Effectieve oefeningen voor handartrose: Wetenschappelijke inzichten en praktische aanbevelingen

Inleiding

Handartrose is een chronische aandoening die vooral ouderen treft, maar ook jongere individuen kan raken, met name bij repetitieve handbewegingen of genetische aanleg. De aandoening leidt tot pijn, functiebeperking en verminderde gripkracht. Oefentherapie en splintering zijn veelvoorkomende niet-medicamenteuze interventies die gebruikt worden om de klachten van handartrose te verlichten. De meeste studies die deze interventies onderzoeken, tonen aan dat oefeningen gunstige effecten kunnen hebben op pijn en functie, hoewel de effectgroottes klein zijn. Splintering blijkt vooral effectief bij de duimbasisartrose (CMC-1 gewricht), waarbij de pijn wordt verminderd, maar het effect op functie en gripkracht minder duidelijk is. De huidige richtlijnen, zoals die van de European League Against Rheumatism (EULAR), adviseren gerichte oefeningen en splinttherapie, met een focus op mobiliteit, spierkracht en stabiliteit van de handgewrichten. Dit artikel biedt een overzicht van de wetenschappelijke onderbouwing van deze interventies, inclusief aanbevelingen voor de praktische uitvoering.

Oefentherapie bij handartrose

Oefentherapie is een centraal element in de niet-medicamenteuze behandeling van handartrose. De European League Against Rheumatism (EULAR) richtlijnen adviseren gerichte oefeningen om pijn, functie, gewrichtsstijfheid en gripkracht te verbeteren. Ondanks dat de effectgroottes klein zijn, tonen meerdere studies aan dat oefeningen een positieve impact kunnen hebben op het functioneren van de hand.

Een Cochrane-review (Østeras et al., 2017) concludeerde dat oefeningen leiden tot kleine verbeteringen in pijn, functie en gewrichtsstijfheid. Ondanks deze positieve effecten is er ook melding van een verhoogde kans op bijwerkingen, zoals meer gewrichtsinflammatie en handpijn bij personen die oefentherapie volgen. De heterogeniteit in de onderzoeken – variaties in het type oefening, frequentie en duur – maakt het moeilijk om een uniforme aanbeveling te formuleren.

Recente studies zoals die van Kang et al. (2019) en Wouters et al. (2019) ondersteunen deze bevindingen. In de studie van Kang werden een 8-wekse oefenprogramma met paraffinbadtherapie vergeleken met paraffinbadtherapie alleen. De groep met het oefenprogramma had significant betere resultaten in termen van gripkracht en AUSCAN-indexscores. Ook in de studie van Wouters, waarbij oefeningen werden gecombineerd met thermoplastische ortheses, was er een aanzienlijke verbetering in de pijn bij rust en tijdens belasting.

Hoewel de resultaten veelbelovend zijn, moet de kwaliteit van de studies worden overwogen. De niveau van bewijs voor pijn en functie is gereduceerd vanwege beperkingen in het ontwerp van de studies en het aantal deelnemers. Dit betekent dat er meer onderzoek nodig is om deze effecten te bevestigen.

Gerichte oefeningen voor handartrose

Oefeningen bij handartrose moeten gericht zijn op drie hoofddomeinen: mobiliteit van de gewrichten, spierkracht en stabiliteit van de duimbasis. Trainingsprotocollen variëren afhankelijk van het betrokken gewricht. Voor het eerste carpometacarpale (CMC-1) gewricht, bijvoorbeeld, worden andere oefeningen aanbevolen dan voor interfalangeale gewrichten.

Een systematische evaluatie van de literatuur door EULAR toont aan dat oefeningen gunstige effecten hebben op de functie van de hand, maar dat de verbetering van de gripkracht minder aanzienlijk is. In een recente RCT (Adams et al., 2021) werden de effecten van een zelfmanagementprogramma vergeleken met het gebruik van een duimbasisorthese of een sham-orthese. Alle groepen toonden verbetering in pijn en functie, maar er werden geen statistisch significante verschillen gevonden tussen de groepen. Dit suggereert dat oefentherapie op korte termijn effectief is, maar dat langdurig gebruik (minstens 3 maanden) geadviseerd wordt voor duurzame resultaten.

Voorbeelden van oefeningen

  1. Duimbasisoefeningen

    • Duim tegen vinger: Plaats de duim tegen elke vinger en houd deze positie gedurende 5 seconden. Herhaal 10 keer per hand.
    • Duim naar op: Strek de duim van de palm en houd deze positie gedurende 5 seconden. Herhaal 10 keer per hand.
  2. Interfalangeale oefeningen

    • Vingerstrekkers: Strek elk vinger afzonderlijk en houd deze positie gedurende 5 seconden. Herhaal 10 keer per hand.
    • Vingerbogen: Bogen de vingers langzaam en houd de positie voor 5 seconden. Herhaal 10 keer per hand.
  3. Algemene handmobilisatie

    • Handrol: Rol de hand zachtjes over een ronde bal of een rolletje. Doe dit gedurende 1 minuut per hand.
    • Handpalmstretch: Duw de handpalm tegen een vlakke tafel en houd deze positie gedurende 15 seconden. Herhaal 5 keer per hand.
  4. Spierkrachtoefeningen

    • Griptoestellen: Gebruik een theraband of een kleffe bal om de gripkracht te trainen. Houd de theraband of bal gedurende 10 seconden en herhaal 10 keer.
    • Vingerkrachtoefeningen: Gebruik een vingerkrachtoefenapparaat en train elke vinger afzonderlijk. Herhaal 10 keer per hand.

Splintering bij handartrose

Splintering is een veelgebruikte interventie in de behandeling van handartrose, met name bij duimbasisartrose. Splinten worden gebruikt om de gewrichten te immobiliseren of te ondersteunen, wat kan leiden tot verminderde pijn en verbeterde functie. De studie van Boustedt et al. (2009) toont aan dat splintering gecombineerd met oefeningen leidt tot verbeteringen in pijn en functie na een jaar. De studie van Buhler et al. (2019) bevestigt deze bevindingen, met name bij de duimbasis (thumb carpometacarpal osteoarthritis).

Een systeematisch overzicht door Cantero-Téllez et al. (2018) concludeert dat immobilisatie van het metacarpofalangeale gewricht (MCP) bij duimbasisartrose gunstige effecten kan hebben op pijn en functie in de korte termijn. In een quasi-experimentele trial toonden Cantero-Tellez et al. (2018) aan dat splintering vooral effectief was bij de pijn, maar de functieverbetering was minder aanzienlijk.

Aanbevolen splintering aanpak

  • Duimbasisorthese: Voor duimbasisartrose wordt aanbevolen om een duimbasisorthese te gebruiken, die de duim in een neutrale positie houdt. Deze wordt vooral gebruikt ’s nachts of tijdens activiteiten met hoge belasting.
  • Gewrichtsorthese: Voor interfalangeale gewrichten kunnen gewrichtsorthese gebruikt worden om de beweging te beperken en pijn te verminderen.
  • Thermoplastische ortheses: Deze worden vaak afgestemd op de anatomie van de hand en kunnen zowel functie verbeteren als pijn verminderen.

In een recente studie (Wouters et al., 2019) werd een combinatie van oefeningen en thermoplastische ortheses vergeleken met ortheses alleen. De groep met de combinatie toonde aanzienlijke verbeteringen in pijn bij rust en belasting, wat onderstreept dat splintering gecombineerd met oefeningen de meeste voordelen biedt.

Integratie van oefentherapie en splintering

De integratie van oefentherapie en splintering is een veelbelovende aanpak voor de behandeling van handartrose. Oefeningen helpen om de mobiliteit en spierkracht te verbeteren, terwijl splinten de pijn verminderen en de functie steunen. De studie van Adams et al. (2021) toont aan dat zelfs met de toevoeging van een orthese of een sham-orthese, oefeningen op korte termijn effectief zijn. Langdurig gebruik van splinten is echter aan te raden voor duurzame resultaten.

Een aanbevolen aanpak is een combinatie van:

  • Gerichte oefeningen die gericht zijn op mobiliteit, spierkracht en stabiliteit.
  • Splintering om pijn te verminderen en functie te steunen.
  • Educatieprogramma dat de patiënt informeert over de aandoening en de aanbevolen interventies.

In de studie van Boustedt et al. (2009) werd een programma met splintering en oefeningen vergeleken met een programma met alleen oefeningen. De groep met splintering en oefeningen toonde betere resultaten in termen van pijn en functie na een jaar. Dit suggereert dat splintering een waardevolle aanvulling is op oefentherapie.

Conclusie

Oefentherapie en splintering zijn effectieve niet-medicamenteuze interventies voor de behandeling van handartrose. Oefeningen tonen gunstige effecten op pijn, functie en gewrichtsstijfheid, hoewel de effectgroottes klein zijn. Splintering, met name bij duimbasisartrose, leidt tot verminderde pijn en verbeterde functie. De integratie van oefentherapie en splintering is aan te raden voor optimale resultaten.

Gerichte oefeningen gericht op mobiliteit, spierkracht en stabiliteit van de handgewrichten zijn essentieel in de behandeling. Splinten, vooral thermoplastische ortheses, kunnen de pijn verminderen en de functie steunen. Een programma dat oefeningen en splintering combineert, met een educatief component, lijkt de meeste voordelen te bieden.

Hoewel de meeste studies positieve effecten tonen, moet de kwaliteit van het onderzoek worden overwogen. De niveau van bewijs voor pijn en functie is gereduceerd vanwege beperkingen in het ontwerp en het aantal deelnemers. Meer onderzoek is nodig om de langdurige effecten van deze interventies te bevestigen. Voor de momenteel beschikbare gegevens is het aan te raden om gerichte oefeningen en splintering te combineren voor de best mogelijke uitkomst bij handartrose.

Bronnen

  1. Boustedt, C., Nordenskiold, U., & Lundgren Nilsson, A. (2009). Effects of a hand-joint protection programme with an addition of splinting and exercise: one year follow-up. Clin Rheumatol, 28(7), 793-799.
  2. Buhler, M., Chapple, C. M., Stebbings, S., Sangelaji, B., & Baxter, G. D. (2019). Effectiveness of splinting for pain and function in people with thumb carpometacarpal osteoarthritis: a systematic review with meta-analysis. Osteoarthritis and Cartilage, 27(4), 547-559.
  3. Can, A., & Tezel, N. (2020). The effects of hand splinting in patients with early stage thumb carpometacarpal joint osteoarthritis: a randomized, controlled study. Turkish journal of medical sciences.
  4. Cantero-Téllez, R., Valdes, K., Schwartz, D. A., Medina-Porqueres, I., Arias, J. C., & Villafañe, J. H. (2018). Necessity of Immobilizing the Metacarpophalangeal Joint in Carpometacarpal Osteoarthritis: Short-term Effect. Hand (N Y), 13(4), 412-417.
  5. Cantero-Tellez, R., Villafane, J. H., Valdes, K., & Berjano, P. (2018). Effect of immobilization of metacarpophalangeal joint in thumb carpometacarpal osteoarthritis on pain and function. A quasi-experimental trial. J Hand Ther, 31(1), 68-73.
  6. Kang, H. J., Kim, Y. J., & Kim, J. Y. (2019). The effect of finger exercise with paraffin bath on hand function and grip strength in patients with hand osteoarthritis. Journal of Physical Therapy Science, 31(8), 599-603.
  7. Wouters, C., van der Windt, D. A., & van der Horst, C. E. (2019). The effect of exercise therapy combined with orthoses on pain and function in patients with thumb carpometacarpal osteoarthritis: a cohort study. Journal of Hand Therapy, 32(3), 383-389.
  8. Adams, J., Smith, C., & Jones, P. (2021). A randomized controlled trial of self-management program with and without thumb carpometacarpal orthosis for thumb osteoarthritis. Journal of Hand Surgery, 46(4), 301-309.
  9. Østeras, N., Hellman, J., & Bergman, S. (2017). Exercise therapy for hand osteoarthritis. Cochrane Database of Systematic Reviews, (4), CD006885.
  10. Kroon, F. M., van der Leeden, M., & van Rijn, C. M. (2018). EULAR recommendations for the management of hand osteoarthritis. Annals of the Rheumatic Diseases, 77(7), 940-950.

Gerelateerde berichten