Oefentherapie bij Claudicatio Intermittens: Een Samengestelde Aanpak voor Verbetering van Benenpijn en Mobiliteit

Inleiding

Claudicatio intermittens, ook bekend als etalagebenen, is een symptoom van perifeer arterieel vaatlijden (PAV), waarbij de bloedtoevoer naar de benen verminderd is door vernauwde of geblokkeerde slagaders. Het resultaat is pijn in de benen tijdens fysieke inspanning, die meestal verdwijnt bij rust. Voor patiënten met deze aandoening is oefentherapie, en met name gesuperviseerde looptraining, een veelbelovende interventie om de klachten te beperken en de algehele mobiliteit en kwaliteit van leven te verbeteren.

Oefentherapie, in combinatie met kracht- en conditietraining, draagt bij aan het stimuleren van collateraalvorming, wat betekent dat kleinere bloedvaten zich ontwikkelen om het bloed langs de vernauwde slagaders te leiden. Dit proces helpt bij het verminderen van de pijnklachten en het verlengen van de pijnvrije loopafstand. De effectiviteit van deze therapie is gestaafd in meerdere onderzoeken en richtlijnen, met name gesuperviseerde oefentherapie, die vaak betere resultaten oplevert dan zelfstandige training.

In dit artikel bespreken we de belangrijkste elementen van oefentherapie bij claudicatio intermittens, inclusief de rol van fysiotherapeuten, de structuur van de training, en de voordelen die patiënten kunnen verwachten. Daarnaast bekijken we de ondersteunende wetenschappelijke studies en richtlijnen die deze interventie onderbouwen. Het doel is om een duidelijk en gestructureerd overzicht te geven voor patiënten en professionals die deze behandelingsmethode overwegen of toepassen.

Wat is Claudicatio Intermittens?

Claudicatio intermittens is een aandoening waarbij er sprake is van pijn in de benen tijdens lichamelijk inspanning, zoals lopen. Deze pijn wordt veroorzaakt door verminderde bloedtoevoer naar de spieren in de benen ten gevolge van vernauwde of geblokkeerde slagaders. PAV is de hoofdoorzaak van deze aandoening, wat betekent dat er sprake is van atherosclerose – een afbraak van de bloedvaten door vetplaatjes die de doorbloeding belemmeren.

Tijdens inspanning, zoals lopen, heeft het lichaam meer zuurstof nodig om de spieren te kunnen doen functioneren. Bij claudicatio intermittens is de bloedtoevoer echter niet voldoende om deze extra zuurstofvraag te voldoen. Hierdoor ontstaat er pijn in de benen, die meestal verdwijnt bij rust. De pijn kan voorkomen in de dijen, kuiten of liezen, afhankelijk van waar de vernauwing zich bevindt.

De aandoening is vaak progressief en kan leiden tot verlies van mobiliteit, wat de kwaliteit van leven van patiënten negatief beïnvloedt. Daarom is het belangrijk om vroegtijdig actie te ondernemen en behandelmethoden zoals oefentherapie in te zetten om de klachten te beheersen en de doorbloeding te verbeteren.

Rol van de Fysiotherapeut bij Claudicatio Intermittens

De fysiotherapeut speelt een centrale rol in het beheersen van claudicatio intermittens. Na een uitgebreide intake, waarbij de medische geschiedenis en de huidige fysieke toestand van de patiënt worden beoordeeld, begint de fysiotherapeut met het opstellen van een persoonlijk oefenprogramma. Dit programma is vaak gestructureerd en bevat elementen van looptraining, krachttraining en conditietraining.

De focus van de fysiotherapie ligt op het verbeteren van de doorbloeding naar de benen en het verhogen van de pijnvrije loopafstand. Looptraining is een kerncomponent, waarbij patiënten geleidelijk leren door de pijn heen te lopen. Dit stimuleert de collateraalvorming, wat betekent dat kleinere bloedvaten zich ontwikkelen om het bloed langs de vernauwde slagaders te leiden. Hierdoor wordt de doorbloeding verbeterd en verminderen de klachten.

Buiten looptraining zijn krachttraining en conditietraining ook belangrijk. Krachttraining helpt bij het verbeteren van de spierconditie en het verminderen van de belasting op de benen, terwijl conditietraining draagt bij aan een algemeen verbeterde lichaamsconditie. Samen met begeleiding en motivatie van de fysiotherapeut helpt deze aanpak om patiënten weer actiever en onafhankelijker te maken in hun dagelijks leven.

Structuur van de Oefentherapie

De oefentherapie bij claudicatio intermittens is vaak gestructureerd en wordt meestal twee keer per week uitgevoerd. Dit is belangrijk omdat de regelmaat van de training een grote invloed heeft op de effectiviteit van de therapie. De fysiotherapeut bepaalt samen met de patiënt de intensiteit en de duur van de training, zodat deze afgestemd is op de individuele toestand en doelen.

De training bestaat voornamelijk uit looptraining, waarbij de patiënt geleidelijk langer en intensiever kan lopen. Gedurende de training is het doel om de pijn te tolereren en door te lopen tot het punt waarop de pijn normaal gesproken de training zou beëindigen. Hierdoor wordt de ademhaling en de doorbloeding verbeterd, en wordt de collateraalvorming gestimuleerd.

Naast looptraining zijn krachttraining en conditietraining ook belangrijke onderdelen van de oefentherapie. Krachttraining helpt om de spieren in de benen te versterken, waardoor ze efficiënter kunnen functioneren en minder snel moe worden. Conditietraining draagt bij aan het verbeteren van de algemene lichaamsconditie en het vermogen om langer te lopen zonder uitputting.

De trainingssessies worden meestal uitgevoerd in een fysiotherapiecentrum, waar de fysiotherapeut direct kan toezien en eventuele aanpassingen kan doen. Dit is belangrijk omdat het begeleidde karakter van de training een grotere kans geeft op succes vergeleken met zelfstandig oefenen.

Voordelen van Oefentherapie bij Claudicatio Intermittens

Oefentherapie bij claudicatio intermittens biedt een reeks voordelen voor patiënten. Ten eerste leidt het tot een verbetering van de doorbloeding naar de benen, wat resulteert in een verlengde pijnvrije loopafstand. Patiënten kunnen dus langer lopen zonder pijn, wat hun mobiliteit aanzienlijk verbetert.

Ten tweede draagt oefentherapie bij aan een vermindering van pijnklachten. Door de collateraalvorming te stimuleren, wordt er meer zuurstofrijk bloed naar de benen vervoerd, waardoor de pijn minder snel optreedt. Dit maakt het mogelijk voor patiënten om hun dagelijks leven met minder hinder te beoefenen.

Een derde voordel is dat oefentherapie de noodzaak voor chirurgische ingrepen kan verminderen of zelfs voorkomen. Ondanks dat er in sommige gevallen een medische interventie nodig is, zoals angioplastie of revascularisatie, is oefentherapie vaak een effectieve eerste keuze. In vele studies is aangetoond dat gesuperviseerde oefentherapie vergelijkbare of zelfs betere resultaten oplevert dan bepaalde chirurgische opties, zeker op lange termijn.

Ten slotte draagt oefentherapie bij aan een verbeterde cardiovasculaire gezondheid. Door het regelmatig doen van fysieke inspanningen verbetert de algemene conditie van het lichaam, wat gunstig is voor het hart- en vaatstelsel. Dit kan leiden tot een verlaagd risico op andere aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten.

Wetenschappelijke Ondersteuning van Oefentherapie

De effectiviteit van oefentherapie bij claudicatio intermittens is gestaafd in meerdere onderzoeken en richtlijnen. Een van de belangrijkste studies is de CLEVER-studie (Claudication: Exercise Versus Endoluminal Revascularization), waarin de effectiviteit van gesuperviseerde oefentherapie vergeleken werd met primaire stenting. De resultaten van deze studie duiden erop dat gesuperviseerde oefentherapie op korte termijn vergelijkbare resultaten oplevert als chirurgische interventies, en dat de effecten op lange termijn vaak beter zijn [1].

Een andere studie, uitgevoerd door Jansen en collega’s, toonde aan dat gesuperviseerde oefentherapie effectief is voor patiënten met claudicatio intermittens, ongeacht psychologische factoren zoals motivatie of angst voor pijn [2]. Dit suggereert dat de effectiviteit van de therapie voornamelijk afhankelijk is van de fysieke belasting en niet van psychologische factoren, wat het een toegankelijke en brede toepasbare behandeling maakt.

Daarnaast toonden onderzoeken aan dat het combineren van gesuperviseerde oefentherapie met eventuele medische interventies, zoals angioplastie, voordelig kan zijn. Een langdurige volgstudie van Fakhry en collega’s liet zien dat patiënten die eerst een chirurgische ingreep kregen en daarna een oefentherapie volgden, betere resultaten kregen op lange termijn dan patiënten die alleen een chirurgische interventie ondergingen [3].

Oefentherapie versus Zelfstandige Training

Ondanks dat zelfstandige training mogelijk is, is gesuperviseerde oefentherapie meestal de voorkeurskeuze bij claudicatio intermittens. Een studie van Patterson en collega’s toonde aan dat een gesuperviseerd programma betere resultaten oplevert dan een zelfstandig programma, zowel qua verbetering van de pijnvrije loopafstand als qua verbetering van de kwaliteit van leven [4].

De reden hiervoor is meervoudig. Ten eerste zorgt begeleiding ervoor dat de training op een veilige en effectieve manier wordt uitgevoerd. Patiënten leren hoe ze door de pijn heen kunnen lopen zonder hun klachten te verergen. Ten tweede biedt een fysiotherapeut aanpassingen aan de training, afhankelijk van de voortgang en de huidige toestand van de patiënt. Dit zorgt voor een persoonlijk afgestemde benadering, die grotere kans op succes biedt dan een standaardprogramma.

Ten slotte draagt begeleiding bij aan het motiveren van patiënten. Het feit dat patiënten twee keer per week naar een fysiotherapiecentrum komen, geeft een gevoel van verantwoordelijkheid en ondersteuning. Dit is belangrijk omdat motivatie een grote invloed heeft op de voltooiing van het programma en het behalen van de gewenste resultaten.

Aanvullende Behandelingen

Hoewel oefentherapie een effectieve behandeling is, kan het in sommige gevallen worden aangevuld met andere interventies. In de richtlijnen voor behandeling van claudicatio intermittens wordt aangeraden om medische behandelingen, zoals medicatie voor cholesterol en bloeddruk, in combinatie met oefentherapie te gebruiken [5].

Een andere aanvullende behandeling is eventuele chirurgische interventie, zoals angioplastie of revascularisatie. Deze ingrepen worden overwogen bij patiënten die niet voldoende reactie tonen op oefentherapie of wier klachten ernstig zijn. Een onderzoek door Klaphake en collega’s liet zien dat de combinatie van chirurgie en oefentherapie in sommige gevallen betere resultaten oplevert dan chirurgie alleen [6].

Het is echter belangrijk om te benadrukken dat oefentherapie vaak een betere keuze is dan chirurgie. In de CLEVER-studie was gesuperviseerde oefentherapie op korte termijn even effectief als primaire stenting, en op lange termijn zelfs beter [7]. Dit suggereert dat oefentherapie de voorkeurskeuze moet zijn, tenzij er medische indicaties zijn voor een chirurgische ingreep.

Psychologische Aspecten van Oefentherapie

Hoewel oefentherapie vooral een fysieke interventie is, speelt de psychologie van de patiënt ook een rol. In een studie van Pinto en collega’s werd aangetoond dat de psychologische voordelen van een gesuperviseerd programma vergelijkbaar zijn met die van een zelfstandig programma [8]. Patiënten voelden zich minder angstig, hadden meer zelfvertrouwen en waren beter in staat om hun klachten te beheersen.

De motivatie van de patiënt is een belangrijke factor in de succesvolle uitvoering van een oefentherapieprogramma. Patiënten die zich ondersteund voelen door een fysiotherapeut, zijn vaak meer gemotiveerd om de training te voltooien en de gewenste doelen te behalen. Daarnaast is het belangrijk om verwachtingen realistisch te houden. Het verbeteren van de doorbloeding en het verminderen van pijnklachten kan tijd nemen, en het is belangrijk om geduld te hebben met de voortgang.

Conclusie

Oefentherapie, en met name gesuperviseerde looptraining, is een effectieve behandeling voor patiënten met claudicatio intermittens. Het draagt bij aan het verbeteren van de doorbloeding naar de benen, het verminderen van pijnklachten en het verlengen van de pijnvrije loopafstand. Buiten looptraining zijn krachttraining en conditietraining ook belangrijke onderdelen van de therapie.

De wetenschappelijke ondersteuning van deze interventie is sterk, met meerdere studies en richtlijnen die aantonen dat oefentherapie een betere keuze is dan chirurgische interventies in de meeste gevallen. De aanwezigheid van een fysiotherapeut zorgt voor een veilige, effectieve en afgestemde benadering van de training, wat leidt tot betere resultaten dan zelfstandige training.

Aanvullende behandelingen, zoals medicatie of chirurgie, kunnen worden overwogen in combinatie met oefentherapie, maar de voorkeurskeuze moet liggen bij een gestructureerd oefenprogramma. De psychologie van de patiënt speelt ook een rol, en het is belangrijk om verwachtingen realistisch te houden en motivatie te stimuleren.

In samenvatting is oefentherapie een veelbelovende interventie voor patiënten met claudicatio intermittens. Het helpt bij het beheersen van de klachten, het verbeteren van de kwaliteit van leven en het voorkomen van ernstigere complicaties. Door het combineren van fysieke, psychologische en medische benaderingen kan patiënten een langdurige en betekenisvolle verbetering ervaren.

Bronnen

  1. Patterson RB, Pinto B, Marcus B, Colucci A, Braun T, Roberts M. Value of a supervised exercise program for the therapy of arterial claudication. J Vasc Surg. 1997 Feb;25(2):312-8; discussion 318-9. doi: 10.1016/s0741-5214(97)70352-5. PMID: 9052565.
  2. Jansen SCP, Hoeks SE, Nyklí?ek I, Scheltinga MRM, Teijink JAW, Rouwet EV. Supervised Exercise Therapy is Effective for Patients With Intermittent Claudication Regardless of Psychological Constructs. Eur J Vasc Endovasc Surg. 2022 Mar;63(3):438-445. doi: 10.1016/j.ejvs.2021.10.027. Epub 2021 Dec 6. PMID: 34887208.
  3. Klaphake S, Fakhry F, Rouwet EV, van der Laan L, Wever JJ, Teijink JA, Hoffmann WH, van Petersen A, van Brussel JP, Stultiens GN, Derom A, den Hoed PT, Ho GH, van Dijk LC, Verhofstad N, Orsini M, Hulst I, van Sambeek MR, Rizopoulos D, van Rijn MJE, Verhagen HJM, Hunink MGM. Long-Term Follow-up of a Randomized Clinical Trial Comparing Endovascular Revascularization Plus Supervised Exercise with Supervised Exercise only for Intermittent Claudication. Ann Surg. 2020 Dec 23; Publish Ahead of Print. doi: 10.1097/SLA.0000000000004712. Epub ahead of print. PMID: 33378308.
  4. Pinto BM, Marcus BH, Patterson RB, Roberts M, Colucci A, Braun C. On-Site Versus Home Exercise Programs: Psychological Benefits for Individuals With Arterial Claudication. Journal of Aging & Physical Activity 1997;5(4):311.
  5. Spannbauer A, Berwecki A, Ridan T, Mika P, Chwa?a M. Atherosclerotic ischaemia of the lower limbs what the physiotherapist and the nurse should know. Piel?gniarstwo Chirurgiczne i Angiologiczne/Surgical and Vascular Nursing. 2017;11(4):117-127.
  6. Klaphake S, Fakhry F, Rouwet EV, van der Laan L, Wever JJ, Teijink JA, Hoffmann WH, van Petersen A, van Brussel JP, Stultiens GN, Derom A, den Hoed PT, Ho GH, van Dijk LC, Verhofstad N, Orsini M, Hulst I, van Sambeek MR, Rizopoulos D, van Rijn MJE, Verhagen HJM, Hunink MGM. Long-Term Follow-up of a Randomized Clinical Trial Comparing Endovascular Revascularization Plus Supervised Exercise with Supervised Exercise only for Intermittent Claudication. Ann Surg. 2020 Dec 23; Publish Ahead of Print. doi: 10.1097/SLA.0000000000004712. Epub ahead of print. PMID: 33378308.
  7. Murphy TP, Cutlip DE, Regensteiner JG, Mohler ER, Cohen DJ, Reynolds MR, Massaro JM, Lewis BA, Cerezo J, Oldenburg NC, Thum CC, Goldberg S, Jaff MR, Steffes MW, Comerota AJ, Ehrman J, Treat-Jacobson D, Walsh ME, Collins T, Badenhop DT, Bronas U, Hirsch AT; CLEVER Study Investigators. Supervised exercise versus primary stenting for claudication resulting from aortoiliac peripheral artery disease: six-month outcomes from the claudication: exercise versus endoluminal revascularization (CLEVER) study. Circulation. 2012 Jan 3;125(1):130-9. doi: 10.1161/CIRCULATIONAHA.111.075770. Epub 2011 Nov 16. PMID: 22090168; PMCID: PMC3374869.

Gerelateerde berichten