Oefeningen en lymfoedeem: wetenschappelijk onderbouwde benaderingen voor kwaliteitsverbetering

Lymfoedeem, een aandoening waarbij vloeistof zich ophoopt in weefsels en dit leidt tot een duidelijke, vaak asymmetrische, zwelling, treft honderdduizenden mensen wereldwijd. Het is vooral voorkomend bij patiënten die geïrradiëerd zijn of een lymfestroomverstoring hebben als gevolg van kankerbehandelingen zoals chemo- of bestralingstherapie. Voor deze patiënten is het niet alleen van belang om de symptomen te beheersen, maar ook om hun kwaliteit van leven te verbeteren. Oefeningen, en met name gerichte fysieke activiteit, spelen daarbij een steeds grotere rol. In dit artikel leggen we uit wat de huidige wetenschap zegt over oefentherapie en lymfoedeem, met een focus op de toepassing van krachttraining, aerobe oefeningen en andere vormen van beweging, alles onderbouwd door de laatste onderzoeken en richtlijnen.


Wat is lymfoedeem en waarom is beweging relevant?

Lymfoedeem is een chronische aandoening waarbij het lymfestelsel niet correct functioneert. Dit kan leiden tot vloeistofopstapeling in de weefsels, meestal in de armen of benen. De oorzaak kan genetisch zijn (primair), maar wordt vaak veroorzaakt door kankerbehandelingen (secundair), zoals chirurgie, bestraling of chemotherapie, die lymfeknopen of lymfaveertjes beschadigen of verwijderen.

Oefeningen, en met name gerichte oefentherapie, worden op dit moment sterk aangeraden in combinatie met standaardzorg zoals compressie, zelfzorg en voedingsadviezen. De reden? Beweging draagt bij aan een verbetering van lymfatische circulatie, vermindert de kans op ernstigere vormen van lymfoedeem, en draagt bij aan het herstel van fysieke en mentale functies. Bovendien is beweging een krachtige tool voor het verbeteren van kwaliteit van leven, wat essentieel is voor patiënten die vaak met pijn, vermoeidheid en psychosociale lasten te maken hebben.


Oefentherapie: krachttraining versus standaardzorg

Een van de meest onderzochte interventies bij lymfoedeem is krachttraining. In een systematische review van Singh et al. (2016) werden 11 studies geanalyseerd waarin krachttraining vergeleken werd met standaardzorg bij 759 patiënten met kankergerelateerd lymfoedeem. De studies duren meestal 8 tot 52 weken en omvatten zowel patiënten met lymfoedeem van de boven- als onderste extremiteit.

Resultaten van krachttraining

Krachttraining werd geïmplementeerd in diverse vormen. In de meeste studies werden groepen van 2 tot 6 patiënten bijeen gebracht voor sessies van 90 minuten, 1 keer per week. Later werden de sessies vervangen door telefonische begeleiding. De oefeningen richtten zich op de spieren van armen, benen, borst, rug en buik. Het doel was om te voorkomen dat spieratrophie en functieverlies optreden, en tegelijk de lymfatische circulatie te stimuleren.

In de studie van Ahmed (2006) werd krachttraining vergeleken met standaardzorg (comprestherapie, zelfzorg en voedingsadviezen). Na acht weken oefeningen was er geen significant verschil in lymfoedeemvolume tussen de groepen. Echter, er was wel een verbetering in spierkracht en bewegingsbereik in de krachttraininggroep. Dit suggereert dat krachttraining niet per se het volume van lymfoedeem vermindert, maar wél draagt bij aan een betere functionele staat en mogelijk het voorkomen van verdere verslechtering.

Een andere studie, uitgevoerd door Schmitz et al. (2009), vergeleek krachttraining met drie andere interventies: standaardzorg, een gewichtsverliesprogramma en een combinatie van krachttraining en gewichtsverlies. De resultaten toonden dat krachttraining, zelfs zonder gewichtsverlies, leidde tot verbeteringen in kwaliteit van leven, vooral op het gebied van fysieke en emotionele dimensies. De auteurs concluderen dat krachttraining veilig is en nuttig kan zijn voor patiënten met lymfoedeem, mits goed uitgevoerd en gecontroleerd.


Aerobe oefeningen: een onderzoeksgebied dat in opkomst is

Naast krachttraining wordt aerobe oefening steeds vaker in de literatuur genoemd. In de studie van Hayes et al. (2009) werd een programma van 45 minuten in een zwembad uitgevoerd, 1 keer per week gedurende 12 weken. De oefeningen omvatten ademhalingsoefeningen, bewegingen van de schoudergordel, zelfmassage en verticale bewegingen van de arm. Deze interventie werd vergeleken met een zogenaamde “zelfbeheer”-groep, waarin geen specifieke oefeningen werden voorgeschreven.

De resultaten lieten geen significante verandering in het lymfoedeemvolume zien, maar er was wel een verbetering in kwaliteit van leven, vooral op het emotionele en sociale vlak. Dit duidt op de psychologische voordelen van aerobe oefeningen, zoals vermindering van stress, verbetering van slaap en een gevoel van groter zelfvertrouwen.


Combinatie van krachttraining en aerobe oefeningen

De combinatie van krachttraining en aerobe oefeningen is een veelbelovende benadering. In de studie van Schmitz et al. (2019) werd een combinatie van krachttraining en aerobe activiteit vergeleken met telefonische monitoring zonder oefeningen. De resultaten toonden dat de combinatie leidde tot een grotere verbetering in kwaliteit van leven, vooral op het emotionele en fysieke vlak, dan telefonische monitoring alleen.

De auteurs stellen dat de combinatie van krachttraining en aerobe activiteit niet alleen fysieke voordelen biedt, maar ook draagt bij aan het herstel van mentale functies. Dit is belangrijk, omdat patiënten met lymfoedeem vaak met psychische lasten zoals angst, depressie en lichamelijke beperkingen te maken hebben.


Overige vormen van oefentherapie

Naast krachttraining en aerobe oefeningen zijn ook andere vormen van oefentherapie onderzocht. Yoga en watergerichte oefeningen zijn hierin genoemd. In de studie van Sener et al. (2017) werd Clinical Pilates gebruikt bij patiënten met lymfoedeem na borstkankerbehandeling. De resultaten toonden verbeteringen in schouderbeweglijkheid, verminderde pijn en verbeterde kwaliteit van leven. Dit suggereert dat minder intensieve vormen van oefeningen ook nuttig kunnen zijn, vooral voor patiënten die niet in staat zijn tot intensieve krachttraining.


Beveiliging bij oefentherapie: wat is veilig?

Een veelgestelde vraag is of oefentherapie veilig is voor patiënten met lymfoedeem. In de systematische review van Hayes et al. (2020) werd onderzocht of het gebruik van compressie tijdens oefeningen nodig is. De resultaten tonen aan dat het gebruik van compressie tijdens oefeningen geen duidelijke voordelen biedt, maar ook geen nadelen. Het is echter belangrijk dat de oefeningen goed worden uitgevoerd, met voldoende begeleiding, vooral bij beginnende patiënten.

Een belangrijke aandachtspunt is de intensiteit van de oefeningen. In de studies werd vaak een lage tot matige intensiteit gebruikt, wat betekent dat patiënten niet hoeven te trainen tot uitzonderlijke vermoeidheid. De focus ligt op het opbouwen van functionele capaciteit en het ondersteunen van lymfatische circulatie.


Kwaliteit van leven en het psychologische aspect

Lymfoedeem heeft een grote impact op kwaliteit van leven, niet alleen door de fysieke lasten, maar ook door psychosociale effecten. In de meeste studies is er een toename van kwaliteit van leven gemeten, vooral op het emotionele en sociale vlak. Krachttraining, aerobe oefeningen en zelfbeheerstrategieën dragen hieraan bij door:

  • Verbetering van fysieke functie (bewegingsbereik, spierkracht)
  • Vermindering van pijn en klachten
  • Verhoging van het zelfbeeld en het gevoel van controle
  • Stimulering van sociale interactie (bijvoorbeeld groepstrainingen)

Kritisch overzicht van de studies

De studies die in deze literatuurreview zijn opgenomen, zijn voornamelijk gerandomiseerd en goed uitgevoerd. Het grootste deel is gepubliceerd in gerenommeerde tijdschriften zoals Archives of Physical Medicine and Rehabilitation, Support Care in Cancer en Journal of Breast Health. De methodologie varieert, maar er zijn voldoende studies om een betrouwbaar overzicht te geven van de effecten van oefentherapie bij lymfoedeem.

Een belangrijke beperking van sommige studies is de relatief korte duur van de interventies (8 tot 12 weken), wat betekent dat de langdurige effecten nog niet volledig bekend zijn. Ook is de mate van begeleiding en begeleidingstijd variabel, wat het lastig maakt om aanbevelingen te formuleren die op schaal toegepast kunnen worden.


Conclusie

Oefentherapie is een waardevolle aanvulling op de standaardzorg bij lymfoedeem. Zowel krachttraining als aerobe oefeningen, eventueel in combinatie, tonen gunstige effecten op fysieke functie en kwaliteit van leven. De studies tonen aan dat oefeningen veilig kunnen zijn en dat patiënten er baat bij hebben. Het is echter belangrijk dat oefentherapie op een individueel, begeleidde manier wordt uitgevoerd, met aandacht voor intensiteit, techniek en psychologische steun.

Voor patiënten die lymfoedeem lijden, is het aan te raden om in overleg te treden met een fysiotherapeut of oefenfysioloog, om een persoonlijk oefenprogramma op te stellen. Dit programma kan een krachttraining, aerobe activiteit en zelfbeheerstrategie bevatten, en moet afstemmen op de individuele klachten en doelen.


Bronnen

  1. Singh B, Disipio T, Peake J, Hayes SC. Systematic Review and Meta-Analysis of the Effects of Exercise for Those With Cancer-Related Lymphedema. Arch Phys Med Rehabil. 2016 Feb;97(2):302-315.e13.
  2. Ahmed N, et al. Exercise training in patients with cancer-related lymphedema: a randomized controlled trial. Journal of Clinical Oncology.
  3. Schmitz KH, et al. Exercise and Lymphedema Among Breast Cancer Survivors. JAMA. 2009;301(18):1926–1934.
  4. Hayes SC, et al. Do Women with Breast Cancer-related Lymphoedema Need to Wear Compression While Exercising? Curr Breast Cancer Rep. 2020;12:193–201.
  5. Sener HO, Malkoc M, Karadibak D, Ergin G, Yavuzsen T. Effects of clinical pilates exercises on patients developing lymphedema secondary to breast cancer treatment: a randomized clinical trial. Meme Sagligi Dergisi / Journal of Breast Health. 2017;13(1):16-22.
  6. Tidhar D, Katz-Leurer M. Aqua lymphatic therapy in women who suffer from breast cancer treatment-related lymphedema: a randomized controlled study. Support Care Cancer. 2010;18(3):383-92.

Gerelateerde berichten