De motorische ontwikkeling van kinderen speelt een centrale rol in hun fysieke, cognitieve en emotionele groei. Vanaf de geboorte tot de schooljaren volgen kinderen een natuurlijk verloop van grove naar fijne motoriek, waarbij op een bepaald moment een voorkeurskant wordt gekozen. Deze ontwikkeling is belangrijk niet alleen voor het leren schrijven en bewegen, maar ook voor het ontwikkelen van coördinatie, evenwicht en later het lezen, rekenen en schrijven. In deze tekst behandelen we hoe ouders en begeleiders de motorische ontwikkeling kunnen ondersteunen door bewegende oefeningen die zowel rechts als links stimuleren. Op basis van de beschikbare gegevens uit betrouwbare bronnen, zoals blogs en professionele artikelen, geven we een overzicht van de vier ontwikkelingsfasen en geven we concrete oefeningen voor elke fase.
De vier fasen van motorische ontwikkeling
De motorische ontwikkeling van een kind volgt een bepaalde gang. Vooraanstaand neuroloog Dr. P. Mesker stelt dat deze ontwikkeling verloopt in vier fasen: de asymmetrische fase (0–3 jaar), de symmetriefase (3–6 jaar), de lateralisation fase (6–9 jaar) en de dominantie fase (8–12 jaar). Deze fasen zijn belangrijk om te begrijpen, omdat ze het fundament leggen voor later motorisch functioneren. In de asymmetrische fase leren kinderen omgaan met asymmetrische bewegingen, terwijl in de symmetriefase het spiegelbeeld van bewegingen tussen de linker- en rechterzijde van het lichaam ontwikkelt. In de lateralisation fase wordt een voorkeurskant steeds duidelijker, en in de dominantie fase is deze voorkeurskant volledig gevestigd.
Deze fasen zijn niet alleen biologisch bepaald, maar ook sterk beïnvloedbaar door de omgeving. Actieve beweging, speelactiviteiten en oefeningen die beide lichaamshemisferen gelijk behandelen, zijn essentieel voor een gezonde motorische ontwikkeling. In de volgende hoofdstukken geven we een overzicht van deze fasen en geven we praktische oefeningen om het ontwikkelen van links en rechts te ondersteunen.
Asymmetrische fase (0–3 jaar)
Tijdens de asymmetrische fase, die begint bij geboorte en eindigt rond het derde levensjaar, ontwikkelt het kind asymmetrische bewegingen. Deze bewegingen zijn gebaseerd op spanning en ontspanning en worden ook wel slurfbewegingen genoemd. De linker- en rechterhand bewegen tegenover elkaar; als de linkerhand een vuist maakt, dan strekt de rechterhand zijn vingers. In deze fase is er nog geen controle over bewegingen, maar deze vorm van bewegen is essentieel voor het leren lopen en andere grove motorische vaardigheden.
Hoewel er al vroeg een voorkeurskant kan worden geïdentificeerd, is het belangrijk om ook de andere kant te stimuleren. Oefeningen die zowel links als rechts gebruiken, zoals draaien, rollen en kruipen, helpen bij de ontwikkeling van zowel de grove motoriek als het evenwicht. In deze fase is het ook belangrijk om het kind te stimuleren met activiteiten die de spieren van beide kanten gelijk ontwikkelen.
Oefeningen voor de asymmetrische fase
- Draaibewegingen: Laat het kind draaien op zijn buik of rug. Dit stimuleert de asymmetrische bewegingen en helpt bij het leren rollen.
- Kruipen: Kruipen is een van de eerste grove motorische vaardigheden die asymmetrisch wordt uitgevoerd. Stimuleer het kind om links en rechts te kruipen.
- Balans oefenen: Gebruik een kleine bal of zachte kussens om het kind te leren balans te houden terwijl het heen en weer rolt.
In deze fase is het ook belangrijk om te letten op mogelijke asymmetrieën in de bewegingen van het kind. Als een kant duidelijk dominant lijkt, is het verstandig om extra aandacht te geven aan de minder gebruikte kant. Dit kan bijvoorbeeld door het kind te stimuleren om met de andere hand te voelen of te bewegen.
Symmetriefase (3–6 jaar)
De symmetriefase begint rond de derde levensjaar en duurt tot ongeveer het zesde levensjaar. In deze fase zijn bewegingen van de linker- en rechterzijde van het lichaam het spiegelbeeld van elkaar. Het kind maakt bijvoorbeeld met beide handen tegelijk een vuist of strekt beide armen. Deze symmetrische bewegingen zijn belangrijk voor het ontwikkelen van een goed 2sgevoel en het evenwicht. In deze fase is het nog steeds mogelijk dat het kind wisselt tussen voorkeurshanden, en tot ongeveer het zesde levensjaar is de voorkeurskant nog niet definitief vastgesteld.
In de symmetriefase is het belangrijk om tweehandige en tweebenige bewegingen te stimuleren. Dit helpt bij het gelijk ontwikkelen van beide hersenhelften en zorgt voor een beter evenwicht en coördinatie. De duim heeft in deze fase nog geen functie, en het aanleren van een goede pengreep is daarom nog niet mogelijk. Kinderen in deze fase maken grote bewegingen, zoals springen of rollen, waarbij de grove motoriek centraal staat.
Oefeningen voor de symmetriefase
- Krijtparcours: Teken een parcours op de stoep met stoepkrijt, waarin het kind draaibewegingen moet maken. Dit stimuleert zowel links als rechts.
- Bal spelen: Laat het kind met beide handen een bal gooien of vangen. Dit helpt bij het ontwikkelen van symmetrische bewegingen.
- Springen en rollen: Laat het kind op een mat springen of rollen. Dit stimuleert het evenwicht en de grove motoriek.
Ook in deze fase is het belangrijk om te letten op eventuele asymmetrieën. Als het kind bijvoorbeeld altijd met dezelfde hand een bal pakt, is het verstandig om extra aandacht te geven aan de andere kant. Dit kan bijvoorbeeld door het kind te stimuleren om met de andere hand te voelen of te bewegen.
Lateralisation fase (6–9 jaar)
In de lateralisation fase, die begint rond het zesde levensjaar en eindigt rond het negende levensjaar, wordt de definitieve voorkeurskant gekozen. In deze fase is een kant dominant en de andere kant assisteert. Bijvoorbeeld, als het kind een bal aangereikt krijgt, pakt het deze nu met de voorkeurshand in plaats van met de hand waar de bal voor wordt gehouden. In deze fase worden ook meer fijne motorische handelingen uitgevoerd, zoals het schrijven of het gebruiken van een penseel.
Het is belangrijk om in deze fase het werken met één hand te stimuleren, vooral met de voorkeurshand. Dit helpt bij het verdere ontwikkelen van de fijne motoriek en het zelfvertrouwen van het kind. De duim leert nu samen te werken met de andere vingers, wat essentieel is voor het leren schrijven. Het aansturen van een bepaalde lichaamskant wordt beheerst door een aparte hersenhelft. De linkerkant van het lichaam wordt aangestuurd door de rechterhersenhelft en vice versa. Dit proces heet cerebral lateralisation.
Oefeningen voor de lateralisation fase
- Eenhandig tekenen of kleuren: Laat het kind met één hand tekenen of kleuren. Dit stimuleert de voorkeurshand en helpt bij het leren schrijven.
- Bewegingen met één hand: Laat het kind bewegingen uitvoeren met één hand, zoals het duwen van een bal of het draaien van een knop.
- Duimtraining: Gebruik activiteiten die de duim stimuleren, zoals het gebruik van een penseel of het draaien van een knopen.
In deze fase is het belangrijk om te letten op eventuele asymmetrieën in de fijne motoriek. Als het kind bijvoorbeeld moeite heeft met het schrijven, is het verstandig om extra aandacht te geven aan de voorkeurshand. Dit kan bijvoorbeeld door het kind te stimuleren om met de voorkeurshand te schrijven of te kleuren.
Dominantie fase (8–12 jaar)
In de dominantie fase, die begint rond het achtste levensjaar en eindigt rond de twaalfde levensjaar, is de voorkeurskant volledig gevestigd. In deze fase is het kind in staat om complexe fijne motorische handelingen uit te voeren, zoals schrijven, typen of het spelen van muziekinstrumenten. Het is belangrijk om in deze fase zowel links als rechts te stimuleren, omdat het gebruik van de andere kant kan helpen bij het ontwikkelen van een beter evenwicht en coördinatie.
In deze fase is het ook belangrijk om te letten op eventuele asymmetrieën in de motoriek. Als het kind bijvoorbeeld moeite heeft met het schrijven, is het verstandig om extra aandacht te geven aan de voorkeurshand. Dit kan bijvoorbeeld door het kind te stimuleren om met de voorkeurshand te schrijven of te kleuren.
Oefeningen voor de dominantie fase
- Schrijven en typen: Laat het kind schrijven of typen met de voorkeurshand. Dit stimuleert de fijne motoriek en helpt bij het ontwikkelen van zelfvertrouwen.
- Muziekinstrumenten: Laat het kind een muziekinstrument spelen dat zowel links als rechts gebruikt. Dit stimuleert de coördinatie en het evenwicht.
- Sporten: Laat het kind sporten die zowel links als rechts gebruiken, zoals voetbal of basketbal. Dit stimuleert de coördinatie en het evenwicht.
Oefeningen voor ambidexters
Niet iedereen kiest een voorkeurskant. Sommige mensen blijven tweehandig of tweebenig, zoals voetballer Wesley Sneijder. Dit wordt ambidexter genoemd. Voor ambidexters is het belangrijk om zowel links als rechts te stimuleren. Dit helpt bij het ontwikkelen van een beter evenwicht en coördinatie.
Oefeningen voor ambidexters
- Tweehandig tekenen of kleuren: Laat het kind tekenen of kleuren met beide handen. Dit stimuleert zowel links als rechts.
- Tweebenig bewegen: Laat het kind bewegen met beide benen, zoals springen of dansen. Dit stimuleert het evenwicht en de coördinatie.
- Tweehandige activiteiten: Laat het kind activiteiten uitvoeren met beide handen, zoals het draaien van een knopen of het gebruik van een penseel.
Conclusie
De motorische ontwikkeling van een kind speelt een centrale rol in zijn fysieke, cognitieve en emotionele groei. Vanaf de geboorte tot de schooljaren volgen kinderen een natuurlijk verloop van grove naar fijne motoriek, waarbij op een bepaald moment een voorkeurskant wordt gekozen. Deze ontwikkeling is belangrijk niet alleen voor het leren schrijven en bewegen, maar ook voor het ontwikkelen van coördinatie, evenwicht en later het lezen, rekenen en schrijven.
Oefeningen die zowel links als rechts stimuleren, zoals draaien, kruipen, rollen en tweehandig bewegen, zijn essentieel voor een gezonde motorische ontwikkeling. In de asymmetrische, symmetrische, lateralisation en dominantie fase zijn er specifieke oefeningen die kunnen helpen bij het ontwikkelen van de motoriek. Voor ambidexters is het belangrijk om zowel links als rechts te stimuleren, omdat dit helpt bij het ontwikkelen van een beter evenwicht en coördinatie.
Door de motorische ontwikkeling van een kind te stimuleren met oefeningen die zowel links als rechts gebruiken, helpen ouders en begeleiders bij het ontwikkelen van een gezonde fysieke en cognitieve groei. Deze ontwikkeling is niet alleen belangrijk voor het leren schrijven en bewegen, maar ook voor het ontwikkelen van zelfvertrouwen en het vermogen om complexe taken uit te voeren.