Oefeningen en interventies voor het voorkomen van delier bij ouderen in het ziekenhuis

Inleiding

Delier is een veelvoorkomende aandoening bij ouderen die opgenomen zijn in het ziekenhuis en wordt vaak gekenmerkt door acute verwarring, verlies van geheugen en verstoord gedrag. Het voorkomen van delier is van groot belang om de gezondheid en het herstel van deze patiënten te ondersteunen. De meeste niet-medicamenteuze interventies die effectief zijn bij het voorkomen van delier, worden uitgevoerd binnen acute geriatrieke afdelingen (AGW), waar zorg is gericht op vroegtijdige mobilisatie, psychologische ondersteuning en het voorkomen van fixatie. Deze interventies zijn aan te raden binnen het kader van zorg die gericht is op het behouden van de cognitieve en fysieke functies van oude patiënten tijdens hun ziekenhuisopname.

In dit artikel bespreken we de belangrijkste niet-medicamenteuze interventies die effectief zijn bij het voorkomen van delier, met een nadruk op het implementeren van deze interventies in de dagelijkse zorg. Binnen dit kader worden ook aandachtspunten besproken, zoals het vermijden van fixatie, het stimuleren van eet- en drinkpatronen, en de betrokkenheid van familieleden of verpleeghulp. Verder wordt ingegaan op de rol van zorgverleners en het belang van een gerichte interventieprogramma.

Belang van niet-medicamenteuze interventies

Onderbouwing van de interventies

De beschikbare literatuur duidt op het belang van niet-medicamenteuze interventies bij het voorkomen van delier. Deze interventies zijn onder andere gericht op het vermijden van fixatie, het stimuleren van vroegtijdige mobilisatie, het voorkomen van onrust, en het behouden van eet- en drinkpatronen. Deze interventies worden vaak geïntegreerd in dagelijkse zorgpraktijken en zijn doorgaans makkelijker uit te voeren dan medicamenteuze interventies, die vaak gepaard gaan met bijwerkingen en het risico op interacties tussen medicijnen.

Een voorbeeld van een effectieve interventie is het gebruik van “rooming-in”, waarbij familieleden of gewone verplegers van de patiënt worden toegelaten om in de buurt van de patiënt te blijven. Dit ondersteunt de patiënt psychologisch en helpt bij het herkennen van de omgeving. Ook het toepassen van de-escalatietechnieken, zoals angstverminderende maatregelen en presente zorg, kan nuttig zijn bij het voorkomen van delier.

Onderbouwende studies

De effectiviteit van deze interventies is bevestigd in verschillende onderzoeken. Zo toonden Vidan et al. (2009) aan dat een interventie die is geïntegreerd in de dagelijkse zorg, het voorkomen van delier aanzienlijk kan verbeteren. Steelfisher et al. (2011) concludeerden dat het behoud van kwaliteitszorg tijdens economisch moeilijke tijden mogelijk is door het implementeren van gerichte interventies op een geriatrieke afdeling. Ook de studie van Wong et al. (2005) toonde aan dat het voorkomen van delier na heupfracturen mogelijk is door het uitvoeren van een kwaliteitsproject dat op eet- en drinkpatronen en mobilisatie gericht is.

Deze studies duiden op een hogere effectiviteit van niet-medicamenteuze interventies in vergelijking met conventionele zorg, vooral in geriatrieke zorginstellingen. De kwaliteit van de interventies is beoordeeld als “moderate”, wat wijst op de betrouwbaarheid van de onderliggende wetenschappelijke bewijsvoering.

Gerichte interventieprogramma’s

Kenmerken van een effectief programma

Een effectief interventieprogramma richt zich op meerdere risicofactoren die verband houden met het ontstaan van delier. Een typisch programma bevat een educatieve component voor zorgverleners, aangevuld met gerichte acties op sleutelgebieden zoals hydratie, voeding, en mobilisatie. Deze acties worden meestal dagelijks uitgevoerd en worden gemonitord via checklists om zeker te stellen dat ze consistente en continue uitvoering krijgen.

De interventie begint meestal binnen de eerste 24 uur na opname en wordt uitgevoerd door geriatrieke zorgverleners. Dit betekent dat zorgverleners zoals geriatrieke artsen, residenten en verpleegkundigen die gewoonlijk werken op de geriatrieke afdelingen betrokken zijn bij het uitvoeren van deze interventies. De interventies zijn onderdeel van de standaard zorg en vormen dus geen aparte of tijdsgebonden programma’s.

Voorbeeld van een kwaliteitsverbeteringsprogramma

Een kwaliteitsverbeteringsprogramma dat effectief is geweest, bestond uit twee belangrijke componenten: een educatief programma gericht op het veranderen van de aanpak van zorgverleners bij het behandelen van oude patiënten en een reeks gerichte acties op zeven risicofactoren. Deze acties omvatten onder andere het behouden van eet- en drinkpatronen, het vermijden van fixatie en het stimuleren van vroegtijdige mobilisatie. De gevolgzaamheid van de acties werd gecontroleerd door middel van dagelijkse checklists die voor elk lid van de steekproef werden geëvalueerd.

Deze interventie toonde aan dat het voorkomen van delier mogelijk is door het uitvoeren van gerichte maatregelen die geïntegreerd zijn in de dagelijkse zorg. De resultaten zijn betrouwbaar, gezien de consistente uitvoering en het gebruik van objectieve meetinstrumenten.

Rol van zorgverleners

Verantwoordelijkheid en samenwerking

Zorgverleners spelen een cruciale rol in het voorkomen van delier. Het is belangrijk dat geriatrieke zorgverleners, internisten en verpleegkundigen samenwerken om gerichte interventies uit te voeren. Dit betekent dat zorgverleners zich niet alleen richten op medische aspecten, maar ook op psychologische en functionele aspecten van de patiënt.

Op geriatrieke afdelingen werken zorgverleners meestal met een geïntegreerd team dat bestaat uit artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten en sociaal werkers. Op conventionele interne afdelingen is het zorgmodel soms minder geïntegreerd, wat kan leiden tot een lagere kwaliteit van de interventies. Het gebruik van gerichte interventies op geriatrieke afdelingen kan dus leiden tot een betere uitkomst voor oude patiënten.

Implementatie van interventies

Het succes van niet-medicamenteuze interventies hangt af van de implementatie binnen de zorgorganisatie. Zorgverleners moeten zich bewust zijn van de belangrijkste risicofactoren voor delier en moeten gerichte maatregelen uitvoeren om deze risico’s te verminderen. Dit betekent dat zorgverleners zich niet alleen richten op het behandelen van fysieke klachten, maar ook op het behouden van cognitieve functies en het vermijden van fixatie.

Een belangrijk aspect van de implementatie is het vermijden van fixatie. Fixatie kan zowel bewust als onbewust worden toegepast en kan leiden tot verder verergering van delier. Het gebruik van alternatieven zoals oog-in-oog begeleiding of het toepassen van de-escalatietechnieken kan nuttig zijn bij het vermijden van fixatie.

Psychologische en functionele ondersteuning

Psychologische aspecten

Het voorkomen van delier vereist ook psychologische ondersteuning voor de patiënt. Zorgverleners moeten zich bewust zijn van de psychologische impact van ziekenhuisopname op oude patiënten. Dit betekent dat zorgverleners aandacht moeten besteden aan het behouden van de identiteit, het vermijden van verwarring en het ondersteunen van het zelfbeeld van de patiënt.

Het toezicht op de patiënt en het vermijden van onrust zijn belangrijke aspecten van psychologische ondersteuning. Het gebruik van angstreductietechnieken en presente zorg kan nuttig zijn bij het vermijden van delier. Bovendien is het belangrijk dat zorgverleners zich bewust zijn van de invloed van stress en angst op het ontstaan van delier.

Functionele ondersteuning

Functionele ondersteuning is ook van groot belang bij het voorkomen van delier. Dit betekent dat zorgverleners zich moeten richten op het behouden van functionele capaciteit en het vermijden van bedrust. Vroegtijdige mobilisatie is een belangrijke component van functionele ondersteuning. Het stimuleren van beweging en het vermijden van onbeweeglijkheid kan helpen bij het behouden van de fysieke functies van de patiënt.

De implementatie van functionele ondersteuning vereist een geïntegreerd team van zorgverleners die samenwerken om gerichte maatregelen uit te voeren. Dit betekent dat zorgverleners zich moeten richten op het behouden van eet- en drinkpatronen, het vermijden van fixatie en het stimuleren van mobilisatie. Deze maatregelen zijn onderdeel van een geïntegreerd programma dat gericht is op het voorkomen van delier.

Betrokkenheid van familieleden en verpleeghulp

Invloed van betrokkenheid

De betrokkenheid van familieleden of gewone verplegers van de patiënt is een belangrijk aspect bij het voorkomen van delier. Het toezicht op de patiënt door familieleden of verplegers kan helpen bij het herkennen van de omgeving en het vermijden van verwarring. Het toezicht op de patiënt kan ook helpen bij het vermijden van fixatie en het behouden van eet- en drinkpatronen.

Het gebruik van rooming-in is een effectieve methode bij het voorkomen van delier. Rooming-in betekent dat familieleden of verplegers in de buurt van de patiënt blijven. Dit ondersteunt de patiënt psychologisch en helpt bij het behouden van het zelfbeeld. Het toezicht op de patiënt door familieleden of verplegers is daarom een belangrijk aspect bij het voorkomen van delier.

Praktische uitvoering

Het uitvoeren van rooming-in vereist samenwerking tussen zorgverleners en familieleden of verplegers. Het is belangrijk dat zorgverleners zich bewust zijn van de invloed van rooming-in op het voorkomen van delier en dat ze deze methode actief aanbevelen. Het gebruik van rooming-in kan helpen bij het vermijden van fixatie en het behouden van eet- en drinkpatronen.

Een belangrijk aspect van rooming-in is het vermijden van onrust. Het toezicht op de patiënt door familieleden of verplegers kan helpen bij het vermijden van angst en verwarring. Het gebruik van angstreductietechnieken en presente zorg kan nuttig zijn bij het vermijden van delier.

Conclusie

Niet-medicamenteuze interventies zijn een krachtige methode bij het voorkomen van delier bij oude patiënten in het ziekenhuis. Deze interventies zijn gericht op het vermijden van fixatie, het stimuleren van vroegtijdige mobilisatie en het behouden van eet- en drinkpatronen. De implementatie van deze interventies vereist samenwerking tussen zorgverleners en familieleden of verplegers. Het gebruik van rooming-in en de-escalatietechnieken kan nuttig zijn bij het vermijden van delier.

De effectiviteit van deze interventies is bevestigd in verschillende onderzoeken. De kwaliteit van de interventies is beoordeeld als “moderate”, wat wijst op de betrouwbaarheid van de onderliggende wetenschappelijke bewijsvoering. Het voorkomen van delier vereist een geïntegreerd team van zorgverleners die gerichte maatregelen uitvoeren. Deze maatregelen zijn onderdeel van een geïntegreerd programma dat gericht is op het voorkomen van delier en het behouden van functionele en cognitieve functies van de patiënt.

Bronnen

  1. Niet-medicamenteuze behandeling delier
  2. Krobinson Wiskunde
  3. Lyceo Examentraining Wiskunde A
  4. Steelfisher, G.K., Martin L.A., Dowal, S.L., & Inouye, S.K (2011). Sustaining clinical programs during difficult economic times; a case series from the hospital elder life program. JAGS, 59: 1873-1882.
  5. Vidan, M.T., Sanchez, E., Alonso, M., Montero, B., Ortiz, J., & Serra, J.A. (2009). An intervention integrated into daily clinical practice reduces the incidence of delirium during hospitalization in elderly patients. J Am Geriatr Soc, 57, 2029 - 2036.
  6. Wanich, C., Sullivan-Marx, E., Gottlieb, G., & Johnson, J. (1992). Functional Status Outcomes of a Nursing Intervention in Hospitalized Elderly. Image - the Journal of Nursing Scholarship., 24 (3), 201-8.
  7. Wong, D.M., Niam, T., Bruce, J.J., & Bruce, D.G. (2005). Quality Project to Prevent Delirium After Hip Fracture. Australasian Journal on Ageing, 24 (3), 174-7.

Gerelateerde berichten