Bewegingsadvies voor mensen met kanker: Fysieke activiteit als ondersteuning bij borstkanker en nazorg

Inleiding

Fysieke activiteit speelt een steeds belangrijkere rol in de zorg voor mensen met kanker. Onderzoek toont aan dat beweging niet alleen de algehele gezondheid ondersteunt, maar ook specifieke klachten kan verminderen die ontstaan als gevolg van de ziekte en de behandeling. Voor patiënten met borstkanker is het bijvoorbeeld mogelijk om vermoeidheid te verminderen, lichamelijk functioneren te verbeteren en angst of depressie te beheersen. Deze inzichten zijn onderdeel van een groter bewustzijn over het belang van leefstijlveranderingen in de oncologische zorg.

In dit artikel bespreken we op basis van wetenschappelijke richtlijnen en studies hoe fysieke activiteit ingezet kan worden bij borstkankerpatiënten en in de nazorg. We zetten de aanbevelingen van de KNGF Richtlijn Oncologie (2022) centraal en laten zien hoe specifieke oefeningen, zoals krachttraining, aerobe activiteit en rekoefeningen, bijdragen aan een betere kwaliteit van leven.

Daarnaast bekijken we waarom het belangrijk is om fysieke activiteit in te voeren al vóór de start van de behandeling, en wanneer professionele begeleiding door een (oncologie)fysiotherapeut nodig is. Op deze manier wordt duidelijk hoe beweging niet alleen een ondersteunende rol speelt, maar ook ingebed moet worden in een breder zorgtraject dat rekening houdt met de unieke kenmerken van elke patiënt.

Beweging als ondersteuning bij borstkanker

Algemene aanbevelingen

De KNGF Richtlijn Oncologie (2022) stelt duidelijke richtlijnen op voor fysieke activiteit bij mensen met kanker. Deze aanbevelingen zijn in lijn met de richtlijnen voor volwassenen met chronische aandoeningen. Zo wordt gestreefd naar:

  • Aerobe activiteit: drie keer per week, minstens 30 minuten per sessie.
  • Krachttraining: op twee of meer dagen per week, gedurende 20 minuten per sessie.
  • Rekoefeningen: dagelijks.
  • Coördinatie- en balansoefeningen: indien nodig, afhankelijk van de gezondheidstoestand en eventuele bijwerkingen van de behandeling.

Het minimale beweegadvies voor mensen met kanker is om inactiviteit te vermijden en zo actief mogelijk te zijn. Dit is een belangrijke stap, omdat studies zoals die van Campbell et al. (2019) duidelijk tonen dat zelfs een relatief lage hoeveelheid beweging positieve effecten kan hebben op mentale en fysieke gezondheid.

Beweging en klachtenbeheersing

Bij borstkankerpatiënten kan fysieke activiteit op meerdere manieren bijdragen aan het verminderen van klachten. Onderzoek wijst bijvoorbeeld op het positieve effect van oefeningen op de schouderfunctie, het verminderen van lymfedematie, en het beheersen van lichaamsvermoeidheid. Een voorbeeld hiervan is de PROSPER-studie, waarin aangetoond werd dat een oefenprogramma gericht op schouderfunctie kan helpen bij het voorkomen van schouderproblemen na borstkankerbehandeling. Deze gegevens duiden op de waarde van beweging als onderdeel van een preventief zorgtraject.

Psychosociale voordeelen

Naast de fysieke voordelen van beweging, speelt het ook een rol bij het verbeteren van de mentale gezondheid. Onderzoek van Duijts et al. (2011) laat zien dat combinaties van gedragsbeïnvloedingen en lichamelijk oefenen positief invloed hebben op psychosociale functie en kwaliteit van leven bij borstkankerpatiënten. Dit sluit aan bij de bredere bevindingen van Campbell et al. (2019), die aantonen dat fysieke activiteit angst- en depressiesymptomen kan verminderen.

Fysieke activiteit in de nazorg

Aangepaste aanpak voor specifieke doelgroepen

De nazorg bij borstkanker vereist een aangepaste aanpak, omdat niet iedere patiënt dezelfde risico’s en bijwerkingen ondervindt. De KNGF Richtlijn Oncologie (2022) benadrukt dat factoren zoals leeftijd, genetische kenmerken, medische voorgeschiedenis, en psychosociale situatie een rol spelen in de keuze van de behandeling en de nazorg.

Bijvoorbeeld: bij patiënten met een genetische predispositie of een voorgeschiedenis van botproblemen, kan krachttraining onder professionele begeleiding essentieel zijn om botdichtheid te behouden. In dit opzicht kan een fysiotherapeut of oncologisch fysiotherapeut een cruciale rol spelen, aangezien zij niet alleen de fysieke toestand van de patiënt kunnen beoordelen, maar ook specifieke oefeningen aanpassen aan eventuele beperkingen of bijwerkingen.

Rol van de fysiotherapeut

Indien het beweegadvies niet automatisch wordt nageleefd of als de patiënt complexe klachten heeft, is het raadzaam om beweeginterventies in te zetten onder supervisie van een fysiotherapeut. In sommige gevallen, zoals bij patiënten met lymfedema of axillaire web syndrome, kan een programma met manuele lymfedrainage en gerichte oefeningen (zoals beschreven in de studie van Cho et al., 2016) een aanzienlijke verbetering opleveren in schouderfunctie en kwaliteit van leven.

Beweging vóór de behandeling

De KNGF Richtlijn Oncologie (2022) benadrukt ook het belang van het ingangsniveau van beweging vóór de start van de oncologische behandeling. Het aanbieden van bewegingsprogramma’s op dit stadium kan bijdragen aan een betere uithoudingskracht tijdens de behandeling en verminderen de kans op behandelingstop.

Specifieke oefeningen en programma's

Aerobe activiteit

Aerobe oefeningen zoals wandelen, fietsen of zwemmen zijn essentieel voor het behouden van cardiale gezondheid en uithoudingsvermogen. Deze activiteiten helpen ook bij het verminderen van lichaamsvermoeidheid. Onderzoek toont aan dat zelfs een lage intensiteit (zoals 30 minuten wandelen drie keer per week) een positief effect kan hebben op de mentale en fysieke toestand van patiënten met kanker.

Krachttraining

Krachttraining is niet alleen belangrijk voor het behouden van spiermassa, maar ook voor het verbeteren van lichamelijk functioneren. In de studie van Bruning et al. (1990) werd aangetoond dat adjuvante chemotherapie kan leiden tot een afname van botmineraaldichtheid, wat op zijn beurt het risico op fracturen verhoogt. Krachttraining kan deze afname tegenwerken en bijdragen aan het behouden van fysieke zelfstandigheid.

Rekoefeningen

Dagelijkse rekoefeningen zijn essentieel voor het behouden van bewegingsbereik en spierflexibiliteit. Voor borstkankerpatiënten is dit van extra belang, aangezien bepaalde behandelingen (zoals axillaire dissecatie) kunnen leiden tot beperkingen in schouderbeweging. Oefeningen gericht op schouder- en armflexibiliteit kunnen hierin een ondersteunende rol spelen.

Coördinatie- en balansoefeningen

Voor patiënten die last hebben van verhoogde vermoeidheid of bijwerkingen van medicatie, kunnen coördinatie- en balansoefeningen essentieel zijn om valrisico’s te verminderen. Deze oefeningen kunnen ook helpen bij het herstel van motorische vaardigheden die verstoord zijn door de ziekte of de behandeling.

Beweging als onderdeel van leefstijl

Verbinding met voeding en mentale gezondheid

De KNGF Richtlijn Oncologie (2022) benadrukt dat beweging gedeeltelijk ingebed moet worden in een bredere leefstijlstrategie. Onder andere voedingsaspecten, zoals de opname van vitamine D (zoals aangeraden door de Gezondheidsraad, 2012), en mentale gezondheidsstrategieën (zoals mindfulness) kunnen bijdragen aan het optimaliseren van de effecten van beweging. Deze multidisciplinaire aanpak helpt bij het creëren van een duurzame hersteltraject.

Beweging als positieve copingstrategie

Onderzoek toont aan dat fysieke activiteit een positieve copingstrategie kan zijn in de oncologische zorg. Het biedt patiënten een gevoel van controle en kan bijdragen aan het herstel van zowel fysieke als mentale functies. In combinatie met andere leefstijlmaatregelen, zoals een gezonde voeding en stressmanagement, kan beweging een essentieel onderdeel vormen van een integratieve zorgaanpak.

Conclusie

Fysieke activiteit is meer dan alleen een middel om fit te blijven. Voor mensen met kanker, en in het bijzonder voor borstkankerpatiënten, speelt beweging een centrale rol in het beheersen van klachten, het verbeteren van de mentale en fysieke gezondheid, en het creëren van een duurzame nazorgtraject. De aanbevelingen van de KNGF Richtlijn Oncologie (2022) bieden een duidelijke richting voor het ontwikkelen van oefenprogramma’s die afgestemd zijn op de unieke behoeften van elke patiënt.

Door beweging in te voeren vóór de start van de behandeling, en door gedetailleerde programma’s te ontwikkelen in samenwerking met fysiotherapeuten, kunnen patiënten profiteren van een betere kwaliteit van leven. Het is duidelijk dat een integratieve aanpak, waarin fysieke activiteit centraal staat, een waardevolle aanvulling is op het oncologisch zorgtraject.

Bronnen

  1. Campbell KL, et al. Exercise guidelines for cancer survivors: consensus statement from international multidisciplinary roundtable. Med Sci Sports Exerc. 2019;51(11):2375-90.
  2. KNGF Richtlijn Oncologie, 2022.
  3. Bruce J, et al. Randomised controlled trial of exercise to prevent shoulder problems in women undergoing breast cancer treatment: study protocol for the prevention of shoulder problems trial (UK PROSPER). BMJ Open 2018;8:e019078.
  4. Duijts SF, et al. Effectiveness of behavioral techniques and physical exercise on psychosocial functioning and health-related quality of life in breast cancer patients and survivors--a meta-analysis. Psychooncology. 2011 Feb;20(2):115-26.
  5. Bruning PF, et al. Bone mineral density after adjuvant chemotherapy for premenopausal breast cancer. Br J Cancer. 1990 Feb;61(2):308-10.
  6. Gezondheidsraad. Advies Evaluatie van de voedingsnormen voor vitamine D. 2012.
  7. Cho Y, et al. Effects of a physical therapy program combined with manual lymphatic drainage on shoulder function, quality of life, lymphedema incidence, and pain in breast cancer patients with axillary web syndrome following axillary dissection. Support Care Cancer. 2016 May;24(5):2047-2057.

Gerelateerde berichten