Osteoporose en osteopenie zijn aandoeningen die de botdichtheid verminderen, wat leidt tot een verhoogd risico op fracturen. Dit artikel bevat een overzicht van wetenschappelijk ondersteunde oefeningen die gericht zijn op fractuurpreventie bij personen met osteoporose of osteopenie. De informatie is gebaseerd op systematische reviews en gerandomiseerde kontroleproeven, met een focus op de effectiviteit van oefeningen zoals weerstands- en balancoefeningen.
Inleiding
Osteoporose is een veelvoorkomende aandoening, vooral bij postmenopausale vrouwen en ouderen. Het wordt gekenmerkt door een afname van botdichtheid, wat het bot kwetsbaarder maakt voor fracturen. Oefeningen spelen een sleutelrol in de preventie van fracturen door de botdichtheid te verbeteren, de spierkracht te vergroten en de balans te verbeteren. De beschikbare literatuur benadrukt het belang van georiënteerde oefeningen die gericht zijn op de spieren en de stabiliteit van het lichaam. In dit artikel worden de effecten van verschillende oefenprogramma's beschreven, zoals weerstands- en balancoefeningen, die wetenschappelijk zijn onderbouwd.
Oefeningen en hun effect op botdichtheid
Weerstands- en balancoefeningen
In een systematisch overzicht van gerandomiseerde kontroleproeven onderzocht De Kam (2009) de effectiviteit van oefeningen bij osteoporose of osteopenie. De studie concludeerde dat een tweemaal per week uitgevoerde programma met weerstands- of balancoefeningen de botdichtheid aan de distale tibia kon verbeteren bij postmenopausale vrouwen met lage botmassa. Dit suggereert dat een combinatie van weerstands- en balancoefeningen een positief effect heeft op botdichtheid.
Vervolgstudie van Beck (2010)
Beck (2010) voerde een gerandomiseerde kontroleproef uit met postmenopausale vrouwen met osteopenie. Het programma bestond uit oefeningen met gewichten en balancoefeningen. Na negen maanden was er een toename van botdichtheid bij de deelneemsters. De auteurs concludeerden dat het programma een effectieve interventie was om fracturen te voorkomen.
Oefeningen met gewichten en balancoefeningen
Hakestad (2015) ondernam een onderzoek naar de effectiviteit van een 6-maanden actief herstelprogramma met gewichten en balancoefeningen bij postmenopausale vrouwen met osteopenie en een voorgaande polsfractuur. Het programma bestond uit twee groepsoefeningen en één thuisoefening per week. De resultaten toonden aan dat het programma de quadricepskracht, botdichtheid, dynamische balans, wandelcapaciteit en kwaliteit van leven verbeterde.
Korpelainen (2006a)
Korpelainen (2006a) onderzocht de effecten van sprongetjes, balancoefeningen en krachtoefeningen bij vrouwen met osteopenie of osteoporose. Het programma werd gedurende 30 maanden uitgevoerd. De deelneemsters hadden minder valgerelateerde fracturen vergeleken met de controlegroep, wat wijst op de effectiviteit van deze oefeningen in de voorkoming van fracturen.
Liu (2015)
Liu (2015) onderzocht de effectiviteit van een aangepaste vorm van de Eight-section Brocade (MESE) bij postmenopausale vrouwen met osteoporose. De deelneemsters deden drie keer per dag zeven herhalingen. Na twaalf maanden was er een toename van de botdichtheid aan de heup en de lende. Dit suggereert dat gestructureerde oefeningen, zoals MESE, effectief zijn om botdichtheid te verbeteren.
Liu-Ambrose (2004a)
Liu-Ambrose (2004a) vergeleek progressieve weerstandstraining met agiliteits- en balancoefeningen bij oude vrouwen met osteoporose of osteopenie. Het programma duurde vijf weken en werd tweemaal per week uitgevoerd. De resultaten toonden een aanzienlijke vermindering van valrisico's in beide interventiegroepen vergeleken met de controlegroep.
Liu-Ambrose (2004b)
In een vervolgonderzoek door Liu-Ambrose (2004b) werd de effectiviteit van het programma geëvalueerd na 25 weken. De botdichtheid bleef stabiel bij alle groepen, wat aantoont dat het programma de botdichtheid behoudt.
Liu-Ambrose (2005)
Liu-Ambrose (2005) voerde een langdurig onderzoek uit met een 25 weken durend programma gevolgd door een 12 maanden durende volgperiode. De resultaten toonden aan dat de valrisico’s in alle groepen gelijk waren, wat suggereert dat het programma niet alleen korte termijn effecten heeft.
Effect van hele lichaamsvibratie
Stolzenberg (2013) onderzocht de effecten van een 9 maanden durend programma met hele lichaamsvibratie (VIB) of balancoefeningen (BAL) bij postmenopausale vrouwen met osteopenie. De resultaten toonden aan dat hele lichaamsvibratie de beenkracht en de botdichtheid in de lende en heup verbeterde. Dit suggereert dat vibratie- en balancoefeningen effectief zijn bij de voorkoming van fracturen.
Oefeningen met balans en kracht
Von Stengel (2011) vergeleek een programma met dansaerobics, balancoefeningen, functie gymnastiek en dynamische benkrachtoefeningen met of zonder vibratie. Het programma werd gedurende 25 weken uitgevoerd. De resultaten toonden aan dat beide interventiegroepen een vermindering van valrisico’s had vergeleken met de controlegroep.
Conclusie
Oefeningen zoals weerstands- en balancoefeningen, oefeningen met gewichten, sprongetjes, balans- en krachtoefeningen en hele lichaamsvibratie hebben wetenschappelijk ondersteunde effecten bij de voorkoming van fracturen bij personen met osteoporose of osteopenie. Deze programma's verbeteren de botdichtheid, spierkracht, balans en kwaliteit van leven. Het is belangrijk om een programma aan te passen aan de individuele behoeften en fysieke mogelijkheden van de persoon. Een gevarieerd en gestructureerd oefenprogramma kan aanzienlijk bijdragen aan de fractuurpreventie bij personen met osteoporose of osteopenie.