Oefeningen na CVA: Effectieve Fysiotherapie en Zelfstandig Oefenen

Een beroerte, of CVA (cerebrovasculair accident), kan ernstige lichamelijke beperkingen veroorzaken, waaronder verlamming, beperkte mobiliteit en verminderd evenwicht. De gevolgen zijn vaak blijvend en kunnen het alledaagse functioneren sterk beïnvloeden. Fysiotherapie speelt daarom een centrale rol in de revalidatie na een beroerte. Het doel van fysiotherapie is niet alleen om te herstellen, maar ook om compensatiestrategieën te leren en dagelijkse activiteiten weer te kunnen uitvoeren.

In dit artikel behandelen we de belangrijkste oefeningen en methoden die worden aangeboden via de zogenaamde CVA Oefengids en de bijbehorende oefenapp. Deze hulpmiddelen zijn ontwikkeld om patiënten na een beroerte of ander hersenletsel intensief en zelfstandig te laten oefenen. Bovendien wordt uitgelegd waarom vroegtijdig en intensief oefenen zo belangrijk is voor het herstel, hoe je als patiënt of mantelzorger deze oefeningen kunt toepassen, en welke rol fysiotherapeuten spelen in het revalidatieproces.

Wat is de CVA Oefengids en Oefenapp?

De CVA Oefengids is een hulpmiddel dat is ontwikkeld om oefentherapie voor fysieke revalidatie na hersenletsel te intensiveren. De oefengids is een uitbreiding van een eerder ontwikkelde gids uit 2010, die opnieuw is opgevat in 2015. De inhoud is gebaseerd op de nieuwste theoretische kennis en praktijkbeleving. De gids is ontworpen om patiënten in staat te stellen zelfstandig te oefenen, eventueel met ondersteuning van familie, verpleging of verzorging.

De oefeningen zijn gericht op het verbeteren van de mobiliteit en functie van schouder, hoofd, nek, romp, arm, hand en been. Naast fysieke oefeningen zijn er ook oefeningen die gericht zijn op alledaagse handelingen, zoals het poetsen van tanden of het openen en sluiten van gordijnen. Dit zorgt ervoor dat de oefeningen niet alleen fysiek effectief zijn, maar ook functioneel relevant voor het dagelijks leven.

De oefeningen zijn verdeeld in drie groepen, die afgestemd zijn op de ernst van de beperkingen van de patiënt. Dit betekent dat de oefeningen voor ieder individu aangepast kunnen worden, afhankelijk van de mate van herstel en het functionele niveau.

Naast de oefengids is er ook een oefenapp, die beschikbaar is voor iPad en Android-tablet. Deze app maakt het mogelijk om de oefeningen op een digitale manier te volgen, wat vooral handig is voor patiënten die moeite hebben met het lezen of begrijpen van instructies. De oefenapp is ontwikkeld als onderdeel van het project Snel in Beweging, dat in 2010/2011 is gestart met subsidie van ZonMw. De oefeningen zijn uitgebreid getest door medewerkers en patiënten bij ziekenhuizen, revalidatiecentra en verpleeghuizen.

Waarom is zelf oefenen belangrijk?

Snel en intensief oefenen is een sleutelbeginsel in de revalidatie na een beroerte. Onderzoek wijst erop dat de intensiteit van de revalidatiebehandeling sterk beïnvloedt hoe goed het herstel verloopt in de eerste zes maanden na de beroerte. Hoe meer therapie, hoe beter de hersteluitkomsten. Dit geldt niet alleen voor de eerste fase van de revalidatie, maar ook voor de langdurige hersteltrajecten.

Zelf oefenen, eventueel met begeleiding van familie of mantelzorgers, biedt een aantal voordelen. Enerzijds is het voor de patiënt mogelijk om vaker en intensiever te oefenen, omdat de oefeningen beschikbaar zijn op eigen tijd en op eigen locatie. Anderzijds helpt het om de oefeningen beter te internaliseren, omdat de patiënt meerdere keren de kans krijgt om ze te herhalen.

Bovendien voorkomt zelf oefenen dat de patiënt in de zogenaamde "learned non-use" situatie terechtkomt. Dit betekent dat de patiënt geleidelijk de aangedane arm of been niet meer gebruikt, omdat het makkelijker is om het met de andere zijde te doen. Door vroegtijdig en intensief te oefenen, kan deze neiging tegengegaan worden.

Welke oefeningen zijn beschikbaar?

De CVA Oefengids bevat een breed spectrum aan oefeningen die gericht zijn op verschillende delen van het lichaam en verschillende functies. De oefeningen zijn onderverdeeld in drie kleurcodes, afhankelijk van de ernst van de beperkingen van de patiënt. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste oefeningencategorieën.

1. Oefeningen voor de schouder

De schouder is vaak een van de meest beïnvloede regio's na een beroerte. Oefeningen voor de schouder zijn ontworpen om de mobiliteit, kracht en controle van de schouder te verbeteren. Voorbeelden van oefeningen zijn:

  • Schouderomwentelingen: Langzaam draaien van de schouder in beide richtingen.
  • Schouderhoogt: Opheffen van de schouder naar de oren, zodat de schouder spieren worden getraind.
  • Schouderdruk: Met de hand op de schouder drukken, zodat de schouder naar beneden wordt gehouden. Dit helpt bij het herstellen van controle en kracht.

2. Oefeningen voor de nek

De nek is een cruciale regio voor het evenwicht en de positie van het hoofd. Oefeningen voor de nek zijn ontworpen om de stabiliteit en bewegingsvrijheid van de nek te verbeteren. Voorbeelden:

  • Neiging naar voren en achteren: Langzaam buigen van het hoofd naar voren en weer terug.
  • Neiging naar links en rechts: Draaien van het hoofd naar links en rechts, in combinatie met het kijken naar de vingers.
  • Neck stretch: Lichte strekking van de nekspieren door het hoofd naar de borst te trekken.

3. Oefeningen voor de romp

De romp speelt een belangrijke rol in het evenwicht en de stabiliteit van het lichaam. Oefeningen voor de romp zijn ontworpen om de kracht, bewegingsvrijheid en controle van de romp te verbeteren. Voorbeelden:

  • Rompdraaiing: Langzaam draaien van de romp naar links en rechts, met de benen plat op de grond.
  • Rompstrekkers: Strekking van de romp door het lichaam voorover te buigen en weer rechtop te gaan.
  • Rompstabilisatie: Houden van een positie waarin de romp gespannen is, zoals een plank positie.

4. Oefeningen voor de arm

De arm is vaak zwaar beïnvloed na een beroerte. Oefeningen voor de arm zijn ontworpen om de mobiliteit, kracht en controle van de arm te verbeteren. Voorbeelden:

  • Armhoogte: Opheffen van de arm naar de zijkant of naar de bovenkant.
  • Armdraaiing: Draaien van de arm in het ellebooggewricht, zowel naar binnen als naar buiten.
  • Armstrekkers: Strekken van de arm vanaf de elleboog, met een gewicht of zonder.

5. Oefeningen voor de hand

De hand is een complexe functie die vaak niet volledig herstelt na een beroerte. Oefeningen voor de hand zijn ontworpen om de fijnmotoriek, kracht en coördinatie van de hand te verbeteren. Voorbeelden:

  • Vingers open en dicht: Langzaam openen en sluiten van de vingers.
  • Vingerstrekkers: Strekken van de vingers met een elastiek.
  • Objectgrepen: Grepen van verschillende objecten, zoals een pen of een lepel.

6. Oefeningen voor het been

Het been is vaak een van de meest beïnvloede regio’s, vooral als de patiënt moeite heeft met het lopen. Oefeningen voor het been zijn ontworpen om de mobiliteit, kracht en stabiliteit van het been te verbeteren. Voorbeelden:

  • Beenhoogte: Opheffen van het been van de grond, zowel vooruit als opzij.
  • Beendraaiing: Draaien van het been in het knie- of heupgewricht.
  • Beensprongen: Korte sprongen om kracht en evenwicht te trainen.

7. Alledaagse handelingen

Naast de fysieke oefeningen zijn er ook oefeningen die gericht zijn op het herstellen van alledaagse handelingen. Deze oefeningen zijn ontworpen om de patiënt te helpen om dagelijkse activiteiten weer te kunnen uitvoeren. Voorbeelden:

  • Tandenpoetsen: Oefenen met het vasthouden en bewegen van een tandenborstel.
  • Gordijnen openen en sluiten: Oefenen met het openen en sluiten van gordijnen.
  • Schoenen aantrekken: Oefenen met het aantrekken van schoenen, inclusief het gebruik van een schoenenhanger.

Hoe vaak en hoe intensief moet er geoefend worden?

Volgens de informatie in de bronnen is intensief oefenen essentieel voor een goed herstel. De oefeningen moeten vroegtijdig worden ingezet, zodra de patiënt de mogelijkheid heeft om te oefenen. Ook als de patiënt zich niet fit voelt, kan er al begonnen worden met oefenen. Het is belangrijk om te doen wat mogelijk is, zodat het hoogst haalbare resultaat bereikt kan worden.

De frequentie en intensiteit van de oefeningen moeten afgestemd worden op de conditie en het functionele niveau van de patiënt. Het is aan te raden om de oefeningen meerdere keren per dag uit te voeren, met voldoende rust ertussen. De duur van de oefeningen kan variëren, afhankelijk van de oefening en de conditie van de patiënt.

Het is ook belangrijk om de oefeningen geleidelijk te intensiveren, zodat de patiënt niet in de gevaarlijke situatie terechtkomt van "learned non-use". Dit betekent dat de patiënt geleidelijk de aangedane zijde niet meer gebruikt, omdat het makkelijker is om het met de andere zijde te doen. Door intensief en vroegtijdig te oefenen, kan dit voorkomen worden.

De rol van de fysiotherapeut

Hoewel de CVA Oefengids en Oefenapp ontworpen zijn voor zelfstandig gebruik, is de rol van de fysiotherapeut nog steeds van groot belang in het revalidatieproces. De fysiotherapeut helpt bij het opstellen van een persoonlijk oefenprogramma, geeft instructies voor de oefeningen en begeleidt de patiënt tijdens het oefenen. Daarnaast helpt de fysiotherapeut ook bij het aanpassen van de oefeningen aan de behoeften en mogelijkheden van de patiënt.

Naast het oefenen is de fysiotherapeut ook betrokken bij het verbeteren van de dagelijkse activiteiten. Door middel van compensatiestrategieën en functioneel oefenen kan de patiënt geleidelijk aan meer onafhankelijk worden in zijn of haar dagelijks functioneren. De fysiotherapeut helpt bijvoorbeeld bij het opstaan van een stoel, het tillen van voorwerpen en het openen van deurknoppen.

De fysiotherapeut geeft ook advies aan mantelzorgers en familieleden, zodat zij de patiënt goed kunnen ondersteunen in het oefenen en in het dagelijks functioneren. Dit is belangrijk, omdat de mantelzorger of familie vaak een centrale rol speelt in het oefenen en het ondersteunen van de patiënt.

Voorbeeld van fysiotherapie in de praktijk

Een typisch voorbeeld van hoe fysiotherapie bijdraagt aan het revalidatietraject is het herstellen van de functie van de aangedane arm of hand. Vaak gebeurt dit als volgt:

  1. Evaluatie: De fysiotherapeut beoordeelt de huidige functie van de arm of hand en stelt een oefenprogramma op.
  2. Start met eenvoudige oefeningen: De patiënt begint met eenvoudige oefeningen, zoals het opheffen van de arm of het openen van de vingers.
  3. Progressieve intensivering: Naarmate de patiënt sterker en flexibeler wordt, worden de oefeningen intensiever en functioneler.
  4. Functioneel oefenen: De patiënt oefent met alledaagse handelingen, zoals het poetsen van tanden of het openen van een deur.
  5. Compensatiestrategieën: Als de patiënt moeite heeft met bepaalde handelingen, leert hij of zij compensatiestrategieën om het functioneren te verbeteren.
  6. Langdurig herstel: Ook na enkele maanden kan er nog verbetering zijn door intensief oefenen. De fysiotherapeut helpt bij het aanpassen van het oefenprogramma aan de huidige behoeften van de patiënt.

De CVA Oefengids in het CVA-netwerk

De CVA Oefengids is een onderdeel van het CVA-netwerk Groningen, dat bestaat uit fysiotherapeuten, ergotherapeuten en logopedisten die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van patiënten na een beroerte. Deze therapeuten werken samen met elkaar en met andere zorgverleners, zoals verpleegkundigen en revalidatieartsen. Door dit netwerk is er een multidisciplinaire benadering mogelijk, die gericht is op het verbeteren van het functioneren van de patiënt.

Het CVA-netwerk Groningen werkt ook samen met MCZ, een organisatie die gespecialiseerd is in fysiotherapie na een beroerte. De fysiotherapeuten van MCZ bieden persoonlijke aandacht en begeleiding aan patiënten, en zijn aangesloten bij het CVA-netwerk. Dit betekent dat de therapeuten op de hoogte zijn van de laatste ontwikkelingen op het gebied van revalidatie en onderzoek.

De beschikbaarheid van de CVA Oefengids en Oefenapp

De CVA Oefengids is beschikbaar via Hersenletsel.nl. De gids kan besteld worden via de website of telefonisch via nummer 026 351 2512 (werkdagen van 10.00 tot 15.00 uur). De oefenapp is beschikbaar in de Google Play Store en de iTunes Store. Aan de oefenapp zijn kosten verbonden, die ten gunste gaan van verdere onderzoek.

De CVA Oefengids en Oefenapp zijn ontwikkeld in het kader van het project Snel in Beweging, dat is gestart met subsidie van ZonMw. De oefeningen zijn uitgebreid getest en aangepast aan de behoeften van patiënten en therapeuten. Het doel van het project is om patiënten sneller en intensiever te laten revalideren, zodat er een betere hersteluitkomst ontstaat.

Conclusie

Fysiotherapie en zelfstandig oefenen spelen een centrale rol in de revalidatie na een beroerte. De CVA Oefengids en de Oefenapp zijn ontworpen om patiënten in staat te stellen intensief en functioneel te oefenen, zodat het herstel verloopt op een effectieve manier. De oefeningen zijn afgestemd op de ernst van de beperkingen van de patiënt en zijn gericht op het verbeteren van de mobiliteit, kracht, controle en functionele activiteiten.

Zelf oefenen is belangrijk, omdat het zorgt voor een hogere intensiteit van de revalidatie en helpt om de "learned non-use" situatie te voorkomen. Daarnaast helpt het om de oefeningen beter te internaliseren en functioneler te worden. De fysiotherapeut speelt een essentiële rol in het opstellen van een persoonlijk oefenprogramma en in het begeleiden van de patiënt tijdens het oefenen.

De CVA Oefengids en Oefenapp zijn beschikbaar via Hersenletsel.nl en zijn onderdeel van het CVA-netwerk Groningen, dat een multidisciplinaire aanpak biedt voor het herstel na een beroerte. Door intensief en vroegtijdig oefenen en een goed begeleiding, is het mogelijk om een betere hersteluitkomst te behalen en het dagelijks functioneren te verbeteren.

Bronnen

  1. CVA Oefengids 2.0
  2. Oefengids CVA en ander hersenletsel
  3. Fysiotherapie na een beroerte
  4. Oplossingen voor beroerte
  5. Oefengids en oefen-app beroerte
  6. Fysiotherapie na een beroerte

Gerelateerde berichten