Effectieve Oefeningen voor het Glenohumeraal Gewricht bij Klachten

Inleiding

Klachten rond het glenohumeraal gewricht – het schoudergewricht dat zich vormt tussen het humerus (bovenarmbeen) en de glenoid bek van het scapula (schouderblad) – zijn vrij algemeen, vooral onder sporters en ouderen. Deze klachten kunnen zich uiten in pijn, beperkte beweeglijkheid, of instabiliteit, en hebben vaak een negatief effect op het alledaagse functioneren. Uitgangspunt voor een effectieve aanpak is het combineren van passieve en actieve herstelstrategieën, waarbij oefentherapie een centrale rol speelt.

De beschikbare studies geven echter geen duidelijk antwoord op de vraag of oefentherapie beter is dan placebo, geen interventie of NSAID’s. De kwaliteit van het bewijs is in veel gevallen “zeer laag”, wat betekent dat conclusies met voorzichtigheid moeten worden genomen. Toch blijft oefentherapie – in combinatie met fysiotherapeutische begeleiding – een veelbelovende aanpak. Dit artikel biedt een overzicht van bewegings- en krachttrainingen die gericht zijn op het glenohumeraal gewricht, met nadruk op herstel, stabiliteit en functie. Het artikel is geïllustreerd met concreet oefenmateriaal en richtlijnen, die zijn geïsoleerd uit betrouwbare bronnen, zoals richtlijnen van de NHG, fysiotherapeutische gidsen en peer-reviewed studies.


Onderzoek naar Effectiviteit van Oefentherapie

De meeste studies die gericht zijn op oefentherapie bij schouderklachten focussen op aandoeningen zoals subacromiale impingement, frozen shoulder en rotator cuff letsels. Zo toonden Granviken en Vasseljen in 2015 aan dat thuisoefeningen en gesuperviseerde oefeningen gelijkwaardig effectief zijn bij subacromiale impingement. De effectiviteit van oefentherapie bij glenohumerale klachten in het algemeen is echter minder duidelijk.

De NHG-richtlijnen (2023) stellen dat de beschikbare studies geen betrouwbare conclusies opleveren over de effectiviteit van oefentherapie vergeleken met placebo of geen interventie. Ook is er onzekerheid over de rol van NSAID’s. Dit betekent dat er geen overtuigend bewijs is dat oefentherapie superieur is aan andere interventies. Toch blijft het een veelbelovende optie, aangezien het geen invasieve maatregel is en het risico op bijwerkingen minimaal is.

Een van de beperkingen van de huidige literatuur is dat veel studies gericht zijn op subacromiale impingement of frozen shoulder, terwijl minder aandacht wordt besteed aan andere vormen van schouderklachten. Bovendien is de interbeoordelaarsovereenstemming bij het bepalen van beweeglijkheid en pijn beperkt, wat betekent dat de resultaten van individuele tests en oefeningen moeilijk algemeen toepasbaar zijn.


Passieve en Actieve Beweegbaarheidstoetsen

Voordat men effectieve oefeningen kan uitvoeren, is het belangrijk om de huidige functie van het glenohumeraal gewricht te bepalen. Dit gebeurt meestal via passieve en actieve bewegingstoetsen.

  • Passieve abductie: Bij deze toets wordt de arm ter hoogte van de elleboog opgetild tot naast het hoofd, in een gestrekte en gesupineerde positie. Een pijnlijk traject tijdens deze beweging duidt op subacromiale schouderpijn syndroom (SAPS), wat vaak wordt veroorzaakt door letsels in de subacromiale ruimte.

  • Passieve exorotatie: De onderarm wordt ter hoogte van de pols vastgehouden, terwijl de elleboog tegen het lichaam wordt vastgeklemd en de arm wordt geroteerd naar buiten. Beperkte beweeglijkheid of pijn tijdens deze beweging duidt op glenohumerale gewrichtklachten. De meest voorkomende oorzaken zijn artrose van het schoudergewricht of frozen shoulder.

De interbeoordelaarsovereenstemming bij deze toetsen is beperkt tot redelijk (κ 0,55 tot 0,74), wat aangeeft dat er aandacht moet worden besteed aan consistente techniek en herhaalbaarheid. Deze toetsen zijn echter waardevol om de huidige toestand te bepalen en doelgerichte oefeningen te kiezen.


Oefeningen voor Beweeglijkheid en Losmaak

Bij schouderklachten is het vaak de bedoeling om de schouder te ontlasten, te stabiliseren en de beweegbaarheid te verbeteren. Oefeningen die hierop gericht zijn, kunnen in drie categorieën worden opgedeeld: losmaak-, rek- en stabilisatieoefeningen.

Losmaakoefeningen

Losmaakoefeningen zijn bedoeld om de gewrichten en weefsels in de schouder te ontlasten en te losmaken. Een voorbeeld is de oefening waarbij je zit of staat en de elleboog op tafel legt, met de handpalm naar je toe. Vervolgens beweeg je de hand naar achteren en terug. Deze oefening kan worden intensiver gemaakt door duim en vinger maximaal naar achteren te bewegen. Dit kan eventueel worden ondersteund met de andere hand. Deze oefening helpt bij schouder- en armklachten, vooral wanneer er sprake is van tarsus letsels of zenuwcompressies.

Rekoefeningen

Rekoefeningen zijn gericht op het verbeteren van de beweegbaarheid. Een veelgebruikte oefening is het zitten of staan met de handen gevouwen boven het hoofd, waarbij je zijwaarts buigt met de romp. Houd de rek even vast en beweeg je terug. Deze oefening kan worden versterkt met gewichten of elastische bands. Ook is er een oefening waarbij je rugligt met gestrekte armen en benen, en de arm van de aangedane zijde met een gestrekte elleboog richting het plafond beweegt. Daarna strekt je de arm weer uit. Deze oefening helpt bij schouder- en rompklachten.

Krachtoefeningen

Krachtoefeningen zijn bedoeld om de stabiliteit en controle van de schouder te verbeteren. Een voorbeeld is de oefening waarbij je rugligt met de elleboog 90 graden gebogen en een gewichtje in de hand. Je draait de bovenarm naar binnen (hand naar buik) en terug. Deze oefening wordt gebruikt om de subscapularis en andere rotator cuff spieren te trainen. Een andere oefening is het gebruik van een elastische band om de onderarm naar binnen te draaien met weerstand. Dit kan zowel concentrisch als excentrisch worden uitgevoerd, afhankelijk van de doelstelling van de oefening.


Oefeningen voor Stabilisatie en Bewegingscoördinatie

Stabilisatieoefeningen zijn gericht op het herstellen van coördinatie en controle tussen schouderblad, schoudergewricht en romp. Voorbeelden zijn oefeningen waarbij je schouders en schouderbladen optrekt en terugbeweegt, naar achteren beweegt en terugbeweegt, of naar beneden beweegt en terugbeweegt. Deze oefeningen zijn van belang voor de trapeziusspier, die een centrale rol speelt in schouderstabiliteit.

Een voorbeeld is de oefening waarbij je op een kruk zit, rechtop gaat zitten, met de handen op je rug. De hand van de pijnlijke schouder leg je in de andere hand, en je probeert je handen langs je rug omhoog te brengen. Daarna draai je rondjes op je rug met je handen. Deze oefening helpt bij schouderpijn en beperkte beweegbaarheid. Als het te veel pijn geeft, kan je de oefening langzamer uitvoeren of het rondje kleiner maken.

Een andere oefening is de “vorkheftruck”, waarbij je zit op een kruk, rechtop gaat zitten, armen horizontaal houdt, en je ellebogen buigt zodat je vingers omhoog wijzen. Vervolgens draai je je onderarmen naar beneden, terwijl je bovenarmen op schouderhoogte blijven. Deze oefening verbetert de controle over de schouder en de romp, wat belangrijk is voor sporters en mensen met schouderinstabiliteit.


Oefeningen voor Pijnbeheer en Functioneel Herstel

Bij pijnlijke schouderklachten is het doel om de schouder te ontlasten, de pijn te verminderen en het functionele herstel te bevorderen. Oefeningen die hierop gericht zijn, zijn meestal licht intensief en worden vaak uitgevoerd in rustige posities, zoals zitten of liggen.

Een voorbeeld is de oefening waarbij je de armen langs het lichaam houdt, met de ellebogen 90 graden gebogen. Vervolgens beweeg je de arm in verschillende richtingen, terwijl je de schouderbladen aantrekt en naar beneden beweegt. Deze oefening helpt bij schouderklachten die gepaard gaan met spierverstijving of pijn bij beweging.

Een andere oefening is het schuiven van de hand voorwaarts, zijwaarts of in draaibewegingen, wat helpt bij het losmaken van de schouder. Deze oefeningen kunnen worden uitgevoerd zonder hulpmiddelen en zijn ideaal voor thuisgebruik.


Integratie van Oefeningen in Dagelijks Functioneren

Het integreren van schouderoefeningen in het dagelijks functioneren is essentieel voor langdurig herstel en voorkomen van terugvallen. Oefeningen moeten niet alleen gericht zijn op de schouder zelf, maar ook op de romp, nek en bovenlichaam. Dit helpt bij het herstellen van de coördinatie en het verminderen van overbelasting.

Een voorbeeld van integratie is het gebruik van schouderoefeningen tijdens activiteiten als fietsen, wandelen of sporten. Bijvoorbeeld, bij fietsen kan het bewust zijn om de schouderbladen naar beneden te trekken en de schouders los te houden, wat de schouderpijn kan verminderen. Ook bij wandelen kan het nuttig zijn om schouderrekoefeningen te doen tussen de wandelingen door, om de beweegbaarheid te behouden.


Conclusie

Ondanks de beperkte kwaliteit van het bewijs, blijft oefentherapie een veelbelovende aanpak voor patiënten met glenohumerale schouderklachten. De beschikbare studies suggereren dat oefentherapie, zowel thuis als onder begeleiding, effectief kan zijn bij klachten als subacromiale impingement en frozen shoulder. Het is echter onzeker of oefentherapie beter is dan NSAID’s of placebo.

De oefeningen die worden voorgesteld in dit artikel zijn gebaseerd op betrouwbare bronnen en zijn gericht op beweegbaarheid, kracht en stabiliteit. Het is belangrijk om deze oefeningen aan te passen aan de individuele toestand, eventueel in overleg met een fysiotherapeut. Daarnaast is het essentieel om schouderoefeningen in het dagelijks functioneren te integreren, om langdurig herstel en voorkomen van terugval te waarborgen.


Bronnen

  1. NHG Richtlijnen Schouderklachten
  2. Fysiotherapeutische Oefeningen bij Schouderklachten
  3. Thuisarts.nl - Oefeningen bij Schouderklachten
  4. Granviken F, Vasseljen O. Home exercises and supervised exercises are similarly effective for people with subacromial impingement: a randomised trial. J Physiother 2015;61:135-41.
  5. Wu YC, Tsai WC, Tu YK, Yu TY. Comparative effectiveness of nonoperative treatments for chronic calcific tendinitis of the shoulder: a systematic review and network meta-analysis of randomized controlled trials. Arch Phys Med Rehabil 2017;98:1678-92.
  6. Huisstede BM, Gebremariam L, Van der Sande R, Hay EM, Koes BW. Evidence for effectiveness of extracorporal shock-wave therapy (ESWT) to treat calcific and non-calcific rotator cuff tendinosis--a systematic review. Man Ther 2011;16:419-33.
  7. Kvalvaag E, Brox JI, Engebretsen KB, Soberg HL, Juel NG, Bautz-Holter E, et al. Effectiveness of radial extracorporeal shock wave therapy (ESWT) when combined with supervised exercises in patients with subacromial shoulder pain: a double-masked, randomized, sham-controlled trial. Am J Sports Med 2017;45:2547-54.
  8. Ryosa A, Laimi K, Aarimaa V, Lehtimaki K, Kukkonen J, Saltychev M. Surgery or conservative treatment for rotator cuff tear: a meta-analysis. Disabil Rehabil 2016:1-7.
  9. Hall ML, Mackie AC, Ribeiro DC. Effects of dry needling trigger point therapy in the shoulder region on patients with upper extremity pain and dysfunction: a systematic review with meta-analysis. Physiotherapy 2018;104:167-77.

Gerelateerde berichten