Beweging en fysieke activiteit zijn essentieel voor het behoud en verbeteren van fysieke en mentale gezondheid. Voor mensen met longaandoeningen zoals COPD of kanker kan het echter ingewikkeld zijn om veilig te trainen. Oefeningen moeten zorgvuldig worden afgestemd op de individuele conditie, medische geschiedenis en risico’s. In dit artikel bespreken we de fysiologische basis van longoefeningen, de richtlijnen voor veilig trainen, mogelijke contra-indicaties, en hoe oefentherapie kan worden georganiseerd en geïndividualiseerd.
Introductie
Oefeningen gericht op de longen en ademhalingssysteem zijn belangrijk om longcapaciteit, fysieke toren, en zelfvertrouwen te verbeteren. Voor patiënten met chronische obstructieve longziekte (COPD) of voor mensen met kanker en gerelateerde complicaties is het essentieel om een veilige, gecontroleerde aanpak te hanteren. Ondersteuning van medische en fysiotherapeutische professionals is hierbij cruciaal. De richtlijnen van het KNGF (Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie), NHG (Nederlands Huisartsen Genootschap), en internationale standaarden zoals van de American College of Sports Medicine (ACSM) bieden richtlijnen voor het veilig uitvoeren van fysieke training bij deze populaties.
Fysiologie van ademhaling en inspanning
Ademhaling is een fysiologisch proces dat essentieel is voor het leveren van zuurstof aan de cellen en het verwijderen van koolstofdioxide. Bij inspanning stijgt het zuurstofverbruik, wat betekent dat de ademhalingssystemen harder moeten werken. Voor mensen met COPD of kanker kan dit proces aanzienlijk beperkt zijn. De inspanning leidt tot kortademigheid, vermoeidheid, en een verhoogde risico op complicaties. Het begrijpen van deze fysiologische mechanismen is essentieel bij het ontwerpen van oefenprogramma’s die veilig en effectief zijn.
Inspanningsbeperkingen
Inspanningsbeperkingen zijn vaak gerelateerd aan beperkte longcapaciteit, verminderde fysieke toren, of medische complicaties. De inspanningsdiagnostiek, inclusief ademgasanalyse, kan hierbij helpen om de aard van de beperking te bepalen. Zoals aangegeven in de richtlijn van het Vereniging voor Sportgeneeskunde, is inspanningsdiagnostiek nuttig bij patiënten met angst voor inspanning of bij onduidelijke klachten. Het resultaat kan leiden tot een persoonlijk afgestemd oefenprogramma.
Veilig trainen bij kankerpatiënten
Oefeningen voor mensen met kanker of na kankerbehandeling worden steeds vaker aanbevolen. De richtlijnen van de KNGF en internationale organisaties zoals het American College of Sports Medicine (ACSM) en de NCCN (National Comprehensive Cancer Network) bepalen welke voorzichtigheden genomen moeten worden.
Risicobeoordeling
De NCCN richtlijnen beschrijven een risicobeoordeling voor negatieve gevolgen van fysieke activiteit bij kankerpatiënten. Deze beoordeling is opgedeeld in drie categorieën:
- Geen significante comorbiditeiten – Voor deze groep zijn de algemene aanbevelingen voor bewegen van toepassing.
- Perifere neuropathie, artritis, musculoskeletale problemen, botgezondheid en lymfoedeem – Voor deze groep zijn aanpassingen aan de oefeningen nodig, vaak onder supervisie van een opgeleide zorgverlener.
- Geschiedenis van longoperatie, grote buikoperatie, stoma, cardiopulmonale comorbiditeit, ondervoeding, vermoeidheid, verslechterende gezondheid, ataxie, of vermindering in mobiliteit – Voor deze groep is een medisch onderzoek en verwijzing naar een specialist aan te raden.
Internationale richtlijnen
De International Bone Metastases Exercise Working Group heeft in 2022 aanbevelingen gedaan voor het trainen van patiënten met botmetastasering. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op wetenschappelijke literatuur, klinische ervaring en consensus tussen experts. Het identificeren van mensen met een verhoogd risico op botcomplicaties vereist een complexe inschatting van drie domeinen: letselgerelateerde risico’s, medische risico’s en functionele beperkingen. In deze situaties is maatwerk essentieel om veilig te trainen.
Voorbeelden van oefeningen
Oefeningen voor kankerpatiënten moeten afgestemd zijn op de fysieke toren en eventuele complicaties. Voor patiënten zonder ernstige comorbiditeiten kunnen lichte cardio-oefeningen zoals wandelen, fietsen of lichte stepperoefeningen worden aangeraden. Voor patiënten met beperkte mobiliteit of pijn zijn oefeningen met gewichten of therapeutisch oefenen onder begeleiding essentieel. De KNGF-richtlijn Oncologie benadrukt het belang van individuele beoordeling en aanpassing van oefeningen.
Aanbevelingen van KNGF
De KNGF-richtlijn Oncologie (2022) geeft praktische richtlijnen voor oefentherapie bij kankerpatiënten. Het benadrukt dat het aanpassen van oefeningen op basis van medische afwijkingen essentieel is. Bijvoorbeeld bij patiënten met perifere neuropathie of botproblemen is het verhoogde valrisico een belangrijk overweging. In zulke gevallen is het aanbevolen om te werken met een fysiotherapeut of oefentherapeut die ervaring heeft met deze populatie.
Veilig trainen bij COPD-patiënten
COPD is een chronische longziekte die leidt tot beperkte ademhaling en verminderde fysieke toren. Voor deze groep patiënten is bewegen een essentieel onderdeel van de behandeling. De NHG-standaard en KNGF-richtlijn COPD geven richtlijnen voor het veilig uitvoeren van oefeningen.
Aanbevelingen voor oefentherapie
Volgens het Zorginstituut moet oefentherapie voor COPD-patiënten onder supervisie van een fysiotherapeut of oefentherapeut plaatsvinden. Het aantal sessies per patiënt varieert afhankelijk van de ernst van de COPD:
- Groep A (lage ziektelast) – 5 sessies in het eerste jaar.
- Groep B (verhoogde ziektelast, stabiel) – 27 sessies in het eerste jaar.
- Groep C en D (ernstige COPD) – tot 70 sessies in het eerste jaar, afhankelijk van de individuele prognose.
De NHG-standaard benadrukt het belang van een individuele aanpak, waarbij de patiënt wordt gecontroleerd op klachten, behandelingstrouw, en ademhalingstechniek. Het is ook aan te raden om een longaanval-actieplan op te stellen, waarin het doel is longaanvallen te voorkomen of vroegtijdig te herkennen.
Medische overwegingen
Bij COPD-patiënten is het belangrijk om rekening te houden met mogelijke medische complicaties. Zo kan een longaanval bijvoorbeeld leiden tot een tijdelijke beperking van fysieke activiteit. In zulke gevallen is het aan te raden om contact op te nemen met een arts of fysiotherapeut voor aanpassing van het oefenprogramma. Ook het gebruik van luchtwegverwijders, zoals LAMA of LABA, is onderdeel van de langdurige behandeling van COPD-patiënten.
Rol van de fysiotherapeut
De rol van de fysiotherapeut bij COPD-patiënten is essentieel. De therapeut kan het oefenprogramma aanpassen aan de individuele behoeften van de patiënt, medische beperkingen in ogenschouw nemen, en de patiënt ondersteunen bij het hanteren van klachten zoals kortademigheid. De NHG-standaard benadrukt dat het aanbevolen is om COPD-patiënten aan te verwezen naar een fysiotherapeut, vooral bij groepen C en D.
Contra-indicaties en veiligheid
Niet iedereen is geschikt voor intensieve oefeningen. Er zijn contra-indicaties die moeten worden gecontroleerd voordat iemand kan starten met een oefenprogramma. De richtlijn Hartrevalidatie van de NVVC (Nederlandse Vereniging voor Cardiologie) en KNGF geeft een lijst van contra-indicaties voor fysieke training:
- Koorts
- Slecht gereguleerde diabetes
- Ernstige anemie
- Andere niet-cardiale aandoeningen die fysieke inspanning tijdelijk beperken
De ACSM richtlijn benadrukt ook dat er onzekerheid is over de veiligheid van oefeningen bij patiënten met osteoporose of botmetastasen. Meer onderzoek is nodig om duidelijke richtlijnen te formuleren voor deze groep patiënten. In zulke gevallen is het aan te raden om medische begeleiding te zoeken en eventueel inspanningsdiagnostiek te laten uitvoeren.
Beweegangst
Een recente toevoeging aan de richtlijnen is het concept van beweegangst, zoals aangegeven in het VSG-advies voor medisch specialistische beweegzorg post-COVID-19. Dit betreft angst voor cardiale of pulmonale beperkingen of complicaties bij training. Inspanningsdiagnostiek met ademgasanalyse kan hierbij nuttig zijn om de aard van de beperking in kaart te brengen. De resultaten van deze testen kunnen vervolgens worden vertaald naar een aangepast oefenprogramma.
Organisatie van fysieke training
Het organiseren van fysieke training voor mensen met longaandoeningen vereist een multidisciplinaire aanpak. Het betreft een samenwerking tussen arts, fysiotherapeut, oefentherapeut, en eventueel een diëtist of psycholoog. De NHG-standaard en KNGF-richtlijnen beschrijven hoe deze samenwerking kan worden georganiseerd.
Medisch specialistische beweegzorg
Bij patiënten met complexe medische situaties of hoge risico’s kan het aanbevolen zijn om te werken met medisch specialistische beweegzorg. Dit betreft een gecontroleerde, medisch ondersteunde aanpak van beweging en fysieke training. De module organisatie van zorg in de richtlijnen van de VSG geeft hierin richtlijnen voor het organiseren van training binnen het kader van medische zorg.
Aangepast trainen
Aangepast trainen betreft het aanpassen van oefeningen aan de individuele behoeften van de patiënt. Dit kan betrekking hebben op de intensiteit, duur, en soort van oefeningen. Voor patiënten met COPD is het bijvoorbeeld aan te raden om te werken met lichte cardio-oefeningen en eventueel oefeningen met lichte gewichten. Voor patiënten met kanker is het belangrijk om rekening te houden met eventuele pijn, vermoeidheid, of medische complicaties.
Follow-up en evaluatie
Een essentieel onderdeel van fysieke training is de follow-up en evaluatie. Na een bepaalde periode van training is het belangrijk om de klachten, fysieke toren, en eventuele verbeteringen te evalueren. In de NHG-standaard wordt aangeraden om een controleafspraak te maken, waarin de patiënt kan besproken worden op eventuele veranderingen in klachten of toestand.
Conclusie
Veilige en effectieve oefeningen voor mensen met longaandoeningen vereisen een zorgvuldige, individuele aanpak. Oefeningen moeten afgestemd zijn op de fysieke toren, medische geschiedenis, en eventuele contra-indicaties. Richtlijnen van de KNGF, NHG, en internationale organisaties zoals de NCCN en ACSM bieden richtlijnen voor het veilig uitvoeren van fysieke training. Het werken met een multidisciplinair team, inclusief arts, fysiotherapeut, en eventueel een diëtist of psycholoog, is essentieel voor een succesvolle aanpak. Inspanningsdiagnostiek en aangepaste oefenprogramma’s helpen om fysieke toren, ademhaling, en zelfvertrouwen te verbeteren. Beweging is een essentieel onderdeel van de zorg voor mensen met longaandoeningen en kan bijdragen aan een betere kwaliteit van leven.
Bronnen
- De Lazzari N, Niels T, Tewes M, Götte M. A Systematic Review of the Safety, Feasibility and Benefits of Exercise for Patients with Advanced Cancer. Cancers (Basel). 2021 Sep 6;13(17):4478.
- Fuller JT, Hartland MC, Maloney LT, Davison K. Therapeutic effects of aerobic and resistance exercises for cancer survivors: a systematic review of meta-analyses of clinical trials. Br J Sports Med. 2018 Oct;52(20):1311.
- Kampshoff CS, van Dongen JM, van Mechelen W, Schep G, Vreugdenhil A, Twisk JWR, Bosmans JE, Brug J, Chinapaw MJM, Buffart LM. Long-term effectiveness and cost-effectiveness of high versus low-to-moderate intensity resistance and endurance exercise interventions among cancer survivors. J Cancer Surviv. 2018 Jun;12(3):417-429.
- Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF) / Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM). KNGF-richtlijn Oncologie. Amersfoort/Utrecht: KNGF/VvOCM; 2022.
- Nadler MB, Desnoyers A, Langelier DM, Amir E. The Effect of Exercise on Quality of Life, Fatigue, Physical Function, and Safety in Advanced Solid Tumor Cancers: A Meta-analysis of Randomized Control Trials. J Pain Symptom Manage. 2019 Nov;58(5):899-908.e7.
- Internationale richtlijn - National comprehensive cancer network (NCCN).
- The International Bone Metastases Exercise Working Group (Campbell, 2022).
- Het Zorginstituut adviseerde oefentherapie onder supervisie van een fysio- of oefentherapeut voor mensen met COPD-stadium ≥ GOLD 2 in de basisverzekering op te nemen vanaf de eerste behandeling tot een maximaal aantal behandelsessies in de eerste 12 maanden.
- NHG-Standaard COPD.
- NVVC Richtlijn hartrevalidatie. 2011.
- VSG advies medisch specialistische beweegzorg post-COVID-19: herstel fysieke fitheid.