Inleiding
Een tuberculum majus fractuur is een specifieke vorm van proximale humerusfractuur, waarbij het grootste van de twee tubercula van de bovenarm wordt beschadigd. Deze breuk kan zowel bij jongeren als ouderen voorkomen, maar is vaak het gevolg van een val op de uitgestrekte arm of een directe impact op de bovenarm. De ernst van de fractuur en de mate van dislocatie bepalen de behandelstrategie – zowel conservatief als operatief – en daarmee ook de revalidatieplanvorming.
Oefeningen na een tuberculum majus fractuur spelen een centrale rol in de hersteltraject. Zowel de timing als de aard van de oefeningen zijn van groot belang om pijn te beheersen, functie te herstellen en complicaties zoals vrije schouder of post-traumatische artrose te voorkomen. In dit artikel bespreken we de aanbevolen oefeningen, de tijdsplanning van de revalidatie, de rol van de fysiotherapeut en de belangrijkste aandachtspunten bij het herstel.
Aanpak na tuberculum majus fractuur
Na diagnose en bepaling van de behandelstrategie (conservatief of chirurgisch) volgt een revalidatieplan dat gestructureerd is en stap voor stap toegankelijk wordt. Bij conservatieve behandeling, zoals het gebruik van een mitella of sling, is het belangrijk om de bewegingsmogelijkheden in de vroegste fase te behouden. Bij operatief behandelde fracturen wordt meestal al direct postoperatief revalidatie gestart, meestal onder begeleiding van een fysiotherapeut.
Het doel van deze oefeningen is om pijn te verminderen, spierkracht te herstellen, de schouderstabiliteit te verbeteren en de bewegingssamenstelling te normaliseren. Deze oefeningen moeten echter altijd in lijn worden gebracht met de individuele herstelsnelheid en de medische richtlijnen van de behandelend arts.
Conservatieve behandeling: Sling en vroege oefeningen
Bij een conservatief behandelde tuberculum majus fractuur wordt meestal een sling of een collar & cuff gebruikt om de schouder te ondersteunen. De arm kan in de eerste week al vroeg worden gebruikt voor passieve bewegingen, mits de pijn dit toelaat. Dit is belangrijk om de functie niet volledig te verliezen.
De eerste oefeningen die worden aangeraden, zijn passieve circumductiebewegingen. Deze kunnen al in de eerste dagen na de fractuur worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door de arm in de sling zachtjes in cirkels te bewegen. Deze oefeningen helpen bij het behouden van de bewegingsmogelijkheid in de schoudergelenk en voorkomen het opkomen van een vrije schouder.
Na ongeveer een week is het mogelijk om geleide oefeningen te starten, zoals pendelbewegingen en onder schouderhoogte bewegingen. Deze oefeningen kunnen al vroeg in de revalidatie fase worden ingevoerd en helpen bij het verminderen van de pijn en het herstel van de schouderfunctie. Het belangrijkste is om te luisteren naar de feedback van de lichaamssensaties en de pijn niet te negeren.
Operatief behandelde fracturen: Tijdsplanning en revalidatie
Wanneer de tuberculum majus fractuur zo ernstig is dat een operatie noodzakelijk is, volgt de revalidatie een iets gestructureerde aanpak. Na de operatie wordt meestal direct met passieve oefeningen begonnen, zoals pendelbewegingen en koffiemalen, die de schouder in een beheerste manier laten bewegen zonder extra belasting te veroorzaken.
Na ongeveer een week is het mogelijk om meerdere oefeningen in te voeren, zoals abductie, adductie en rotatiebewegingen, opnieuw geleid door de pijn. Het is belangrijk om de oefeningen niet te intensief uit te voeren in de beginfase van de revalidatie, omdat dit kan leiden tot een opnieuw ontsteking of verlaagde genezing.
Rol van de fysiotherapeut
De fysiotherapeut speelt een centrale rol in het herstelproces bij een tuberculum majus fractuur. De fysiotherapeut werkt nauw samen met de behandelend arts om een persoonlijk afgestemde revalidatieplan op te stellen. Dit plan bevat doorgaans een combinatie van passieve en actieve oefeningen, waarbij de intensiteit en frequentie van de oefeningen geleidelijk worden verhoogd.
Bij de eerste bezoeken legt de fysiotherapeut uit hoe de sling of collar & cuff moet worden gebruikt, hoe het gewicht van de arm kan helpen bij het herstel en welke oefeningen veilig en effectief zijn. Daarnaast kan de fysiotherapeut ook een rol spelen bij het verminderen van pijn en het herstel van de bewegingssamenstelling.
Bij een operatief behandelde fractuur is de rol van de fysiotherapeut nog belangrijker. Na de operatie is het belangrijk om direct revalidatie te starten, om de schouder niet volledig te laten verstarren. De fysiotherapeut helpt bij het starten van passieve oefeningen en leert de patiënt hoe deze oefeningen thuis veilig kunnen worden uitgevoerd.
Oefeningen bij tuberculum majus fractuur
1. Koffiemalen (passieve oefening)
Een van de eerste oefeningen die na de breuk kunnen worden uitgevoerd, is het koffiemalen. Deze oefening wordt uitgevoerd in de sling, waarbij de arm in cirkels wordt bewogen. Het doel van deze oefening is het behouden van de bewegingsmogelijkheid in de schoudergelenk en het verminderen van pijn.
- Techniek: Zit of sta in een comfortabele positie. De arm blijft in de sling. Beweeg de arm in cirkels, zowel naar links als naar rechts.
- Frequentie: 2-3 keer per dag, 10-15 minuten per sessie.
- Aandachtspunten: Houd de bewegingen zacht en luister naar pijngevoel. Minder is meer in deze fase.
2. Pendelbewegingen
Na ongeveer een week is het mogelijk om pendelbewegingen uit te voeren. Deze oefeningen helpen bij het herstel van de schouderfunctie en voorkomen het opkomen van een vrije schouder.
- Techniek: Zet je voeten op dezelfde hoogte en buig je voorover. Laat je arm rustig heen en weer bewegen in een zachte pendelbeweging. Pas de intensiteit aan op basis van pijn.
- Frequentie: 2-3 keer per dag, 10-15 minuten per sessie.
- Aandachtspunten: Voorkom dat je de oefening te intensief uitvoert. Het doel is het herstel van de beweging, niet het opbouwen van kracht.
3. Onder schouderhoogte bewegingen
Na ongeveer een week is het mogelijk om bewegingen onder schouderhoogte te starten. Deze oefeningen helpen bij het herstel van de functie en de kracht in de schouder.
- Techniek: Gebruik je hand om langs de muur te kruipen, of trek je arm langzaam naar voren en naar achteren. Zorg dat je de beweging zacht uitvoert en niet te ver gaat.
- Frequentie: 2-3 keer per dag, 10-15 minuten per sessie.
- Aandachtspunten: Houd de bewegingen onder schouderhoogte en vermijd heffen van de arm.
4. Abductie-oefeningen
Na ongeveer vier weken is het mogelijk om abductie-oefeningen te starten. Deze oefeningen helpen bij het herstel van de schouderfunctie en de kracht in de schouder.
- Techniek: Houd je arm in de sling en beweeg je schouder langzaam naar de zijkant. Probeer dit te doen zonder heffen van de arm.
- Frequentie: 2-3 keer per dag, 10-15 minuten per sessie.
- Aandachtspunten: Houd de bewegingen zacht en luister naar pijngevoel. Vermijd het heffen van de arm.
Tijdsplanning van de revalidatie
De revalidatie van een tuberculum majus fractuur is gestructureerd en volgt een tijdsplanning die afhankelijk is van de ernst van de fractuur en de behandelstrategie. Bij een conservatieve behandeling is de revalidatieplan iets langduriger, terwijl bij een operatief behandelde fractuur het herstel iets sneller kan verlopen.
Fase 1: 0-1 week
In de eerste week na de fractuur is het doel om passieve oefeningen te starten en de bewegingsmogelijkheden te behouden. De arm blijft in de sling of collar & cuff en de oefeningen worden geleid door de pijn.
Fase 2: 1-4 weken
In de tweede week is het mogelijk om meerdere oefeningen in te voeren, zoals pendelbewegingen en onder schouderhoogte bewegingen. De intensiteit van de oefeningen wordt geleidelijk verhoogd, afhankelijk van de pijn.
Fase 3: 4-6 weken
In de vierde week is het mogelijk om abductie-oefeningen te starten. Deze oefeningen helpen bij het herstel van de schouderfunctie en de kracht in de schouder.
Fase 4: 6-12 weken
Na zes weken is het mogelijk om meer actieve oefeningen in te voeren, zoals heffen van de arm en rotatiebewegingen. Het doel van deze oefeningen is het herstel van de functie en de kracht in de schouder.
Complicaties en risico’s
Bij een tuberculum majus fractuur is het belangrijk om aandacht te besteden aan mogelijke complicaties. Deze kunnen zowel in de vroege fase als in de late fase van het herstel voorkomen.
1. Vrije schouder
Een vrije schouder is een van de meest voorkomende complicaties bij een schouderbreuk. Deze complicatie ontstaat wanneer de bewegingsmogelijkheid in de schoudergelenk beperkt is door de langdurige immobilisatie. Het is belangrijk om de oefeningen in de vroege fase van de revalidatie te starten om deze complicatie te voorkomen.
2. Avasculaire necrose
Avasculaire necrose is een zeldzame complicatie waarbij het botweefsel in het schoudergewricht ontwijkt door het ontbreken van bloedtoevoer. Deze complicatie is meestal het gevolg van een ernstige fractuur of een verlaagde genezing.
3. Post-traumatische artrose
Post-traumatische artrose is een vroege vorm van artritis die kan ontstaan na een schouderbreuk. Deze complicatie is het gevolg van het verlaagde herstel van het gewrichtsoppervlak en kan leiden tot pijn en beperkte functie in de schouder.
Psychologische en mentale aspecten van het herstel
Het herstel van een tuberculum majus fractuur is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een mentale. Patiënten kunnen na een schouderbreuk pijn, frustratie en angst ervaren, wat kan leiden tot een verlaagde motivatie en een verlaagde functieherstel.
1. Kinesiofobie
Kinesiofobie is een mentale toestand waarbij patiënten angst ervaren bij het uitvoeren van oefeningen. Deze angst kan leiden tot een verlaagde oefening en een verlaagde functieherstel. Het is belangrijk om deze angst te erkennen en te beheren.
2. Motivatie en gedragsverandering
Motivatie en gedragsverandering zijn belangrijke factoren in het herstelproces. Patiënten die gemotiveerd zijn en actief meewerken aan hun revalidatieplan, hebben meestal een beter herstelresultaat. Het is belangrijk om de motivatie te ondersteunen en te versterken.
3. Sociale ondersteuning
Sociale ondersteuning is een belangrijke factor in het herstelproces. Patiënten die ondersteuning krijgen van familie, vrienden of collega’s, hebben meestal een beter herstelresultaat. Het is belangrijk om deze ondersteuning te erkennen en te benutten.
Conclusie
Een tuberculum majus fractuur is een ernstige schouderbreuk die kan leiden tot pijn, functiebeperking en complicaties. Het herstelproces is gestructureerd en volgt een tijdsplanning die afhankelijk is van de ernst van de fractuur en de behandelstrategie. Oefeningen spelen een centrale rol in het herstelproces en moeten worden uitgevoerd in overeenstemming met de medische richtlijnen en de individuele herstelsnelheid.
Bij een conservatieve behandeling is het belangrijk om de bewegingsmogelijkheden in de vroege fase te behouden, terwijl bij een operatief behandelde fractuur het herstel iets sneller kan verlopen. De fysiotherapeut speelt een centrale rol in het herstelproces en helpt bij het starten van de revalidatieplan.
Het herstelproces is niet alleen een fysieke uitdaging, maar ook een mentale. Patiënten moeten gemotiveerd zijn en actief meewerken aan hun revalidatieplan. Sociale ondersteuning en mentale behering zijn belangrijke factoren in het herstelproces.