Interdentaliteit, het voorbijkomen van de tanden tijdens het spreken of slikken, is vaak het gevolg van orale myofunctionele afwijkingen. Deze afwijkingen kunnen zich uiten in een onjuiste tong- en lipfunctie, zoals infantiele slikken, mondademhaling of een verhoogde spierspanning in het orofaciale gebied. Het artikel van Demmink-Geertman en Schouten (2001) biedt inzicht in de rol van coördinatietherapie bij het corrigeren van deze functieafwijkingen. In dit artikel bespreken we de oefeningen en technieken die gericht zijn op het corrigeren van interdentaliteit, met een nadruk op het gebruik van massage, eutonische oefeningen en een holistische benadering.
Interdentaliteit: oorzaak en invloed op mond- en stemfunctie
Interdentaliteit is vaak het gevolg van een verhoogde spierspanning in het orofaciale gebied, zoals in de lippen of de tong. Volgens de casuistiek in het artikel van Demmink-Geertman en Schouten is het correctie van deze spierspanningen essentieel voor het corrigeren van interdentaliteit. Bijvoorbeeld bij kinderen met een open beet, slappe tongmotoriek en interdentaliteit, is het mogelijk om verbetering te behalen door massage en oefeningen gericht op de verhemelte, tong, lippen en hals.
De coördinatietherapie, zoals deze wordt toegelicht door Demmink-Geertman en Schouten, benadrukt dat interdentaliteit vaak samenhangt met andere orale myofunctionele afwijkingen. Een juiste mondsluiting, ademhaling en tongplaatsing zijn essentieel voor het corrigeren van deze functieafwijkingen. Deze therapie richt zich op het elimineren van forceringsmechanismen en het opbouwen van een optimale functie van adem, voedingopname, articulatie en stemgeving.
Oefeningen tegen interdentaliteit: een overzicht
1. Lipstulpingsoefeningen
Een van de oefeningen die in het artikel worden beschreven, is de lipstulpingsoefening. Tijdens het inademen wordt de mond in scharnierbeweging geopend, de bovenlip gestulpt en de neusvleugels automatisch verward. Deze oefening draagt bij aan een juiste mondsluiting en stimuleert de neusademhaling. De lipstulping is ook belangrijk voor het corrigeren van interdentaliteit, omdat een correcte lipfunctie helpt bij het voorkomen van een open beet en het behouden van een juiste mondsluiting.
2. Tong- en lipmotoriek oefeningen
Oefeningen gericht op de verbetering van de tong- en lipmotoriek zijn essentieel in de behandeling van interdentaliteit. Deze oefeningen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit het stimuleren van de lippen en tong met een koude lepelsteel. Door de onderlip licht naar beneden en de bovenlip licht naar boven te duwen, wordt een natuurlijke mondsluiting bevorderd. De lippen zoeken vervolgens naar elkaar en ‘plakken’ bijna aan elkaar. Dit helpt bij het corrigeren van interdentaliteit, omdat het een juiste mondsluiting en tongplaatsing bevordert.
Een belangrijk aspect van deze oefeningen is dat ze niet geforceerd moeten worden. Bij geforceerde mondsluiting kan compensatiemusculatuur ontstaan, zoals een verhoogde spierspanning in de hals, kin en wangen. Daarom is het belangrijk om de oefeningen voorzichtig uit te voeren en de natuurlijke bewegingen van de tong en lippen te stimuleren.
3. Massage van verhemelte, tong, lippen en hals
Massage is een belangrijk onderdeel van de coördinatietherapie. In het artikel wordt beschreven dat massage van de verhemelte, tong, lippen en hals kan bijdragen aan de verbetering van interdentaliteit. Deze massage helpt bij het verminderen van spierspanning en het corrigeren van een gothische verhemelte, die vaak samenhangt met interdentaliteit.
Bij een gothische verhemelte, die vaak het gevolg is van mondademhaling of het gebruik van een duim of speen, is er vaak sprake van een verhoogde spierspanning in het harde verhemelte. Door massage op deze gebieden uit te voeren, kan de spierspanning worden verminderd en kan een juiste mondsluiting worden bevorderd.
4. Oefeningen tegen hypertonie in de kaak- en kauwspieren
Interdentaliteit kan ook het gevolg zijn van een onbalans in de kaak- en kauwspieren. In het artikel wordt beschreven dat massage op de kaakgewrichten en de musculus temporalis kan helpen bij het corrigeren van hypertonie in deze regio. Deze oefeningen kunnen bijdragen aan een betere mondsluiting en tongplaatsing, wat essentieel is voor het corrigeren van interdentaliteit.
Daarnaast kunnen oefeningen op de wangen, kin en lippen helpen bij het verminderen van spierspanning en het corrigeren van een open beet. Deze oefeningen zijn vaak gericht op het stimuleren van de natuurlijke bewegingen van de tong en lippen en het verminderen van forceringsmechanismen.
Holistische benadering van interdentaliteit
De coördinatietherapie benadrukt de noodzaak van een holistische benadering bij het corrigeren van interdentaliteit. Volgens Demmink-Geertman en Schouten is het belangrijk om de wisselwerkingen tussen houding, beweging, ademhaling, voedselopname, articulatie en stemgeving te begrijpen. Deze wisselwerkingen kunnen bijdragen aan het ontstaan van interdentaliteit en moeten daarom worden meegenomen in de behandeling.
Een holistische benadering houdt ook in dat de behandeling van interdentaliteit niet uitsluitend gericht is op de mond en tong, maar ook op andere delen van het lichaam, zoals de hals, schouders en rug. Deze regio's kunnen bijdragen aan spierspanning en houdingsproblemen die samenhangen met interdentaliteit. Door deze regio's in de behandeling op te nemen, kan een duurzamere verbetering worden bereikt.
5. Neusademhaling stimuleren
Neusademhaling is een belangrijk aspect bij het corrigeren van interdentaliteit. In het artikel wordt beschreven dat neusademhaling helpt bij het verminderen van spierspanning in het orofaciale gebied en bij het corrigeren van een open beet. Daarom is het belangrijk om oefeningen te doen die gericht zijn op het stimuleren van neusademhaling.
De lipstulpingsoefening is een voorbeeld van een oefening die helpt bij het stimuleren van neusademhaling. Door de bovenlip te stulpten en de neusvleugels te verwarden, wordt de neusademhaling gestimuleerd. Ook kan het gebruik van een neusademingsspoor of het uitvoeren van ademhalingsoefeningen bijdragen aan het corrigeren van interdentaliteit.
6. Slik- en kauwfunctie verbeteren
Een goede slik- en kauwfunctie is essentieel voor het corrigeren van interdentaliteit. In het artikel wordt beschreven dat bij een goede slikfunctie de lippen gesloten zijn en de bolus richting de farynx wordt gestimuleerd door een juiste tongbeweging. Deze functie is belangrijk voor het corrigeren van interdentaliteit, omdat een correcte slikfunctie helpt bij het corrigeren van een open beet en het behouden van een juiste mondsluiting.
Daarnaast is een goede kauwfunctie essentieel voor het corrigeren van interdentaliteit. Bij een goede kauwfunctie moet de onderkaak een scharnierende beweging maken bij drinken en afbijten van voedsel. Deze beweging helpt bij het corrigeren van een open beet en het behouden van een juiste mondsluiting.
Conclusie
Interdentaliteit is vaak het gevolg van orale myofunctionele afwijkingen, zoals een verhoogde spierspanning in het orofaciale gebied, een open beet of een verhoogde spierspanning in de kaak- en kauwspieren. De coördinatietherapie benadrukt de noodzaak van een holistische benadering bij het corrigeren van deze functieafwijkingen. Door oefeningen en massage te doen op de verhemelte, tong, lippen en hals, kan een verbetering worden bereikt.
De oefeningen die in het artikel worden beschreven, zoals lipstulpingsoefeningen, tong- en lipmotoriek oefeningen, massage van verhemelte, tong, lippen en hals en oefeningen tegen hypertonie in de kaak- en kauwspieren, kunnen bijdragen aan het corrigeren van interdentaliteit. Daarnaast is het belangrijk om een holistische benadering te hanteren, waarbij ook andere delen van het lichaam, zoals de hals, schouders en rug, worden meegenomen in de behandeling.
Door deze oefeningen en technieken te integreren in een individueel georiënteerde therapie, kan een duurzamere verbetering worden bereikt. De coördinatietherapie is een waardevolle bijdrage aan de behandeling van orale myofunctionele afwijkingen en kan bijdragen aan het corrigeren van interdentaliteit.
Bronnen
- Demmink-Geertman E.G. & S.J.M. Schouten (2001). De coördinatietherapie en afwijkende mondgewoonten. Logopedie en Foniatrie nr 4, p. 99-106
- Bergdahl M, & J. Bergdahl (1999). Burning mouth syndrome: prevalence and associated factor. Journal of Oral Pathology and Medicine sept. nr. 28(8): p. 350-354.
- Brown C.E. & B. Magnuson (2000). On the physics of the infant feeding bottle and middle ear sequela: Ear disease in infants can be associated with bottle feeding. International Journal of Pediatric Otorhinolaryngology nr. 54, p. 13-20.
- Damsté P.H. (1987). Over de noodzakelijkheid van neusademhaling. Logopedie en Foniatrie nr. 3, p. 67-71.
- Demmink-Geertman E.G. & G.T. Wassenaar-Postuma (1985). Slikklachten bij stempatienten. Logopedie en Foniatrie nr. 9, p. 232-235.
- Demmink-Geertman E.G. & W.J.H. Jolink-van Keulen (1990). De samenhang tussen lipmusculatuur en stemgeving. Logopedie en Foniatrie nr. 11, p. 240-244.