekening is een methode om de kostprijs van een incidentele order te bepalen. Bij deze methode worden niet alle kosten meegenomen, zoals bij de integrale kostprijsberekening. In plaats daarvan worden enkel de variabele kosten en eventuele extra kosten in rekening gebracht. Dit is van belang wanneer er sprake is van een extra order die binnen de beschikbare capaciteit valt en waarbij vaste kosten dus niet extra worden gecreëerd.

Wanneer wordt deze methode gebruikt?

De differentiële kostprijsberekening is toepasbaar in de volgende situaties:

  • Eenmalige incidentele orders: orders die niet regelmatig voorkomen en bovendien binnen de bestaande productiecapaciteit vallen.
  • Geen extra kosten voor vaste middelen: bijvoorbeeld geen extra personeel of apparatuur nodig.
  • Geen risico op prijsdiscriminatie: incidentele klanten moeten niet in contact komen met reguliere klanten om te voorkomen dat laatstgenoemde zich gediscrimineerd voelen.

De voorwaarden voor toepassing

Hoewel de differentiële kostprijsberekening handig is, zijn er drie belangrijke voorwaarden die moeten worden nageleefd:

  1. Eenmaligheid van de order: het moet een incidentele bestelling zijn. Reguliere orders vereisen doorgaans een integrale kostprijsberekening.
  2. Capaciteitscheck: de order moet binnen de huidige productiecapaciteit liggen. Dit betekent dat er geen extra investeringen nodig zijn in vaste middelen.
  3. Geen prijsdiscriminatie: incidentele orders mogen niet leiden tot klachten bij reguliere klanten over hogere prijzen. De klant die de incidentele order plaatst, moet dus niet in contact komen met reguliere klanten.

Differentiële kostprijsberekening versus integrale kostprijsberekening

Het is belangrijk om te weten dat de differentiële kostprijsberekening niet gelijk staat aan de integrale kostprijsberekening. In de integrale methode worden alle kosten meegenomen, zowel vaste als variabele. In de differentiële methode worden slechts de variabele kosten en eventuele extra kosten meegenomen. Dit maakt de methode geschikt voor specifieke situaties waarin het doel is om een order aan te nemen tegen een lagere prijs, maar niet verliesgevend.

Een vergelijking met prijsdifferentiatie helpt dit te verduidelijken. Bij prijsdifferentiatie worden verschillende prijzen voor hetzelfde product of dienst aangemaakt, afhankelijk van de klantgroep of het aangeboden productniveau. Denk bijvoorbeeld aan het verschil tussen economy class en business class op een vliegtuig. In de differentiële kostprijsberekening gaat het echter om eenmalige orders en incidentele situaties.

Voorbeeld: Cateraar en incidentele order

Laten we een concreet voorbeeld bekijken om te illustreren hoe de differentiële kostprijsberekening in de praktijk werkt. Dit voorbeeld is gebaseerd op gegevens uit betrouwbare bronnen.

Een cateringbedrijf heeft normaal gesproken de volgende kostprijsstructuur voor een broodje kroket:

  • Inkoopkosten per broodje: € 0,70
  • Opslag vaste kosten: 100% van de inkoopkosten = € 0,70
  • Kostprijs: € 1,40
  • Winstopslag: 25% = € 0,35
  • Verkoopprijs: € 1,75

Het cateringbedrijf krijgt een aanvraag voor een incidentele order: 200 broodjes kroket voor € 1,00 per broodje. De klant wil deze bestelling exclusief BTW betalen.

De cateraar heeft voldoende capaciteit om de bestelling te verwerken. De vaste kosten zijn reeds gedekt door reguliere verkoop. Echter, er zijn extra kosten:

  • Energiekosten voor het bakken van de kroketten: € 10
  • Afleverkosten: € 0 (niet vermeld, dus verder geen extra kosten)

De extra kosten per broodje zijn dus:
€ 10 / 200 = € 0,05

Bij toepassing van de differentiële kostprijsberekening worden alleen de variabele kosten en eventuele extra kosten meegenomen:

  • Inkoopkosten per broodje: € 0,70
  • Extra kosten per broodje: € 0,05
  • Differentiële kostprijs: € 0,75

De klant wil echter slechts € 1,00 per broodje betalen. Dit is hoog genoeg om de variabele en extra kosten te dekken. Bovendien is er ruimte voor een winstmarge van 20%:

  • € 0,75 × 20% = € 0,15
  • Verkoopprijs met winstmarge: € 0,75 + € 0,15 = € 0,90

Omdat de klant bereid is te betalen voor € 1,00, is er ruimte voor winst en dus is het besluit om de order aan te nemen verstandig.

Oefeningen met differentiële kostprijsberekening

Om dit begrip verder te verduidelijken, presenteren we enkele oefeningen die je kunt gebruiken om je kennis van de differentiële kostprijsberekening te testen. Deze oefeningen zijn gebaseerd op gegevens uit betrouwbare bronnen.

Oefening 1

Een verpakkingsbedrijf ontvangt een aanvraag voor een incidentele order van 500 dozen. De normale kostprijs per doos is € 3,00, waarvan € 1,50 variabele kosten en € 1,50 vaste kosten. De klant wil de dozen voor € 2,00 per stuk.

Extra kosten bij deze order zijn € 75 in totaal.

Vraag: Moet het bedrijf deze order aanvaarden?

Oplossing:

  • Variabele kosten per doos: € 1,50
  • Extra kosten per doos: € 75 / 500 = € 0,15
  • Differentiële kostprijs: € 1,65
  • Verkoopprijs: € 2,00
  • Winst per doos: € 0,35

Conclusie: Het bedrijf zou de order kunnen aanvaarden, aangezien de verkoopprijs boven de differentiële kostprijs ligt en er winst is.


Oefening 2

Een machinefabrikant ontvangt een aanvraag voor 200 eenheden van een specifieke machine. De normale verkoopprijs is € 200 per machine. De klant wil echter slechts € 120 per machine betalen.

De variabele kosten per machine zijn € 80. Daarnaast zijn er extra kosten van € 100 in totaal voor de productie van deze incidentele order.

Vraag: Moet het bedrijf de order aanvaarden?

Oplossing:

  • Variabele kosten per machine: € 80
  • Extra kosten per machine: € 100 / 200 = € 0,50
  • Differentiële kostprijs: € 80,50
  • Verkoopprijs: € 120
  • Winst per machine: € 39,50

Conclusie: Het bedrijf zou de order kunnen aanvaarden, aangezien de verkoopprijs boven de differentiële kostprijs ligt en er winst is.


Oefening 3

Een productiebedrijf ontvangt een incidentele order van 100 producten. De normale verkoopprijs is € 15 per stuk. De klant wil slechts € 9 per stuk betalen.

De variabele kosten per product zijn € 7. Daarnaast zijn er extra kosten van € 200 in totaal.

Vraag: Moet het bedrijf deze order aanvaarden?

Oplossing:

  • Variabele kosten per product: € 7
  • Extra kosten per product: € 200 / 100 = € 2
  • Differentiële kostprijs: € 9
  • Verkoopprijs: € 9
  • Winst per product: € 0

Conclusie: Het bedrijf zou de order kunnen aanvaarden, aangezien de verkoopprijs gelijk is aan de differentiële kostprijs. Er is geen winst, maar ook geen verlies. Aangezien de order binnen de beschikbare capaciteit valt, is het verstandig om de order aan te nemen.


Toepassing in het bedrijfsleven

De differentiële kostprijsberekening wordt niet alleen gebruikt in de context van incidentele orders. Ook in andere situaties, zoals het evalueren van investeringen, het beoordelen van de rentabiliteit van een dienst of het nemen van beslissingen over de productiecapaciteit, is deze methode van toepassing.

Bijvoorbeeld: een bedrijf overweegt het opnemen van een extra product in zijn portefeuille. De differentiële kostprijsberekening kan helpen om vast te stellen of de inzet van dit product extra inkomsten oplevert of juist extra kosten maakt.

Risico’s en beperkingen

Hoewel de differentiële kostprijsberekening een handig hulpmiddel is, zijn er ook beperkingen:

  • Geen rekening met vaste kosten: dit maakt de methode niet geschikt voor langdurige of regelmatige orders.
  • Risico op prijsdiscriminatie: als incidentele klanten lage prijzen krijgen, kunnen reguliere klanten zich gediscrimineerd voelen.
  • Geen rekening met indirecte kosten: bijvoorbeeld marketing, logistiek of administratie, kunnen worden over het hoofd gezien.

Daarom is het belangrijk om de differentiële kostprijsberekening niet als de enige methode te gebruiken, maar als aanvullend instrument op de integrale kostprijsberekening en andere analytische methoden zoals break-even-analyse of activity-based costing.

Conclusie

De differentiële kostprijsberekening is een waardevolle methode in de bedrijfseconomie, vooral bij het beoordelen van incidentele orders. Ze helpt om beslissingen te nemen op basis van variabele kosten en eventuele extra kosten, zonder rekening te houden met vaste kosten die al zijn gedekt via reguliere verkoop.

De methode is toepasbaar onder bepaalde voorwaarden, zoals de eenmaligheid van de order, de capaciteitscheck en het vermijden van prijsdiscriminatie. In praktijkvoorbeelden zoals die van de cateraar of de verpakkingsfabrikant, zien we hoe deze methode kan leiden tot winstgevende beslissingen.

Toch is het belangrijk om de methode niet te overtreffen of te gebruiken in situaties waarin andere berekeningsmethoden beter zijn toepasbaar. Door een goed begrip van de differentiële kostprijsberekening en haar toepassing, kunnen ondernemers en managers informatie-gebaseerde beslissingen nemen die het bedrijf in de juiste richting leiden.

Bronnen

  1. Differentiële kostprijscalculatie: Oefening
  2. Integrale en differentiële kostprijs berekenen
  3. Differentiële kostprijsberekening
  4. Kostprijsberekening
  5. Vt Dimensie

Gerelateerde berichten