Oefenterreinen spelen een essentiële rol in de voorbereiding van het Nederlandse leger op actuele en toekomstige veiligheidsuitdagingen. Deze locaties zijn echter niet alleen voor het militaire doel bedoeld; ze hebben ook een unieke invloed op de natuur, het landschap en de leefomgeving van de aangrenzende gemeenschappen. In dit artikel bespreken we hoe oefenterreinen worden gebruikt, welke omvang ze hebben en wat de gevolgen zijn voor de omgeving, inclusief maatregelen die worden genomen om de impact te beperken.
Defensie beschikt over ongeveer 30.000 hectare aan oppervlakte, gelijk aan ruim 45.000 voetbalvelden, waarvan een groot deel schiet- of oefenterrein is. Deze locaties zijn vaak gelegen in afgelegen gebieden, waar de natuur en het landschap weinig beïnvloed worden door menselijke activiteiten in het dagelijks leven. Toch zijn oefenterreinen actief in gebruik, met regelmatige oefeningen die variëren van schietoefeningen tot amfibische landingsoefeningen.
Oefenterreinen als natuurgebieden
Een van de opmerkelijke aspecten van oefenterreinen is hun bijdrage aan het natuurbehoud. Ongeveer twee derde van de Defensieterreinen heeft de status van beschermd natuurgebied. De combinatie van afgesloten toegang en regelmatige rustperiodes maakt deze gebieden geschikt voor het ontwikkelen van unieke ecologische systemen.
Bijvoorbeeld, op schietterreinen worden soorten aangetroffen die zelden in andere omgevingen voorkomen, zoals de zandhagedis, die graag eit in net omgeploegde aarde. Ook broedvogels, zoals de kleine wrattenbijter en het valkruid, profiteren van het specifieke ecologische klimaat dat oefenterreinen bieden. Hierdoor fungeren deze terreinen als belangrijke natuurreserves en worden er actieve maatregelen genomen om deze ecologie te ondersteunen.
Ecologen in dienst van Defensie houden regelmatig inventarisaties van de flora en fauna en adviseren over het beheer van deze gebieden. Deze benadering zorgt ervoor dat oefenterreinen niet alleen functioneel zijn voor militaire oefeningen, maar ook een rol spelen in het behoud van bijzondere soorten en habitats.
Uitbreiding van oefenterreinen en de impact daarvan
De behoefte aan realistische en omvattende oefeningen leidt tot uitbreidingen van oefenterreinen. Zo wordt het militaire oefenterrein De Haar bij Assen aanzienlijk groter gemaakt. Twee boerenbedrijven en bijna 300 hectare landbouwgrond moeten hierbij hun plaats ruimen voor een uitbreiding. Het huidige terrein van 400 hectare groeit uiteindelijk uit tot 700 hectare.
Deze uitbreiding heeft gevolgen voor zowel de natuur als de omgeving. Inwoners van Laaghalerveen hoeven niet massaal te verhuizen, maar wel rekenen ze op een toename van militaire activiteiten in de regio, zoals het vliegen van helikopters. Defensie plaatst jaarlijks 1.500 vliegbewegingen vanaf De Haar en Havelte, wat gemiddeld vier vliegbewegingen per dag betekent. Dit kan leiden tot meer geluidshinder en verkeersdruk in de regio, maar ook tot verbeterde voorbereiding van militairen op werkelijke situaties.
Naast het uitbreiden van het terrein zelf, zijn er ook maatregelen genomen om de impact op het milieu te beperken. Zo worden er afspraken gemaakt over oefenen in relatie tot het broedseizoen, zodat de natuur minder wordt beïnvloed. Daarnaast wordt er zorgvuldig gekeken naar de locaties waar oefeningen worden uitgevoerd, om kwetsbare natuur te ontzien. Bijvoorbeeld, op Groote Keeten wordt alleen het strand en de strandopgang gebruikt, zodat de duinenrij en het achterliggende natuurgebied niet worden aangetast.
Militaire oefeningen en hun specifieke doelen
Het gebruik van oefenterreinen is niet willekeurig, maar gericht op het bereiken van specifieke oefendoelen. Zo oefenen infanteristen op het Infanterie Schietkamp (ISK) in Harskamp al 125 jaar hun schietvaardigheden. Het terrein van 2.800 hectare bevat meerdere schietbanen en een oefendorp, waarin militairen kunnen trainen voor stedelijke missies. Daarnaast wordt het terrein ook gebruikt voor live-firing met helikopters, waarbij echte kogels en raketten worden afgevuurd.
Hoewel het terrein reeds ruim is, is er behoefte aan extra ruimte voor piloten om goed te kunnen manoeuvreren. Hierdoor wordt de uitbreiding van het schietkamp en het ophalen van extra vergunningen onderzocht. Een ander aspect van het oefenen is het laagvliegen met helikopters. Door laag te vliegen kunnen piloten onzichtbaar blijven voor vijanden en hun wapens, wat essentieel is voor gevechtsmissies.
Strategisch kiezen van oefenterreinen
Defensie kiest oefenterreinen zorgvuldig, zodat de oefeningen niet alleen functioneel zijn, maar ook zo min mogelijk impact hebben op de omgeving. Zo is het Oefenterrein (OT) Weerterheide aangewezen als voorkeurslocatie voor bepaalde oefeningen. De locatie biedt de mogelijkheid om op eigen terrein een bebouwd gebied te creëren met voldoende ruimte als benaderingszone. Daarnaast is de zuidelijke ligging van het terrein gunstig vanwege bereikbaarheid en spreiding van de militaire activiteiten.
De locaties Maasvlakte II, Marnehuizen, Vliehors en Groote Keeten zijn ook aangewezen als voorkeurslocaties voor amfibisch oefenen. Deze locaties bieden een afwisselend landschap, wat essentieel is voor het trainen van militairen in verschillende situaties. Door de oefeningen te spreiden over meerdere locaties wordt de belasting op kwetsbare natuur en historisch landschap beperkt. Bovendien liggen sommige locaties in Natura 2000-gebieden of UNESCO Werelderfgoed, wat betekent dat extra aandacht moet worden besteed aan het behoud van de unieke ecologische en landschappelijke kwaliteiten.
Beperkingen en maatregelen
Hoewel oefenterreinen essentieel zijn voor de voorbereiding van het leger, zijn er ook beperkingen. Zo zijn er momenteel weinig mogelijkheden om te graven op bestaande oefenterreinen. Door beperkingen is graven momenteel alleen beperkt mogelijk tot het maken van schuttersputten. Daarom is er behoefte aan uitbreidingen van vergunningen, zodat ook loopgraven en verdedigingswerken kunnen worden gegraven. Dit is randvoorwaardelijk voor de operationele gereedstelling van de grondeenheden.
Een andere beperking is de bodemverontreiniging op bepaalde terreinen. In zoekgebied D is een mate van bodemverontreiniging aanwezig, wat betekent dat er specifieke maatregelen genomen moeten worden. In de vervolgfase zal worden onderzocht wat voor beperkingen dit oplevert voor het oefengebruik.
Daarnaast zijn er geluidseffecten van militaire activiteiten op de leefomgeving. Mitigerende maatregelen, zoals afscherming en het concentreren van hindergevende activiteiten op het terrein, zijn belangrijk om deze impact te beperken. Ook is er aandacht voor de economische en recreatieve functies in het gebied. Door vroegtijdige communicatie over wanneer oefeningen plaatsvinden, kan worden voorkomen dat er onnodige hinder ontstaat voor burgers.
Toekomstige uitdagingen
De toekomstige uitdagingen voor oefenterreinen zijn gericht op het combineren van militaire doelen met het behoud van de natuur en het verminderen van de impact op de leefomgeving. Dit betekent dat er zorgvuldig moet worden gekozen welke activiteiten op welke locaties worden uitgevoerd en dat er extra maatregelen genomen moeten worden om negatieve effecten te beperken.
Een voorbeeld hiervan is het oefenen in relatie tot het broedseizoen. Door oefeningen zorgvuldig in te plannen, kan de impact op broedvogels en andere gevoelige soorten worden beperkt. Dit is vooral van toepassing op locaties zoals Vliehors, waar het broedseizoen een belangrijke rol speelt in het beheer van het oefenterrein.
Op andere locaties, zoals Maasvlakte II, is afstemming met het havenbedrijf en de omgeving essentieel. Op Marnewaard is het belangrijk dat het gebruik in goede afstemming plaatsvindt met de dijkbeheerder, omdat het een primaire waterkering betreft. Op Groote Keeten moet rekening worden gehouden met het Natura 2000-gebied, zodat de duinenrij en het achterliggende natuurgebied worden ontzien.
Conclusie
Oefenterreinen zijn essentieel voor de voorbereiding van het Nederlandse leger op actuele en toekomstige veiligheidsuitdagingen. Ze bieden niet alleen de mogelijkheid om realistische oefeningen te doen, maar spelen ook een unieke rol in het behoud van de natuur en het landschap. Door de combinatie van afgesloten toegang en regelmatige rustperiodes zijn deze terreinen geschikt voor het ontwikkelen van bijzondere ecologische systemen.
Toch zijn er ook uitdagingen. De uitbreiding van oefenterreinen heeft gevolgen voor de omgeving en de leefomgeving van de aangrenzende gemeenschappen. Daarom zijn er maatregelen genomen om de impact te beperken, zoals het plannen van oefeningen in relatie tot het broedseizoen en het concentreren van hindergevende activiteiten op het terrein. Ook is er aandacht voor de economische en recreatieve functies in het gebied, zodat de impact op burgers zo min mogelijk is.
In de toekomst is het belangrijk om deze balans te behouden. Oefenterreinen moeten blijven dienen als essentieel onderdeel van de militaire voorbereiding, maar ze moeten ook zo min mogelijk impact hebben op de natuur en het landschap. Dit vraagt om zorgvuldig plannen, innovatieve maatregelen en samenwerking met burgers, natuurorganisaties en andere betrokken partijen.