Oefeningen en Behandelingen voor Vaginisme: Een Geïntegreerde Benadering

Vaginisme is een aandoening waarbij de bekkenbodemspieren onwillekeurig samentrekken, waardoor penetratie pijnlijk of onmogelijk wordt. Het kan zowel fysieke als psychologische oorzaken hebben. Het behandeltraject omvat vaak oefeningen en begeleiding om de spieren te ontspannen en de onderliggende angst of spanningen aan te kaarten. In dit artikel behandelen we de meest effectieve oefeningen en benaderingen voor het behandelen van vaginisme, met een nadruk op fysieke reëducatie, gedragstherapie en biofeedbacktechnieken.

Inleiding

Vaginisme is een veel voorkomende aandoening die vaak over het hoofd wordt gezien of onjuist geïnterpreteerd. Het kan voorkomen bij vrouwen van alle leeftijden en is vaak gerelateerd aan stress, angst of fysieke disfunctie. De behandeling van vaginisme vereist een holistische benadering die fysieke oefeningen, psychologische ondersteuning en biofeedbacktechnieken integreert. In het kader van deze benadering zijn verschillende interventies beschreven in wetenschappelijke studies, waaronder systematische desensitisatie, oefentherapie en biofeedbacktraining.

Oefeningen en Technieken voor Vaginisme

Systematische Desensitisatie

Systematische desensitisatie is een van de meest onderzochte en bewezen effectieve benaderingen voor het behandelen van vaginisme. In een Cochrane-overzicht werden vijf RCT's geïncludeerd met in totaal 282 vrouwen met vaginisme volgens ICD- of DSM-IV-criteria. De primaire uitkomstmaat was geslaagde penetratie of gynaecologisch onderzoek. Secundaire uitkomstmaten omvatten veranderingen in seksuele functie, angstniveau en tevredenheid met de behandeling.

De interventie bestond uit begeleide exposure, waarbij ontspanningsoefeningen werden gecombineerd met de insertie van een dilatator of vingers in de vagina. Deze methode wordt vaak uitgevoerd in een ziekenhuisomgeving, waarbij een therapeut de patiënt ondersteunt. De duur van de behandeling en de volledige follow-upperiode worden in de bronnen niet vermeld, maar het succespercentage is aanzienlijk.

In een studie uit 2013 werd 70 vrouwen met primair vaginisme gerandomiseerd in een interventiegroep (n = 35) of een wachtlijstgroep (n = 35). De interventie bestond uit maximaal drie sessies van 2 uur begeleide exposure. Deze aanpak bleek effectief bij het verminderen van de spierreactie en het verlagen van de angst voor penetratie.

Vaginale Ballon- of Pelottetraining

Vaginale ballon- of pelottetraining is een oefening die vaak wordt gebruikt in een tweede fase van de behandeling van vaginisme. Het doel is om het lichaam te laten wennen aan vulling in de vagina, wat helpt bij het doorbreken van de angst- en vermijdingscirkel. Deze techniek wordt vaak gebruikt in combinatie met systematische desensitisatie en kan het proces van herstel ondersteunen.

De pelotte-training is alleen bewezen effectief bij primair vaginisme binnen een programma van systematische desensitisatie, zoals de Leidse methode. In deze aanpak wordt de patiënt geleidelijk blootgesteld aan de insertie van steeds bredere dilatators, onder begeleiding van een therapeut.

Oefentherapie met Manuele Controle

Een andere methode is oefentherapie met manuele controle. Hierbij wordt een therapeut met 1 of 2 vingers de bewegingen van de bekkenbodemspieren tijdens de oefeningen direct kunnen voelen. Dit helpt om te beoordelen of de spieren correct worden aangespannen of ontspannen. Deze techniek is vooral nuttig in de beginfase van de behandeling, waarbij de patiënt nog moeite heeft om de spieren bewust te beheersen.

Oefentherapie met Myofeedback

Myofeedback is een techniek waarbij de activiteit van de bekkenbodemspieren wordt gemeten met een vaginale of anale probe. De informatie wordt weergegeven op een scherm, waardoor de patiënt visueel feedback krijgt over de mate van aanspanning of ontspanning. Deze methode helpt bij het beheersen van de spierbewegingen en maakt voortgang zichtbaar. In een studie werd biofeedbacktraining uitgevoerd met een vaginale EMG-sensor. De vrouwen hadden acht sessies van 45 minuten gedurende 12 weken en deden daarnaast tweemaal daags zelf oefeningen met de sensor.

De effectiviteit van deze methode werd gemeten aan de hand van meerdere meetinstrumenten voor pijn en seksueel functioneren. De resultaten lieten zien dat de pijnintensiteit bij penetratie verminderde en dat de seksuele functie verbeterde. Myofeedback kan dus een waardevolle aanvulling zijn op andere oefeningen bij de behandeling van vaginisme.

Elektrotherapie

Elektrotherapie is een techniek waarbij een milde elektrische prikkel wordt afgegeven via een vaginale of anale probe. Deze methode kan worden gebruikt bij mensen met ernstig krachtsverlies, slecht bewustzijn van de bekkenbodem, of bij pijnklachten. Het doel is om de spieren te stimuleren en het bewustzijn van de spierbewegingen te verbeteren.

In sommige gevallen wordt elektrotherapie gebruikt om de spieren te ontspannen of om de gevoeligheid van de bekkenbodem te verminderen. Het is echter een techniek die vaak wordt gebruikt in combinatie met andere oefeningen en niet als standalonebehandeling.

Rectale Ballontraining

Hoewel deze techniek gericht is op de rectale spieren, is het een nuttige methode voor het trainen van de bekkenbodem. De rectale ballontraining helpt bij het verbeteren van de gevoeligheid en de afsluitmogelijkheden van de bekkenbodem. Het kan ook helpen bij het aanleren van de juiste perstechniek.

Psychologische Facetten en Gedragstherapie

Hoewel de focus van dit artikel op oefeningen ligt, is het belangrijk om rekening te houden met de psychologische aspecten van vaginisme. Veel patiënten met vaginisme ervaren angst of spanning bij de gedachte aan penetratie. Dit kan worden aangetoond door een seksuoloog of gedragstherapeut, die kan helpen bij het verwerken van onderliggende angst en het ontwikkelen van een positievere houding ten opzichte van seksualiteit.

In een casus waarin een vrouw van 68 jaar geen penetratie mogelijk was, werd hypertonie van de bekkenbodemspieren genoemd als mogelijke oorzaak. De therapeut gaf aan dat de spieren te veel spanning hadden, wat leidde tot pijn en een verminderde mogelijkheid tot penetratie. De aanbeveling was om naar een bekkenfysiotherapeut te gaan voor reëducatie en eventueel ook hulp van een seksuoloog.

Conclusie

Vaginisme is een aandoening die vaak kan worden behandeld met behulp van oefeningen gericht op het herstel van de bekkenbodemspieren. Systematische desensitisatie, vaginale ballon- of pelottetraining, myofeedbacktraining en elektrotherapie zijn effectieve methoden die in wetenschappelijke studies zijn onderzocht. Deze oefeningen kunnen worden uitgevoerd in combinatie met psychologische ondersteuning en gedragstherapie om de onderliggende angst en spanningen aan te kaarten.

Het is belangrijk om bij een professioneel therapeut te beginnen met de behandeling, aangezien de technieken behoorlijk gevoelig zijn en goed begeleiding nodig hebben. Met de juiste benadering is het vaak mogelijk om de spieren te ontspannen en penetratie weer mogelijk te maken.

Bronnen

  1. Interventions for vaginismus (Cochrane-review)
  2. Bekkenbodemfysiotherapie bij vulvodynie
  3. Pelotte-training en vaginisme
  4. Hoe komt het dat penetratie niet lukt
  5. Landry T, Bergeron S, Dupuis MJ, Desrochers G. The treatment of provoked vestibulodynia: a critical review.
  6. Melnik T, Hawton K, Mcguire H. Interventions for vaginismus. Cochrane Database Syst Rev.
  7. Ter Kuile MM, Melles R, De Groot HE, Tuijnman-Raasveld CC, Van Lankveld JJ. Therapist-aided exposure for women with lifelong vaginismus.
  8. Bijl D. Testosteronpleister (Intrinsa), behandeling van verminderd seksueel verlangen bij vrouwen.
  9. Brown DA, Kyle JA, Ferrill MJ. Assessing the clinical efficacy of sildenafil for the treatment of female sexual dysfunction.
  10. Caruso S, Intelisano G, Lupo L, Agnello C. Premenopausal women affected by sexual arousal disorder treated with sildenafil.
  11. Basson R, Mcinnes R, Smith MD, Hodgson G, Koppiker N. Efficacy and safety of sildenafil citrate in women with sexual dysfunction.

Gerelateerde berichten