Oefeningen om correct 'hen' en 'hun' te gebruiken in de Nederlands schrijftaal

Inleiding

In de Nederlands schrijftaal zijn de voornaamwoorden hen en hun vaak de oorzaak van verwarring, vooral bij meewerkende en lijdende voorwerpen. Ondanks dat deze woorden op het eerste gezicht hetzelfde lijken, hebben ze verschillende functies en toepassingen binnen de grammatica. Het gebruik van hen of hun hangt af van de rol die het voornaamwoord speelt in de zin. In het verleden was het gebruik van hun als meewerkend voorwerp (zoals in "ik geef hun het boek") algemeen aanvaard, maar in de laatste jaren is er een beweging ontstaan om ook hen te gebruiken in dergelijke gevallen. Deze verandering is deels het gevolg van wat de auteurs van de SOURCE DATA als "hun-angst" beschrijven: een vrees voor het gebruik van hun in situaties waar het grammaticaal juist zou zijn, waardoor hen in sommige gevallen opnieuw in de taalgebruik is gekomen.

In dit artikel worden de regels rondom hen en hun uitgebreid besproken en worden een aantal oefeningen aangereikt om de correcte toepassing van deze voornaamwoorden te versterken. Dit is van belang voor iedereen die nauwkeurig wil communiceren in de schrijftaal, van leerlingen tot professionele schrijvers of redacteuren.

De functies van 'hen' en 'hun' in de Nederlands schrijftaal

Hen: lijdend voorwerp en na een voorzetsel

Hen wordt traditioneel gebruikt in twee gevallen:

  1. Als lijdend voorwerp, wat betekent dat de persoon of groep die wordt genoemd het werkwoord ondergaat. Dit is het geval in zinnen zoals:

    • Iedereen feliciteerde hen.
    • De manager ontsloeg hen.
    • De douanebeambte bekeek hen argwanend.

Een eenvoudige manier om te controleren of je te maken hebt met een lijdend voorwerp, is om de zin om te schrijven in een passieve vorm. Bijvoorbeeld:

  • "De manager ontsloeg hen" → "Zij werden ontslagen."

Als hen verandert in zij bij de passieve vorm, weet je dat je met een lijdend voorwerp te maken hebt en dat hen het juiste woord is.

  1. Na een voorzetsel, zoals aan, voor, bij of volgens. Voorbeelden zijn:

    • Ik geef het boek aan hen.
    • Dat heb ik speciaal voor hen gedaan.
    • Ga je met hen naar de stad?

In dergelijke gevallen is hen correct als het voorwerp van de zin volgt op een voorzetsel.

Hun: meewerkend voorwerp

Hun wordt gebruikt wanneer het voornaamwoord een meewerkend voorwerp is, ook wel indirect object genoemd. Dit betekent dat het voornaamwoord het werkwoord niet direct ondergaat, maar er een indirecte relatie is. Typisch is dat je hierbij een voorzetsel kunt aan denken, zoals aan, voor, bij, of volgens.

Voorbeelden zijn:

  • Ik geef hun het boek. (hun = aan hen)
  • Hij schonk hun een kopje koffie in. (hun = voor hen)
  • Hij rookt hun te veel. (hun = volgens hen)

In deze zinnen is hun grammaticaal correct als meewerkend voorwerp. Het gebruik van hen in dergelijke gevallen wordt echter steeds vaker aangemoedigd, vooral in schrijftaal, als alternatief voor hun – vooral omdat hun in sommige contexten verward wordt met het bezittelijk voornaamwoord (hun fiets).

De invloed van de 'hun-angst' op de taalontwikkeling

In de laatste jaren is er een verandering in de taalgebruik waarneembaar. Volgens de SOURCE DATA is er sprake van een "hun-angst", een vrees dat het gebruik van hun grammaticaal incorrect is, vooral in functie van meewerkend voorwerp. Deze angst heeft geleid tot een groeiende voorkeur voor het gebruik van hen in dergelijke gevallen.

De reden daarachter is meervoudig. Enerzijds is er een sterke taalnorm die zegt dat hun als onderwerp fout is, bijvoorbeeld in zinnen zoals "Hun hebben dat gedaan". Deze norm is zodanig ingebijt dat veel mensen ook angstig worden als het gaat om het correcte gebruik van hun als meewerkend voorwerp. Anderzijds is er een beweging in de schrijftaal die erkent dat hen ook als meewerkend voorwerp gebruikt kan worden, zoals in zinnen als "We vertellen het hen later wel" of "Het is hen niet opgevallen".

De Algemene Nederlandse Spraakkunst, die de grammatica van het Nederlands beschrijft, heeft dit sinds 1997 erkend en stelt dat hen in dergelijke gevallen geen grammaticale fout is. Veel kranten en tijdschriften hanteren deze opvatting ook in hun redactionele richtlijnen. Dit wijst op een geleidelijke verandering in de taalnormen, waarbij hen steeds meer een rol speelt in zinnen waarin het meewerkend voorwerp is.

Oefeningen om 'hen' en 'hun' correct te gebruiken

Om het verschil tussen hen en hun te versterken, zijn de volgende oefeningen bedoeld om te oefenen met het correcte gebruik van deze voornaamwoorden in verschillende contexten.

Oefening 1: Herken lijdend en meewerkend voorwerp

Instructie: Lees de volgende zinnen en kruis aan of hen of hun het correcte voornaamwoord is. Gebruik waar mogelijk ook de methode van het herschrijven in een passieve zin om te controleren of het lijdend voorwerp is.

  1. De politie arresteerde _.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  2. Ik geef het cadeau _.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  3. De docent behandelde _ met respect.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  4. Zij feliciteerden _ met hun promotie.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  5. De manager ontsloeg _ gisteren.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  6. Ik heb _ een brief geschreven.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  7. De arts stelde _ gerust.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  8. De klas behoorde _ niet toe.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  9. Hij gaf _ een kans.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  10. De kritiek belemmerde _.

    • [ ] hen
    • [ ] hun

Oefening 2: Zinnen herschrijven in passieve vorm

Instructie: Herschrijf de volgende zinnen in een passieve vorm en bepaal of hen of hun het juiste voornaamwoord is in de oorspronkelijke zin.

  1. De manager ontsloeg _.

    • Passief: _ werden ontslagen.
    • Correcte vorm: _
  2. Ik geef het boek _.

    • Passief: Het boek wordt aan _ gegeven.
    • Correcte vorm: _
  3. De docent behandelde _ met respect.

    • Passief: _ werden met respect behandeld.
    • Correcte vorm: _
  4. Zij feliciteerden _ met hun promotie.

    • Passief: _ werden met hun promotie gefeliciteerd.
    • Correcte vorm: _
  5. De arts stelde _ gerust.

    • Passief: _ werden gerustgesteld.
    • Correcte vorm: _

Oefening 3: Zinnen met voorzetsels

Instructie: Vul hen of hun in op de lege plekken. Denk aan het gebruik van hen na een voorzetsel.

  1. Ik stelde _ een vraag.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  2. De ouvreuse gaf _ een andere plaats.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  3. Hij rookt _ te veel.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  4. Ik geef _ het boek.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  5. Hij schonk _ een kop koffie.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  6. De klas behoorde _ niet toe.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  7. Ik geef _ het antwoord.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  8. De docent gaf _ een klap op de rug.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  9. De agent gelastte _ mee te komen.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  10. Ik betaal _ honderd euro.

    • [ ] hen
    • [ ] hun

Oefening 4: Zinnen met meewerkend voorwerp

Instructie: Vul hen of hun in op de lege plekken. Let op het meewerkend voorwerp.

  1. Ik geef _ het boek.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  2. Hij gaf _ een kans.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  3. De kritiek belemmerde _.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  4. Hij rookt _ te veel.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  5. Hij gaf _ een klap op de rug.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  6. De arts stelde _ gerust.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  7. Ik geef _ het antwoord.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  8. De ouvreuse gaf _ een andere plaats.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  9. De manager ontsloeg _ gisteren.

    • [ ] hen
    • [ ] hun
  10. Zij feliciteerden _ met hun promotie.

    • [ ] hen
    • [ ] hun

Conclusie

Het correcte gebruik van hen en hun is van groot belang voor een duidelijke en professionele communicatie in de schrijftaal. Hoewel deze woorden op het eerste gezicht hetzelfde lijken, hebben ze verschillende functies en toepassingen afhankelijk van de rol die ze in de zin spelen. Hen wordt gebruikt als lijdend voorwerp of na een voorzetsel, terwijl hun het juiste voornaamwoord is in het geval van een meewerkend voorwerp.

Echter, in de laatste jaren is er een verandering in de taalnormen waarneembaar. Door wat de auteurs van de SOURCE DATA als "hun-angst" beschrijven, is er een groeiende voorkeur voor het gebruik van hen ook in functie van meewerkend voorwerp. Deze verandering wordt gesteund door grammatica- en redactionele richtlijnen, waaronder de Algemene Nederlandse Spraakkunst.

Door middel van de bovenstaande oefeningen kan je het verschil tussen hen en hun verder versterken en je grammaticale vaardigheden verbeteren. Oefening helpt niet alleen bij het correcte gebruik van deze voornaamwoorden, maar ook bij het vertrouwen in je schrijfvaardigheden in het Nederlands. De schrijftaal is een levendig en ontwikkelend fenomeen, en door deze veranderingen bewust en bewustzijnvol op te volgen, draag je bij aan een duidelijke en krachtige communicatie.

Bronnen

  1. onzetaal.nl – Hun/hen

Gerelateerde berichten