Effectieve Oefeningen voor het Glenohumerale Gewricht: Verbeter Bewegingsvrijheid en Pijnbesturing

De schouder is een complexe structuur die essentieel is voor dagelijks functioneren, sportieve prestaties en het voeren van werkzaamheden. Het glenohumerale gewricht, het hoofdgewricht van de schouder, speelt een centrale rol in de bewegingsvrijheid van de bovenarm. Oefeningen gericht op dit gewricht zijn niet alleen van belang bij klachten, zoals bijvoorbeeld subacromiale pijn syndroom of een vastzittende schouder, maar ook voor de voorkoming van blessures en het verbeteren van de functionele prestaties. In dit artikel presenteren we een overzicht van bewezen, effectieve oefeningen en technieken voor het glenohumerale gewricht, gebaseerd op onderzoek en richtlijnen van fysiotherapeuten en orthopedisten.

Inleiding: Waarom het Glenohumerale Gewricht Belangrijk is

Het glenohumerale gewricht wordt gevormd door het hoofd van de bovenarm (humerus) en het gedeelte van de scapula (schouderblad) dat het glenoïde heet. Het is een kogel-en-sokkelsgewricht, wat betekent dat het een grote bewegingsvrijheid biedt, maar ook kwetsbaar is voor instabiliteit of beperkte mobiliteit.

Bij schouderklachten, zoals bijvoorbeeld artrose of subacromiale pijn syndroom, wordt vaak een beperking van de bewegingsvrijheid waargenomen. Fysiotherapeutisch onderzoek laat zien dat passieve en actieve oefeningen kunnen helpen om de functie van het gewricht te herstellen en pijn te verminderen.

Deze oefeningen kunnen zowel passief als actief worden uitgevoerd, en variëren van eenvoudige mobilisaties tot gecontroleerde bewegingen met oefenstokken of tegen muuren. De keuze van oefeningen hangt af van de ernst van de klacht, de mate van pijn en de wens van de patiënt om weer volledig te functioneren.

Oefeningen voor het Glenohumerale Gewricht

Passieve Mobilisaties

Passieve mobilisaties worden uitgevoerd door een fysiotherapeut en zijn bedoeld om de kapselapparaat van het gewricht te testen op laxiteit of stijfheid. Deze oefeningen zijn vooral relevant bij klachten die gerelateerd zijn aan capsule- of ligamentrestricties.

1. Anteroposterieure glijbewegingen

  • AP-glijden van de humerus: De patiënt ligt op de rug, de arm wordt tussen de lichaam en bovenarm van de therapeut vastgegrepen, en de therapeut brengt een voorwaartse glijbeweging aan.
  • PA-glijden van de humerus: De patiënt ligt op de rand van de tafel, de therapeut fixeert de arm en brengt een achterwaartse glijbeweging aan.
  • Laterale distractie: De therapeut fixeert de arm bij de elleboog en brengt een laterale glijbeweging aan in de oksel.
  • Caudaal glijden: De therapeut voert een longitudinale tractie uit vanaf de pols of epicondylen van de humerus.

Deze oefeningen worden meestal uitgevoerd in een pakpositie van 40° tot 55° abductie en 30° horizontale adductie, tenzij anders is aangegeven.

Actieve Mobilisaties

Actieve mobilisaties worden zelfstandig door de patiënt uitgevoerd en zijn bedoeld om de bewegingsvrijheid van het gewricht te verbeteren. Ze zijn vooral geschikt voor de beginfase van herstel of voor de voorkoming van schouderklachten.

2. Pendeloefeningen (Codman-oefeningen)

Deze oefeningen zijn eenvoudig uit te voeren en bestaan uit kleine, zachte cirkelbewegingen met de arm. Ze worden uitgevoerd in verschillende posities, zoals met een oefenstok, op een tafel of met een bal. Het doel is om de capsule en weefsel van het gewricht te mobiliseren zonder pijn of extra belasting te veroorzaken.

3. Muur-oefeningen

Muuroefeningen zijn zeer geschikt voor het verbeteren van de abductie en exorotatie. Ze kunnen uitgevoerd worden zonder pijn en zijn ideaal voor mensen met subacromiale pijn syndroom.

a. Muurmuis
  • Hoe te doen: Staan op een halve meter afstand van een muur, hand plat tegen de muur. Kruip de vingers omhoog langs de muur tot zo ver mogelijk. Als het mogelijk is, druk even extra met de hand tegen de muur voordat je langzaam terugbeweegt.
  • Doel: Verbeteren van de abductie en exorotatie van de schouder.
  • Tips: Als het te pijnlijk is, stop dan en probeer het op een later moment. Gebruik eventueel een halter of fles water als de oefening te eenvoudig is.
b. Muurvlinder
  • Hoe te doen: Staan borst- of buikwijd tegen de muur, armen langs het lichaam. Strek de armen opzij langs de muur tot schouderhoogte, wacht 3 seconden en breng de armen verder omhoog.
  • Doel: Verbeteren van de schoudermobiliteit en spierbeweging.
  • Tips: Als pijn optreedt, verminder dan de bewegingsamplitude. De oefening kan ook met halteren worden uitgevoerd voor meer belasting.

Specifieke Oefeningen voor Pijnbesturing

Bij subacromiale pijn syndroom (SAPS) wordt vaak een pijnlijk abductietraject waargenomen. Actieve en passieve oefeningen zijn dan een essentieel onderdeel van de behandeling. De interbeoordelaarsovereenstemming tussen fysiotherapeuten is goed voor de actieve abductiebeweging (κ 0,74) en redelijk voor de passieve abductie (κ 0,60).

4. Elbow Rotation Oefeningen

Een eenvoudige oefening om de schoudermobiliteit te verbeteren is het roteren van de onderarmen.

  • Hoe te doen: Houd de bovenarmen op schouderhoogte, draai de onderarmen zodat de vingers eerst naar beneden wijzen en daarna weer naar boven. Herhaal dit langzaam en zorg dat er geen pijn optreedt.
  • Doel: Verhogen van de bewegingsvrijheid van de schouder in exorotatie en inorotatie.
  • Tips: Als het te pijnlijk is, draai dan minder ver of voer de oefening rustiger uit.

5. Armbewegingen met Stoel

Gebruik van een stoel is een effectieve manier om de schouder in verschillende posities te bewegen. Deze oefeningen zijn ideaal voor het aanleren van actieve bewegingen.

  • Hoe te doen: Zit op een stoel en breng de arm in verschillende bewegingen, zoals abductie, adductie en rotatie, terwijl je met de andere hand eventueel ondersteuning biedt.
  • Doel: Herstellen van de actieve bewegingsvrijheid en verminderen van pijn.
  • Tips: Zorg dat je niet te snel beweegt en let op eventuele pijn of spierkramp.

Fysiotherapeutische Behandelingen

Naast zelfstandig uitgevoerde oefeningen is fysiotherapeutische behandeling vaak nodig voor het verbeteren van schouderfuncties. Fysiotherapeuten analyseren het bewegingsgedrag en passen gerichte oefeningen toe om de capsule, spieren en ligamenten te versterken.

6. Taping van het AC-gewricht

Bij acute blessures, zoals bij het AC-gewricht, kan ondersteund taping veel comfort en pijnverlichting bieden. Dit is vooral effectief in de beginfase van herstel.

7. Injecties en Operatie

Bij aanhoudende pijn, die niet door fysiotherapie of medicatie is te verlichten, kan overwogen worden om een injectie in het AC-gewricht te geven of een operatie te overwegen. Dit is meestal gereserveerd voor gevallen van artrose of ernstige ontwrichtingen.


Conclusie

Het glenohumerale gewricht speelt een centrale rol in de functionele bewegingsvrijheid van de schouder. Tijdens klachten zoals subacromiale pijn syndroom, artrose of een vastzittende schouder, kunnen gerichte oefeningen helpen om de functie van het gewricht te herstellen en pijn te verminderen. Zowel passieve als actieve oefeningen zijn bewezen effectief in het verbeteren van de bewegingsvrijheid en het verminderen van pijn. Het is essentieel om oefeningen te kiezen die past bij de individuele situatie van de patiënt en uit te voeren onder begeleiding van een fysiotherapeut, vooral bij ernstigere blessures. Een combinatie van fysiotherapeutische behandeling, zelfstandige oefeningen en eventueel medische interventies zoals injecties of operaties kan leiden tot een volledige herstel.


Bronnen

  1. Gewrichtsspeling Schouder | Fysiotherapeutisch Onderzoek
  2. Richtlijnen Schouderklachten | NHG
  3. Oefeningen bij Schouderklachten | Thuisarts
  4. Actieve Mobilisaties voor Schouder | Orthopedie Herentals
  5. Behandeling AC-gewricht | Fysiotherapie Middenweg

Gerelateerde berichten