Effectieve oefeningen bij een humerusfractuur: herstel en herstelproces optimaliseren

Wanneer iemand last heeft van een humerusfractuur – een breuk in het bovenarmbeen – is een goed georganiseerd herstelplan van essentieel belang. Het herstel van een gebroken bovenarm vereist niet alleen medische aandacht, maar ook een strategische aanpak van fysieke oefeningen die gericht zijn op het herstellen van bewegingsmogelijkheid, kracht en functie. De oefeningen die uitgevoerd worden in de beginfase van de herstelperiode spelen een cruciale rol in het voorkomen van complicaties zoals spieratrofie en artritis. In dit artikel bespreken we de meest relevante oefeningen bij een humerusfractuur, gebaseerd op medische richtlijnen en aanbevelingen van betrouwbare zorginstellingen.

Het belang van oefentherapie bij een humerusfractuur

Een humerusfractuur kan op verschillende manieren optreden, van een eenvoudige breuk tot een complexe schouderbreuk. In alle gevallen is het herstel proces een traject dat zorgvuldig moet worden gevolgd. De NHG-standaard voor schouderklachten en andere betrouwbare zorgbronnen benadrukken dat het aanbevolen is om de schouder en bovenarm te bewegen zodra de situatie dat toelaat. Dit helpt om spieratrofie te voorkomen en de mobiliteit van de schouder te behouden.

Oefentherapie bij een humerusfractuur is echter geen eenvoudige zaak. De NHG-standaarden stellen dat de kwaliteit van het bewijs voor de effectiviteit van oefentherapie bij schouderklachten "zeer laag" is. Dit betekent dat er geen duidelijke conclusies kunnen worden getrokken over het nut van oefentherapie in vergelijking met placebo of NSAID’s. Toch benadrukken de bronnen dat het aanbevolen is om zowel beweging als rust tussenuit te voeren, afhankelijk van de mate van pijn en het hersteltraject.

Fasegerichte oefeningen: van rust tot actief herstel

Het hersteltraject bij een humerusfractuur kan in fases worden ingedeeld. In de eerste fases is het doel om de bewegingsmogelijkheid in de vingers, elleboog en schouder te behouden en pijn te beheersen. In latere fases wordt de focus gelegd op het herstellen van kracht en het uitbreiden van de bewegingsmogelijkheid. De volgende oefeningen zijn hierop gericht en zijn afgeleid uit medische gidsen en anekdotische ervaringen van patiënten.

Fase 1: Eerste 2 weken – rust en voorzichtige bewegingen

In de eerste 2 weken na een humerusfractuur is het belangrijk om de schouder en bovenarm te beschermen, maar tegelijkertijd moet men voorzichtig beginnen met het behouden van bewegingsmogelijkheid in de vingers en pols. Een Gilchrist sling wordt vaak aanbevolen om het gewicht van de arm te dragen en bewegingen in de schouder te beperken. De volgende oefeningen zijn toegestaan tijdens deze fase:

  • Oefening 1 – Beweging van vingers en hand: Houd de arm in de sling en maak 10 tot 15 keer per dag een vuist. Dit helpt om de bloedcirculatie in de hand te behouden en spieratrofie in de hand te voorkomen.

  • Oefening 2 – Pendelbeweging: Ga iets gebukt voorover staan en maak kleine cirkelbewegingen met de elleboog. Deze oefening stimuleert de bewegingsmogelijkheid in de elleboog zonder belasting te leggen op de schouder.

  • Oefening 3 – Cirkelbewegingen in de schouder: Als de pijn het toelaat, laat de arm rustig naar beneden hangen en maak kleine cirkelbewegingen links- en rechtsom. Zorg ervoor dat je niet te ver gaat en het gevoel van pijn nauwlettend volgt.

Deze oefeningen zijn van cruciaal belang om spierstijfheid en contracturen te voorkomen. Het is belangrijk om de oefeningen voorzichtig en met regelmaat te doen, maar nooit tot het punt van pijn. Het doel is om het herstelproces te ondersteunen, niet om het traject te verlengen.

Fase 2: 2 tot 6 weken – uitbreiding van bewegingsmogelijkheid

Na de eerste 2 weken kan de focus liggen op het uitbreiden van de bewegingsmogelijkheid in de schouder en elleboog. De Gilchrist sling kan geleidelijk worden losser worden gebruikt of zelfs afgedaan, afhankelijk van de medische instructies van de behandelend arts of fysiotherapeut. In deze fase wordt het belang van oefentherapie duidelijk.

  • Oefening 4 – Buigen en strekken van de elleboog: Ga gebukt voorover staan en buig de elleboog zoveel mogelijk. Strek hem daarna weer voorzichtig. Herhaal deze oefening 10 keer. Dit helpt bij het herstellen van de bewegingsmogelijkheid in de elleboog.

  • Oefening 5 – Beweging van de schouder naar de borstkas: Beweeg je hand over je borstkas naar de gezonde schouder en probeer het schouderblad aan te raken. Ondersteun je elleboog met je andere hand. Deze oefening stimuleert de mobiliteit van de schouder.

  • Oefening 6 – Handen tegen elkaar: Plaats je handen tegen elkaar voor de borstkas en zet ze tegen elkaar. Dit activeert de spieren aan de voorkant van de schouder en draagt bij aan de herstel van de functie.

  • Oefening 7 – Arm naar schouderhoogte brengen: Strek je arm en breng deze naar voren tot schouderhoogte. Zorg ervoor dat je schouder zo laag mogelijk blijft. Als dit te pijnlijk is, kun je het handvat van een stok gebruiken om je arm te ondersteunen.

Tijdens deze fase is het belangrijk om je bewegingsmogelijkheid geleidelijk te verbeteren. Het is normaal dat het proces traag verloopt, en het is aan te raden om de oefeningen met regelmaat uit te voeren, maar nooit tot het punt van pijn.

Fase 3: 6 weken en verder – herstel van functie en kracht

In de laatste fase van het herstelproces wordt de focus gelegd op het herstellen van kracht en functie. De bewegingsmogelijkheid is meestal behouden of hersteld, en het doel is nu om de schouder weer krachtig en functioneel te maken. De volgende oefeningen zijn geschikt voor deze fase:

  • Oefening 8 – Beweging van de schouderbladen: Ga goed rechtop zitten en beweeg je schouderbladen rustig naar elkaar toe. Herhaal dit 10 keer. Deze oefening helpt bij het herstellen van de functie van de schouderbladen en vermindert spierstijfheid.

  • Oefening 9 – Beweging van de arm naar schouderhoogte: Breng je arm naar voren tot schouderhoogte. Zorg ervoor dat je schouder zo laag mogelijk blijft. Als het heffen van de arm nog te pijnlijk is, kun je een stok of muur gebruiken om je arm te ondersteunen.

  • Oefening 10 – Ondersteuning bij het heffen van de arm: Ondersteun je aangedane arm bij de pols, elleboog of bovenarm en begeleid de beweging van je arm tot schouderhoogte. Deze oefening helpt bij het herstel van kracht in de schouder.

  • Oefening 11 – Kruipen met de hand tegen de muur: Kruip met je hand tegen de muur omhoog tot schouderhoogte. Deze oefening stimuleert de bewegingsmogelijkheid en kracht in de schouder.

  • Oefening 12 – Gebruik van een stok: Ga op je rug liggen en pak met beide handen een stok vast. Breng de stok omhoog tot schouderhoogte. Deze oefening helpt bij het herstellen van de functie van beide schouders.

In deze fase is het belangrijk om de oefeningen geleidelijk te verhogen in intensiteit. Het is normaal dat de kracht niet direct terugkomt, en het is aan te raden om het traject rustig aan te doen. Het doel is om de schouder functioneel en krachtig te herstellen, niet om pijn of blessures te veroorzaken.

Aanvullende maatregelen en medische adviezen

Hoewel oefentherapie een belangrijke rol speelt in het hersteltraject, is het ook belangrijk om rekening te houden met aanvullende maatregelen en medische adviezen. De NHG-standaard benadrukt dat het aanbevolen is om analgetica zoals paracetamol of NSAID’s te gebruiken bij pijn. Deze medicijnen kunnen het herstelproces ondersteunen door de pijn te beheersen en de motivatie voor oefentherapie te verhogen.

Bij hevige pijn kan ook overwogen worden om een lokale injectie met corticosteroïden te gebruiken. Deze injectie kan de ontstekingsreactie verminderen en het hersteltraject versnellen. Het is echter belangrijk om deze behandeling te laten beoordelen door een arts, omdat er ook risico’s zijn verbonden aan corticosteroidgebruik.

Naast medicamenteuze behandelingen kan ook overwogen worden om fysiotherapie te gebruiken. Fysiotherapie omvat niet alleen oefentherapie, maar ook manuele therapie en andere technieken die gericht zijn op het herstellen van functie. De NHG-standaard benadrukt echter dat het bewijs voor de effectiviteit van fysiotherapie bij schouderklachten beperkt is. Toch is het aan te raden om fysiotherapie in overweging te nemen bij (dreigend) disfunctioneren.

Gebruik van een Gilchrist sling: tips en aanbevelingen

Een Gilchrist sling is een belangrijk hulpmiddel in het hersteltraject bij een humerusfractuur. Deze sling helpt bij het dragen van het gewicht van de arm en beperkt de beweging in de schouder. Het is aan te raden om de sling niet af te doen in de eerste 2 weken, behalve bij het douchen. Het is belangrijk om de sling op de juiste manier te gebruiken, zodat er geen druk op de schouder komt en er geen complicaties ontstaan.

Bij het gebruik van een Gilchrist sling is het belangrijk om de pols regelmatig te bewegen. Dit helpt om de bloedcirculatie in de hand te behouden en spieratrofie te voorkomen. Het is ook belangrijk om de sling niet te strak te spannen, omdat dit kan leiden tot drukverdeling en pijn. Het is aan te raden om de sling dagelijks te controleren en te vervangen als nodig is.

Het belang van een persoonlijke aanpak en geduld

Het hersteltraject bij een humerusfractuur is een individueel proces. Iedereen herstelt op zijn eigen tempo, en het is belangrijk om geduld te hebben. Het is aan te raden om het hersteltraject rustig aan te doen en niet te snel te proberen te veel te doen. Het is belangrijk om te luisteren naar je lichaam en het te geven wat het nodig heeft.

Het is ook belangrijk om contact te houden met de behandelend arts of fysiotherapeut. Deze professionals kunnen helpen bij het beoordelen van de voortgang en het aanpassen van het hersteltraject. Het is aan te raden om regelmatig controles af te nemen en eventuele vragen of zorgen te bespreken.

Het hersteltraject bij een humerusfractuur is een traject dat zorgvuldig moet worden gevolgd. Het is aan te raden om een persoonlijke aanpak te kiezen, waarbij het doel is om het hersteltraject zo efficiënt en functioneel mogelijk te maken. Het is belangrijk om geduld te hebben en het traject rustig aan te doen.

Conclusie

Bij een humerusfractuur is een goed georganiseerd herstelplan van essentieel belang. Oefentherapie speelt een cruciale rol in het hersteltraject, maar het is belangrijk om te rekening te houden met de beperkingen van het bewijs voor de effectiviteit van oefentherapie. Het is aan te raden om oefeningen uit te voeren die gericht zijn op het herstellen van bewegingsmogelijkheid, kracht en functie. Het is belangrijk om het hersteltraject rustig aan te doen en niet te snel te proberen te veel te doen.

Het hersteltraject bij een humerusfractuur is een individueel proces. Iedereen herstelt op zijn eigen tempo, en het is belangrijk om geduld te hebben. Het is aan te raden om contact te houden met de behandelend arts of fysiotherapeut. Deze professionals kunnen helpen bij het beoordelen van de voortgang en het aanpassen van het hersteltraject.

Het is belangrijk om te luisteren naar je lichaam en het te geven wat het nodig heeft. Het hersteltraject bij een humerusfractuur is een traject dat zorgvuldig moet worden gevolgd. Het is aan te raden om een persoonlijke aanpak te kiezen, waarbij het doel is om het hersteltraject zo efficiënt en functioneel mogelijk te maken.

Bronnen

  1. NHG-standaard voor schouderklachten
  2. Behandeling van een gebroken bovenarm
  3. Behandeling van een gebroken schouderkop zonder operatie
  4. Een patiëntvertelling over het herstelproces
  5. Granviken F, Vasseljen O. Home exercises and supervised exercises are similarly effective for people with subacromial impingement: a randomised trial. J Physiother 2015;61:135-41.
  6. Wu YC, Tsai WC, Tu YK, Yu TY. Comparative effectiveness of nonoperative treatments for chronic calcific tendinitis of the shoulder: a systematic review and network meta-analysis of randomized controlled trials. Arch Phys Med Rehabil 2017;98:1678-92.
  7. Huisstede BM, Gebremariam L, Van der Sande R, Hay EM, Koes BW. Evidence for effectiveness of extracorporal shock-wave therapy (ESWT) to treat calcific and non-calcific rotator cuff tendinosis--a systematic review. Man Ther 2011;16:419-33.
  8. Kvalvaag E, Brox JI, Engebretsen KB, Soberg HL, Juel NG, Bautz-Holter E, et al. Effectiveness of radial extracorporeal shock wave therapy (ESWT) when combined with supervised exercises in patients with subacromial shoulder pain: a double-masked, randomized, sham-controlled trial. Am J Sports Med 2017;45:2547-54.
  9. Ryosa A, Laimi K, Aarimaa V, Lehtimaki K, Kukkonen J, Saltychev M. Surgery or conservative treatment for rotator cuff tear: a meta-analysis. Disabil Rehabil 2016:1-7.
  10. Hall ML, Mackie AC, Ribeiro DC. Effects of dry needling trigger point therapy in the shoulder region on patients with upper extremity pain and dysfunction: a systematic review with meta-analysis. Physiotherapy 2018;104:167-77.

Gerelateerde berichten