Oefeningen na bestraling van de monnikskapspier: een revalidatieplan voor herstel en beweeglijkheid

Inleiding

Na bestraling van de monnikskapspier, ofwel de trapèzespier, kan het noodzakelijk zijn om een gerichte revalidatie te starten. De monnikskapspier speelt een centrale rol in de stabiliteit van de schoudergordel en is verantwoordelijk voor bewegingen als het heffen van de schouders en het draaien van het hoofd. Bij bestraling kan het voorkomen dat deze spier verlamd raakt of dat er een verminderde zenuwstuurbaarheid optreedt. Dit kan leiden tot een verminderde beweeglijkheid, zwakte of pijn.

In dit artikel bespreken we een reeks oefeningen die gericht zijn op het behouden en verbeteren van de beweeglijkheid en de kracht van de schouder en nek. Deze oefeningen zijn ontworpen om de monnikskapspier aan te zetten, wanneer deze nog in staat is tot zenuwsturing, en om de omringende spieren te versterken. Bovendien worden er richtlijnen gegeven voor het dagelijks gebruik van de arm aan de geopereerde zijde, om een overbelasting te voorkomen.

De oefeningen zijn afkomstig uit betrouwbare bronnen van medische instellingen zoals het Radboud UMC en het LUMC, en zijn gericht op een zorgvuldige, stapsgewijze aanpak van de revalidatie. Het doel is om de bewegingsruimte te vergroten en het dagelijks functioneren te ondersteunen, zodat de patiënt een zo normaal mogelijk hersteltraject kan volgen.

Aanbevelingen voor het dagelijks leven

Om een goede revalidatie te kunnen realiseren, is het belangrijk dat de patiënt zich aan een aantal richtlijnen houdt. Deze richtlijnen zijn bedoeld om de schouder niet te overbelasten en om een optimale herstelomgeving te creëren.

Vermijden van belasting

Het is verstandig om zware activiteiten aan de geopereerde arm te vermijden. Dit betreft bijvoorbeeld:

  • Tuinieren
  • Klussen
  • Plafond witten
  • Het dragen van zware tassen aan de geopereerde zijde

Langdurig boven het hoofd werken met de hand aan de geopereerde zijde, zoals het ophangen van was of het lappen van ramen, moet ook worden vermeden. Deze activiteiten kunnen leiden tot spanning of verder afbraak van de gevoelige spieren en zenuwen in de schouderregio.

Ondersteuning van de arm

Bij activiteiten waarbij langdurig staat of zit wordt, is het verstandig om de arm aan de geopereerde zijde extra te ondersteunen. Dit kan door:

  • De hand in de broekzak te houden
  • De elleboog op een leuning te rusten

Ook bij het aankleden en uitkleden is een bepaalde techniek aan te raden. Bij het aankleden moet de arm aan de geopereerde zijde het eerst in de mouw worden gestoken. Bij het uitkleden moet deze arm het laatste uit de mouw worden gehaald. Deze aanbevelingen zijn bedoeld om spanning in de schouder te voorkomen en het herstel te ondersteunen.

Gebruik van de arm

Hoewel de arm niet moet worden geforceerd, is het belangrijk om deze in het dagelijks leven zoveel mogelijk te gebruiken. Dit helpt bij het herstellen van de beweegbaarheid en het voorkomen van spieratrofie. Het is echter verstandig om de schouders ontspannen te houden, zonder deze naar beneden of omhoog te trekken. Dit voorkomt extra belasting en mogelijke pijn.

Oefeningen voor beweeglijkheid van nek en schouder

Een essentieel onderdeel van de revalidatie is het uitvoeren van oefeningen die gericht zijn op het behouden en verbeteren van de beweegbaarheid van nek en schouder. Deze oefeningen zijn eenvoudig uit te voeren, meestal in rustige tempo’s en met korte pauzes. Het is raadzaam om deze oefeningen meerdere keren per dag uit te voeren, zolang het comfortabel en veilig is.

1. Zijwaarts kantelen van het hoofd

Oefenhouding:
Zit rechtop met de schouders ontspannen en de rug gesteund.

Uitvoering:
- Kantel het hoofd zover mogelijk naar de linkerschouder, terwijl je rechtdoor kijkt. Zorg ervoor dat de schouders niet opgetrokken worden. - Houd deze houding 5 seconden vast. - Herhaal de oefening in de andere richting, naar de rechterschouder.

Doel: Deze oefening helpt bij het verbeteren van de laterale buiging van de nek en vermindert de kans op verstijf.

2. Voor- en achteroverkantelen van het hoofd

Oefenhouding:
Zit rechtop met de schouders ontspannen en de rug gesteund.

Uitvoering:
- Kantel het hoofd rustig voorover met de kin in de richting van de borst. - Kantel het hoofd vervolgens zover mogelijk achterover, met de kin in de richting van het plafond.

Doel: Deze oefening stimuleert de beweegbaarheid van de nek in voorwaartse en achterwaartse richting, wat essentieel is voor het dagelijks functioneren.

3. Voorwaarts bewegen van armen

Oefenhouding:
Zit op een stoel met de rug gesteund of lig op de rug.

Uitvoering:
- Hef de armen gestrekt naar voren tot langs de oren. - Als de beweging niet gemakkelijk gaat, mag je de arm aan de geopereerde zijde ondersteunen.

Doel: Deze oefening helpt bij het verbeteren van de voortbeweging van de armen en ondersteunt de coördinatie van de schoudergordel.

4. Zijwaarts bewegen van armen

Oefenhouding:
Lig op de zij met de arm gestrekt langs de lichaamsvlak.

Uitvoering:
- Beweeg de arm rustig opzij en omhoog. - Ga door tot de arm recht omhoog is gestrekt of tot je niet verder kunt. - Houd dit enkele seconden vast. - Breng de arm vervolgens rustig terug naar de startpositie.

Doel: Deze oefening versterkt de laterale bewegingsruimte van de armen en helpt bij het herstellen van de schouderbeweging.

Spierversterkende oefeningen

Neben het verbeteren van de beweegbaarheid is het ook belangrijk om de spieren rondom de schouder te versterken. Dit ondersteunt de stabiliteit van de schoudergordel en vermindert de kans op verdere blessures. De volgende oefeningen zijn ontworpen om de monnikskapspier en andere schoudermusculatuur te versterken, maar alleen wanneer de spier prikkels kan ontvangen van de zenuw.

5. Heffen van de schoudergordel

Oefenhouding:
Zit rechtop met de schouders ontspannen en de rug gesteund. Voer de oefening bij voorkeur voor een spiegel uit.

Uitvoering:
- Trek beide schouders tegelijk op richting je oren. - Zorg ervoor dat de beweging links en rechts gelijk is. - Laat de schouders niet naar voren bewegen tijdens het optrekken.

Doel: Deze oefening versterkt de schoudergordel en helpt bij het verbeteren van de controle over de schouders.

6. Rekken van de borstspieren

Oefenhouding 1:
Lig op de rug of zit rechtop met de handen gevouwen in de nek. De rug hoeft niet gesteund te worden.

Uitvoering:
- Als je liggend oefent, druk je de ellebogen tegen de ondergrond.

Oefenhouding 2:
Zit met de rug niet gesteund en de armen hangend langs het lichaam.

Uitvoering:
- Trek beide schouders tegelijk naar achteren. De armen blijven rustig hangen.

Doel: Deze oefening helpt bij het verbeteren van de bewegingsruimte van de borstspieren en de schouderbeweging.

7. Voorwaarts heffen van de armen

Oefenhouding:
Lig op de zij met de arm gestrekt langs de lichaamsvlak.

Uitvoering:
- Beweeg de arm voorwaarts omhoog. - Als de beweging niet gemakkelijk gaat, mag je de arm aan de geopereerde zijde ondersteunen.

Doel: Deze oefening helpt bij het herstellen van de voortbeweging van de arm en versterkt de schoudermusculatuur.

Tips voor het oefenen

Tijdens het uitvoeren van de oefeningen is het belangrijk om rustig te werken en de laatste houding even vast te houden. Dit zorgt voor een optimale stimulering van de spieren en voorkomt overbelasting. Het is raadzaam om de oefeningen meerdere keren per dag uit te voeren, zolang het comfortabel en veilig is.

Je fysiotherapeut kan je aangeven hoe vaak je de oefeningen moet herhalen en of je een gewicht mag gebruiken. Dit is afhankelijk van jouw persoonlijke hersteltraject en de toestand van de monnikskapspier.

Conclusie

De revalidatie na bestraling van de monnikskapspier is een essentieel onderdeel van het herstelproces. Door het uitvoeren van gerichte oefeningen voor de beweegbaarheid van nek en schouder, en het versterken van de schoudermusculatuur, is het mogelijk om de bewegingsruimte en kracht van de schouder te herstellen. Bovendien zijn er een aantal richtlijnen voor het dagelijks leven die helpen bij het voorkomen van overbelasting en het ondersteunen van een zo normaal mogelijk herstel.

De oefeningen zijn eenvoudig uit te voeren en kunnen meerdere keren per dag herhaald worden. Het is belangrijk om rustig te werken en de laatste houding even vast te houden. Je fysiotherapeut kan je helpen bij het afstemmen van het revalidatieplan op jouw persoonlijke behoeften en voortgang.

Bronnen

  1. Radboud UMC – Adviezen en oefeningen na halsklierdissectie
  2. LUMC – Halsklierdissectie

Gerelateerde berichten