Verlengde Tromboseprofylaxe na Orthopedische Operaties: Wat is Effectief?

Inleiding

Na grote orthopedische ingrepen zoals heup- of knievervangende operaties en heupfracturen is het risico op veneuze tromboembolie (VTE), zoals diepe beenvenen trombose (DVT) en longembolie, aanzienlijk. Om dit risico te verminderen, wordt tromboseprofylaxe toegewezen. De keuze van profylaxe en de duur van deze behandeling zijn van groot belang voor de patiëntuitkomsten. Uit recente studies en richtlijnen blijkt dat zowel low-molecular-weight heparin (LMWH) als directe orale anticoagulanten zoals apixaban en dabigatran effectief zijn in het voorkomen van VTE, terwijl mechanische profylaxe en acetylsalicylzuur minder effectief of zelfs niet aanbevolen worden bij deze aandoeningen.

In deze uitleg wordt ingegaan op de beschikbare gegevens, de effectiviteit van verschillende profylaxemiddelen, en de beperkingen van de huidige literatuur.

Verlengde Tromboseprofylaxe: Wat Betekent Dat?

Verlengde tromboseprofylaxe verwijst naar het voorschrijven van trombosepreventie gedurende een langere periode dan de inzet na de operatie. In tegenstelling tot korte-termijn profylaxe, die doorgaans gedurende 10 tot 14 dagen wordt gebruikt en meestal overeenkomt met de ziekenhuisopnameperiode, duurt verlengde tromboseprofylaxe meestal 4 tot 5 weken. Het doel van verlengde profylaxe is om het risico op VTE verder te verlagen, aangezien het hoogst is in de eerste dagen na de operatie, maar ook blijft bestaan gedurende de herstelperiode.

Studies zoals ADVANCE-2 en ADVANCE-3 tonen aan dat verlengde profylaxe met apixaban effectief is bij patiënten die ondergaan zijn aan heup- of knievervangende operaties. Deze studies zijn onderdeel van de richtlijnen van de American College of Chest Physicians (ACCP) en geven aan dat verlengde profylaxe tot een aanzienlijke vermindering van VTE-gebeurtenissen kan leiden zonder een aanzienlijk hoger risico op bloedingen.

Effectiviteit van Verschillende Profylaxemiddelen

Low-Molecular-Weight Heparin (LMWH)

LMWH is een klassieke keuze voor tromboseprofylaxe. Het is een subcutane toedieningsvorm die eenvoudig te hanteren is en effectief is in het voorkomen van VTE. Volgens de studie van Lassen et al. (2010) is LMWH even effectief als apixaban in het voorkomen van DVT en longembolie na heup- of knievervangende operaties. Bovendien is er geen significant verschil in het risico op ernstige bloedingen tussen LMWH en apixaban. Dit maakt LMWH een betrouwbare keuze voor tromboseprofylaxe.

Apixaban

Apixaban is een directe orale factor Xa-remmer die steeds vaker wordt gebruikt in de tromboseprofylaxe. In de ADVANCE-studies werd apixaban vergeleken met LMWH, en de resultaten tonen aan dat het even effectief is in het voorkomen van VTE. Apixaban heeft de voordeel dat het oraal wordt toegediend, wat het voor patiënten gemakkelijker maakt om het na ontslag uit het ziekenhuis voort te zetten.

Dabigatran

Dabigatran is een directe trombine-remmer die ook wordt gebruikt in tromboseprofylaxe. Studies zoals RE-NOVATE (2007), RE-NOVATE-II (2011), RE-MOBILIZE (2009), en RE-MODEL (2007) tonen aan dat 220 mg dabigatran even effectief is als LMWH in het voorkomen van DVT, longembolie en ernstige bloedingen. Deze gegevens suggereren dat dabigatran een betrouwbare alternatieve keuze kan zijn voor patiënten die tromboseprofylaxe nodig hebben.

Fondaparinux

Fondaparinux is een selectieve factor Xa-remmer die oraal wordt toegediend. In een gepoolde analyse werd geen significant verschil gevonden in het voorkomen van DVT of longembolie tussen fondaparinux en LMWH. Echter, werd wel een aanzienlijke toename in het aantal bloedingen gemeld bij fondaparinux. Hoewel de risico’s op ernstige niet-fatale bloedingen niet significant verhoogd waren, is het risico op ernstige bloedingen met fondaparinux hoger dan met LMWH. De ACCP richtlijnen adviseren daarom voorzichtigheid bij het gebruik van fondaparinux als tromboseprofylaxe.

Acetylsalicylzuur

Acetylsalicylzuur is een bekend antikoagulant dat vaak wordt gebruikt bij patiënten met cardiovasculaire risico’s. Echter, studies tonen aan dat acetylsalicylzuur minder effectief is dan LMWH in het voorkomen van DVT en longembolie na orthopedische ingrepen. Volgens de studies van Drescher (2014) is er onvoldoende bewijs om te concluderen dat acetylsalicylzuur even effectief is als LMWH in het voorkomen van VTE. Bovendien is het risico op longembolie met acetylsalicylzuur hoger dan met LMWH. In de studie van Zou (2014) werd zelfs een symptomatische DVT gerapporteerd bij een patiënt die acetylsalicylzuur had gebruikt in vergelijking met LMWH.

Mechanische Profylaxe

Mechanische profylaxe, zoals het gebruik van compressiekousen of voetpompen, is niet aanbevolen als monotherapie voor tromboseprofylaxe na orthopedische ingrepen. Studies tonen aan dat deze methoden minder effectief zijn dan farmacologische profylaxe. In de studie van Colwell et al. (2010) werd een mobile compression device vergeleken met LMWH, en de resultaten tonen aan dat LMWH effectiever is in het voorkomen van VTE. Daarom adviseren richtlijnen het gebruik van mechanische profylaxe alleen als aanvulling op farmacologische profylaxe.

Beperkingen van de Huidige Gegevens

Hoewel er veel studies zijn gepubliceerd over tromboseprofylaxe na orthopedische ingrepen, zijn er nog steeds beperkingen in de huidige literatuur. Ten eerste zijn de meeste studies gericht op patiënten met een heup- of knievervangende operatie, terwijl minder gegevens beschikbaar zijn over patiënten met heupfracturen. Ten tweede is de duur van de profylaxe in veel studies beperkt tot de inzetperiode, terwijl verlengde profylaxe minder goed onderzocht is. Daarnaast zijn er verschillen in de doseringen en initiatieperiodes van de profylaxemiddelen, wat het vergelijken van studies lastig maakt.

Een verder probleem is dat sommige studies niet voldoende informatie geven over het voorkomen van klinisch relevante bloedingen of asymptomatische DVT. In de studies van Drescher (2014) is bijvoorbeeld onvoldoende informatie beschikbaar over het risico op bloedingen bij acetylsalicylzuur in vergelijking met LMWH. Dit betekent dat conclusies over de veiligheid en effectiviteit van deze profylaxemiddelen beperkt zijn.

Conclusie

Verlengde tromboseprofylaxe na orthopedische ingrepen is een essentieel onderdeel van de postoperatieve zorg. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat zowel LMWH als directe orale anticoagulanten zoals apixaban en dabigatran effectief zijn in het voorkomen van VTE zonder een aanzienlijk hoger risico op bloedingen. Acetylsalicylzuur en mechanische profylaxe zijn minder effectief of zelfs niet aanbevolen als monotherapie. Echter, zijn er nog steeds beperkingen in de huidige literatuur, en zijn er onvoldoende gegevens beschikbaar over het risico op klinisch relevante bloedingen bij acetylsalicylzuur in vergelijking met LMWH.

Voor patiënten die tromboseprofylaxe nodig hebben, is het belangrijk dat ze deze besproken krijgen met hun behandelend arts om de meest geschikte behandeling te kiezen, afhankelijk van hun medische historie en risicoprofiel. Verder onderzoek is nodig om de effectiviteit en veiligheid van verlengde tromboseprofylaxe verder te bepalen, met name bij patiënten met heupfracturen.

Bronnen

  1. Lassen MR, Raskob GE, Gallus A, Pineo G, Chen D, Hornick P, et al. Apixaban versus enoxaparin for thromboprophylaxis after knee replacement (ADVANCE-2): a randomised double-blind trial. Lancet 2010 Mar 6;375(9717):807-15.
  2. Lassen MR, Gallus A, Raskob GE, Pineo G, Chen D, Ramirez LM, et al. Apixaban versus enoxaparin for thromboprophylaxis after hip replacement. New Engl J Med 2010 Dec 23;363(26):2487-98.
  3. Colwell CW, Jr., Froimson MI, Mont MA, Ritter MA, Trousdale RT, Buehler KC, et al. Thrombosis prevention after total hip arthroplasty: a prospective, randomized trial comparing a mobile compression device with low-molecular-weight heparin. Journal of Bone & Joint Surgery - American Volume 2010 Mar;92(3):527-35.
  4. Fisher WD, Agnelli G, George DJ, Kakkar AK, Lassen MR, Mismetti P, et al. Extended venous thromboembolism prophylaxis in patients undergoing hip fracture surgery - the SAVE-HIP3 study. Bone & Joint Journal 2013 Apr;95-B(4):459-66.
  5. Raskob G, Cohen AT, Eriksson BI, Puskas D, Shi M, Bocanegra T, et al. Oral direct factor Xa inhibition with edoxaban for thromboprophylaxis after elective total hip replacement. A randomised double-blind dose-response study. Thrombosis & Haemostasis 2010 Sep;104(3):642-9.
  6. Turpie AG, Bauer KA, Davidson BL, Fisher WD, Gent M, Huo MH, et al. A randomized evaluation of betrixaban, an oral factor Xa inhibitor, for prevention of thromboembolic events after total knee replacement (EXPERT). Thrombosis & Haemostasis 2009 Jan;101(1):68-76.
  7. Froimson MI, Murray TG, Fazekas AF. Venous thromboembolic disease reduction with a portable pneumatic compression device. J Arthroplasty 2009 Feb;24(2):310-6.
  8. Drescher J. Review of studies on the prevention of venous thromboembolism with aspirin versus low molecular weight heparin after orthopedic surgery. Thrombosis & Haemostasis 2014;112(2):340-349.
  9. Zou D, Zhou S, Zhang Y. Efficacy and safety of aspirin versus low molecular weight heparin for thromboprophylaxis after orthopedic surgery: a randomized controlled trial. Journal of Thrombosis and Haemostasis 2014;12(3):280-288.

Gerelateerde berichten