Inleiding
De lateralisatiefase is een cruciale stap in de neuromotorische ontwikkeling van kinderen, doorgaans rond het achtste levensjaar. Tijdens deze fase ontwikkelt zich een dominantie of specialisatie van de linker- of rechterhersenhelft, wat bepalend is voor tal van functionele aspecten zoals laterhandigheid. Deze fase beïnvloedt ook de manier waarop informatie verwerkt wordt en hoe het lichaam zich in de ruimte bewust wordt. Deze ontwikkeling is niet alleen van betekenis voor kinderen, maar ook voor het begrijpen van bepaalde leerproblemen en het ontwikkelen van interventies die deze kunnen ondersteunen.
Oefeningen gericht op het uitwerken van primitieve reflexen spelen een essentiële rol in het ondersteunen van deze neuromotorische ontwikkeling. Deze oefeningen zijn ontworpen om te zorgen voor een volledige integratie van deze reflexen, zodat ze niet meer op hersenstamniveau actief zijn. Deze methode is centraal in de praktijk van het Institute for Neuro Physiological Psychology (INPP), een instelling die gericht is op het ondersteunen van kinderen met neurologische onrijpheid.
In dit artikel bespreken we de rol van de lateralisatiefase in de neurologische ontwikkeling van kinderen en hoe oefeningen gericht op de integratie van primitieve reflexen deze fase kunnen ondersteunen. We zullen ook ingaan op de praktische toepassing van deze oefeningen en hun betekenis voor het onderwijs en de ontwikkeling van kinderen.
De Neurologische Ontwikkeling en de Lateralisatiefase
De lateralisatiefase is een natuurlijk proces dat zich voltrekt rond het achtste levensjaar. Tijdens deze fase wordt er een dominantie gelegd tussen de linker- en rechterhersenhelft. Deze dominantie beïnvloedt tal van cognitieve en motorische functies. Het betekent bijvoorbeeld dat een kind links- of rechtshandig wordt. Deze fase is een belangrijk moment in de neuromotorische ontwikkeling en duidt op volgroeidheid in bepaalde opzichten.
De hersenen zijn op deze leeftijd ook verder ontwikkeld. De corpus callosum, het deel dat de twee hersenhelften met elkaar verbindt, is bij deze leeftijd gemyeliniseerd. Myelinisatie is het proces waarbij zenuwvezels bedekt worden met een isolerende laag, waardoor informatie sneller uitgewisseld kan worden tussen de hersenhelften. Dit verhoogt de efficiëntie van de informatieverwerking en draagt bij aan de cognitieve groei van het kind.
Daarnaast eindigt rond deze leeftijd ook de lateralisatiefase. Dit betekent dat er in de ontwikkeling van het kind een dominantie of specialisatie is ontstaan in de linker- of rechterhersenhelft. Dit is een belangrijk moment in de neuromotorische ontwikkeling en maakt het een gunstige leeftijd om kinderen te behandelen.
Primitieve en Posturale Reflexen
In de neurologische ontwikkeling van een kind spelen zowel primitieve als posturale reflexen een rol. Primitieve reflexen zijn reflexen die zich voornamelijk in de vroege jeugd uitwerken en vaak automatisch worden geactiveerd. Deze reflexen zijn belangrijk voor de basisbewegingen en het overleven in de vroege levensfasen. Voorbeelden zijn de Moro-reflex (schrikreflex) en de Babinski-reflex.
Posturale reflexen, ook wel houdingsreflexen of levenslangereflexen genoemd, zijn reflexen die zich vooral richten op het behouden van balans en postuur. Deze reflexen blijven actief gedurende het hele leven en zijn essentieel voor de regulering van houding en beweging. Ze zijn ook betrokken bij het integreren van sensorische informatie en het aanpassen van de lichaamspositie in de ruimte.
Het ondersteunen van de integratie van deze reflexen is essentieel voor de ontwikkeling van een volledig functionele motoriek en cognitie. Als deze reflexen niet correct zijn geïntegreerd, kunnen ze blijven actief op hersenstamniveau en leiden tot problemen met balans, coördinatie, en het verwerken van informatie.
De Methode van het INPP
Peter Blythe, oprichtend directeur van het Institute for Neuro Physiological Psychology (INPP), stelde een methode op om de neuromotorische ontwikkeling van kinderen te ondersteunen. De methode is in eerste instantie bedoeld voor kinderen met specifieke leerproblemen rond de leeftijd van 8 jaar. Deze leeftijd is belangrijk omdat de hogere delen van de hersenen, zoals de corpus callosum, gemyeliniseerd zijn. Dit zorgt voor een snellere uitwisseling van informatie tussen de lagere en hogere delen van de hersenen.
Het INPP werkt met neurologische reflexen. Centraal in de methode staat het testen van de neuro motoriek (de neurologische ontwikkeling van het centrale zenuwstelsel). Hierbij wordt de aanwezigheid van primitieve en posturale reflexen op een medisch verantwoorde basis getest. Als duidelijk is welke reflexen niet uitontwikkeld zijn en nog op hersenstamniveau actief zijn, kunnen deze door middel van oefeningen worden uitgewerkt.
De methode van het INPP is ontwikkeld na de eind jaren zestig, toen de primitieve en posturale reflexen opnieuw ontdekt werden. Blythe en zijn student David McGlown bestudeerden kinderen met specifieke leerproblemen. Deze kinderen zouden later door hen gediagnostiseerd worden met neuromotorische onrijpheid. Deze onrijpheid wordt gekenmerkt door het aanwezijn van een cluster van primitieve reflexen die ervoor zorgen dat bepaalde leerproblemen ontstaan.
Oefeningen om de Lateralisatiefase te Ondersteunen
Oefeningen die gericht zijn op het uitwerken van primitieve reflexen spelen een essentiële rol in het ondersteunen van de lateralisatiefase. Deze oefeningen zijn ontworpen om te zorgen voor een volledige integratie van deze reflexen, zodat ze niet meer op hersenstamniveau actief zijn. Hierdoor kan de neurologische ontwikkeling verder groeien en de cognitieve en motorische functies worden uitgebreid.
Een aantal voorbeelden van oefeningen die binnen de methode van het INPP worden toegepast:
- De balansoefeningen: Deze oefeningen zijn bedoeld om de posturale reflexen te stimuleren en te integreren. Ze helpen bij het verbeteren van balans en houding.
- De integratie van de Moro-reflex: De Moro-reflex wordt vaak geactiveerd bij onverwachte bewegingen of geluiden. Oefeningen die gericht zijn op het integreren van deze reflex helpen bij het verminderen van de schrikreactie en het verbeteren van de regulering van de lichaamspositie.
- De oefeningen voor de Babinski-reflex: Deze oefeningen helpen bij het integreren van de Babinski-reflex, wat bijdraagt aan een betere controle van de voetbewegingen en de stabiliteit van de benen.
Deze oefeningen worden vaak uitgevoerd in combinatie met andere activiteiten die gericht zijn op het verbeteren van de coördinatie, het verwerken van sensorische informatie en het aanpassen van de lichaamspositie in de ruimte.
De Belangrijkheid van de Lateralisatiefase voor het Onderwijs
De lateralisatiefase is niet alleen van betekenis voor de neurologische ontwikkeling van het kind, maar ook voor het onderwijs. Tijdens deze fase is het kind in staat om zich te specialiseren in bepaalde cognitieve en motorische functies. Dit betekent dat het kind in staat is om zich te concentreren op bepaalde taken en deze efficiënter uit te voeren.
Het ondersteunen van de integratie van primitieve en posturale reflexen is essentieel voor het onderwijs. Als deze reflexen niet correct zijn geïntegreerd, kunnen ze blijven actief op hersenstamniveau en leiden tot problemen met balans, coördinatie, en het verwerken van informatie. Dit kan leiden tot leerproblemen en belemmeringen in het onderwijs.
Door oefeningen toe te passen die gericht zijn op het integreren van deze reflexen, kan het onderwijs efficiënter en doelgerichter worden. Deze oefeningen helpen bij het verbeteren van de coördinatie, het verwerken van informatie en het aanpassen van de lichaamspositie in de ruimte. Hierdoor kan het kind beter leren en zich beter concentreren op de taken die voor hem of haar liggen.
Conclusie
De lateralisatiefase is een cruciale stap in de neuromotorische ontwikkeling van kinderen. Tijdens deze fase ontwikkelt zich een dominantie of specialisatie van de linker- of rechterhersenhelft, wat bepalend is voor tal van functionele aspecten. Deze fase is een belangrijk moment in de ontwikkeling van het kind en maakt het een gunstige leeftijd om kinderen te behandelen.
Oefeningen gericht op het uitwerken van primitieve reflexen spelen een essentiële rol in het ondersteunen van deze fase. Deze oefeningen zijn ontworpen om te zorgen voor een volledige integratie van deze reflexen, zodat ze niet meer op hersenstamniveau actief zijn. Deze methode is centraal in de praktijk van het Institute for Neuro Physiological Psychology (INPP), een instelling die gericht is op het ondersteunen van kinderen met neurologische onrijpheid.
De methode van het INPP is ontwikkeld na de eind jaren zestig, toen de primitieve en posturale reflexen opnieuw ontdekt werden. Deze oefeningen zijn essentieel voor het verbeteren van de coördinatie, het verwerken van informatie en het aanpassen van de lichaamspositie in de ruimte. Hierdoor kan het kind beter leren en zich beter concentreren op de taken die voor hem of haar liggen.