Oefeningen om de achterhand van het paard te activeren en te trainen

Het activeren en trainen van de achterhand van het paard is van essentieel belang voor het algehele welzijn, prestatieniveau en bewegingsvrijheid van het dier. Paarden lopen van nature op hun voorhand, wat betekent dat het zware deel van hun lichaamsgewicht op de voorkant rust. Bij een ongetraind paard kan dit leiden tot een reeks van problemen zoals verminderde wendbaarheid, belastingverdeling van het gewicht van de ruiter, en verhoogde kans op blessures. Het doel van diverse oefeningen is om het gewicht van de voorhand naar de achterhand te verplaatsen, waardoor het paard lichter op de voorhand komt te staan, beter kan bewegen en minder kans loopt op letsel.

In dit artikel worden verschillende oefeningen besproken die effectief zijn om de achterhand van het paard te trainen. Deze oefeningen zijn gebaseerd op de praktijk, theorie en ervaring zoals beschreven in betrouwbare bronnen. Binnen de oefeningen worden ook aandachtspunten voor de balans van het zadel en de fysieke toestand van het paard besproken, omdat deze ook een belangrijke rol spelen in de effectiviteit van de training.


Wat is de achterhand en waarom is het belangrijk om deze te trainen?

De achterhand van een paard verwijst naar het achterste deel van het lichaam, waar de heupen en de achterbenen gelegen zijn. Bij paarden die van nature op hun voorhand lopen, rust 60% van hun lichaamsgewicht op de voorkant. Wanneer een ruiter op het paard komt, neemt dit percentage verder toe, wat leidt tot een verhoogde belasting op de voorhand. Deze situatie kan ertoe leiden dat het paard:

  • Vaker struikelt
  • Minder wendbaar is
  • Teveel gewicht op de voorbenen draagt, wat tot blessures kan leiden
  • Hangt op de teugel, wat voor de ruiter fysiek vermoeiend is
  • Minder vrij in de schouders kan bewegen

Het trainen van de achterhand helpt bij het verlagen van deze risico’s. Het paard leert het gewicht van de ruiter beter te verdelen en het gewicht naar de achterhand te verplaatsen. Hierdoor komt het paard lichter op de voorhand te staan, wat het beweeglijker maakt en het risico op blessures vermindert.


Oefeningen voor het activeren van de achterhand

1. Drijven

Een van de eenvoudigste en meest effectieve manieren om de achterhand te activeren is door het geven van drijfdruk. Het paard moet leren goed te reageren op het been, wat betekent dat het de spieren in de heupen en de achterbenen moet activeren om het gewicht naar achteren te verplaatsen. Let erop dat het paard niet in overtempo gaat lopen, want dan verlies je de energie juist. Het doel is om een deel van de energie op de achterhand te brengen, niet om het paard te laten struikelen of te verveel te raken.

2. Schijnovergangen

Schijnovergangen zijn een slimme manier om de achterhand te trainen. Bij deze oefening probeert het paard bijvoorbeeld bijna van draf naar stap te gaan, maar niet helemaal. Hetzelfde geldt voor galop naar draf. Door deze schijnbare overgangen maakt het paard gebruik van de spieren in de achterhand om het gewicht te verplaatsen, zonder dat het volledig moet veranderen van gang. Dit is een fijne oefening om het paard geleidelijk te trainen en de beweging te verfijnen.

3. Overgangen rijden

Rijden met overgangen helpt het paard om het gewicht van de ruiter beter te verdelen. Dit betekent het maken van overgangen zoals van draf naar stap, van galop naar draf, of overgangen binnen dezelfde gang, zoals van arbeidsdraf naar uitgestrekte draf. Door deze overgangen regelmatig te rijden, leert het paard het gewicht van de ruiter terug te brengen op de achterhand, wat het lichter en wendbaarder maakt.

4. Figuren rijden

Rijden met figuren is een creatieve manier om de achterhand te trainen. Figuren zoals een volte, slangenvolte of gebroken lijnen helpen het paard om zijn achterbeen goed eronder te zetten. Door de paard regelmatig te laten wisselen tussen verschillende figuren, voorkom je dat het de oefeningen gedachteloos uitvoert. Dit maakt de training voor het paard prettiger en effectiever.

5. Hulpen voor overgangen

Bij het rijden van overgangen zijn hulzen zoals de benen, het zweepje en de handen erg belangrijk. Het paard moet leren goed op deze hulzen te reageren, wat betekent dat het de spieren in de achterhand moet gebruiken om het gewicht te verplaatsen. Het is belangrijk om te letten op het tempo van het paard. Als het paard in overtempo gaat lopen, verlies je de energie en bereik je het gewenste effect niet.


Aanpassing van het zadel

Naast fysieke oefeningen is het ook belangrijk om te kijken naar de balans van het zadel. Het zadel speelt een grote rol in de belastingverdeling en de bewegingsvrijheid van het paard. Als het zadel niet goed past of niet in balans ligt, kan dit leiden tot verkeerde drukverdeling, wat de training van de achterhand bemoeilijkt. Hier zijn enkele aandachtspunten:

1. Balans van het zadel

Elk zadel moet in balans liggen, ongeacht het type (dressuurzadel, springzadel, boomlooszadel of westernzadel). Wanneer het zadel niet in balans ligt, kan het paard gedwongen worden om op de voorhand te draaien, wat de training van de achterhand negatief beïnvloedt. Als het zadel naar voren of achteren verschuift, is het tijd om het te laten controleren.

2. Passend zadel

Een zadel dat niet goed past, kan het paard pijnlijk belasten. Bijvoorbeeld een te langes zadel dat verder ligt dan de 18e rib kan de lendenen van het paard irriteren. Een te kort zadel kan daarentegen te veel druk op de schouders leggen. Het is belangrijk om regelmatig te controleren of het zadel nog goed past, met name als het paard groeit of verandert in lichaamsgewicht.

3. Problemen met het zadel

Soms ontstaan er kuiltjes in de kussens van het zadel, wat leidt tot drukpuntjes op de rug van het paard. Het paard probeert dit te ontlasten door scheef te lopen, wat op zijn beurt de ruiter scheef laat zitten. Dit is een teken dat het zadel aangepast moet worden of vervangen.


Fysieke toestand van het paard

1. Wintervacht en dekens

De wintervacht van het paard speelt een rol in de fysieke toestand. Het paard heeft een eigen thermoregulatiesysteem dat het warm houdt. Als de wintervacht goed is, heeft het paard minder behoefte aan een deken. Echter, als het paard bijvoorbeeld oud is of in slechte conditie verkeert, kan het profiteren van een goed afgestemde deken. Een deken moet ademend zijn en vocht niet doorlaten. De keuze voor het scheren van het paard hangt af van de activiteit en het klimaat.

2. Bindweefsel en bewegingsvrijheid

Bindweefsel speelt een belangrijke rol in de bewegingsvrijheid van het paard. Bij oudere paarden kan het bindweefsel verkleefd raken, wat leidt tot stijfheid en verminderde beweging. Losmaken van het bindweefsel kan de doorbloeding verbeteren, wat het paard warmer en losser maakt. Dit heeft een positief effect op de training van de achterhand, omdat het paard nu beter kan bewegen en lichter op de voorhand komt te staan.


Psychologische aspecten van het trainen van de achterhand

1. Geduld en consistentie

Het trainen van de achterhand vereist geduld en consistentie. Het paard moet geleidelijk leren om het gewicht van de ruiter naar de achterhand te verplaatsen. Het is belangrijk om de oefeningen niet te forceren, maar het paard te stimuleren om zelf het gewicht te verplaatsen. Dit helpt om stress te voorkomen en het vertrouwen tussen ruiter en paard te versterken.

2. Feedback en beloning

Het geven van feedback en beloning is een effectieve manier om het paard te motiveren. Wanneer het paard een goede oefening goed uitvoert, kan het beloond worden met een klik of een beloning zoals een lekkernapje. Dit helpt het paard om te leren wat er van hem verwacht wordt en versterkt het positieve gedrag.


Conclusie

Het trainen van de achterhand van het paard is een essentieel onderdeel van het algehele fitness- en prestatieniveau van het dier. Door het gewicht van de ruiter naar de achterhand te verplaatsen, wordt het paard lichter op de voorhand, wat het beweeglijker maakt en het risico op blessures vermindert. Oefeningen zoals drijven, schijnovergangen, overgangen rijden en het rijden van figuren zijn effectief om de achterhand te activeren. Bovendien is het belangrijk om te letten op de balans en passiviteit van het zadel, evenals de fysieke toestand van het paard. Tenslotte speelt geduld, feedback en beloning een rol in het succesvol trainen van de achterhand. Een goed getraind paard is niet alleen fitter, maar ook gelukkiger en wendbaarder.


Bronnen

  1. Paardrijden op de voorhand
  2. Cursus massage en stretchen
  3. Voor elk zadelprobleem is er een oplossing
  4. Nieuws over paarden

Gerelateerde berichten