Bij een proximale humerusfractuur – een breuk in de bovenarm bij de schouder – gaat het tijdens de revalidatie niet enkel om het herstellen van botstructuur, maar ook om het herstellen van bewegingsmogelijkheid, kracht en controle. In deze gids bekijken we hoe fysiotherapeutische oefeningen, geïntegreerd met fundamentele principes van bewegingsfysiologie, krachttraining en mentale voorbereiding, kunnen bijdragen aan een snelle en duurzame herstel. De nadruk ligt op het verhinderen van complicaties zoals frozen shoulder, het optimaliseren van mobiliteit en het actief betrokken zijn bij de hersteltrajecten, zowel voor jonge als oude patiënten.
Inleiding
Een proximale humerusfractuur is een veelvoorkomende schouderletseling die meestal ontstaat na een val of een ongeval waarbij de bovenarm wordt belast. De behandeling kan zowel conservatief (zoals het dragen van een mitella of brace) als operatief (zoals open repositie of schouderprothese) zijn, afhankelijk van de ernst van de breuk, het type fractuur en de gezondheidstoestand van de patiënt. Ongeacht de keuze voor behandeling, is fysiotherapie en het uitvoeren van gerichte oefeningen essentieel om functioneel herstel te bereiken.
De beschikbare richtlijnen en studies (zoals van Vaschsevanos et al., Fu et al. en Gomberawalla et al.) benadrukken dat eenvroege mobilisatie, geleid door de pijn en onder begeleiding van een fysiotherapeut, een belangrijke rol speelt in het herstel. De focus ligt op het voorkomen van complicaties zoals avasculaire necrose van de humeruskop of artrose, en op het herstellen van de functie van de schouder en bovenarm.
In deze tekst bespreken we de belangrijkste oefeningen die in de fysiotherapeutische revalidatie worden toegepast, de tijdsplanning van de oefeningen, en de rol van individuele factoren zoals kinesiofobie (angst voor beweging) in het herstelproces.
Oefeningen in de vroege revalidatie
Na een proximale humerusfractuur, zowel na operatie als na conservatieve behandeling, is het belangrijk om zo snel mogelijk te starten met oefeningen om de mobiliteit te behouden en te herstellen. In de eerste weken na de verwonding of operatie is de focus op het voorkomen van verstijving en op het actief betrokken zijn van de patiënt bij het herstel.
Pendeloefeningen
Een van de eerste oefeningen die worden uitgevoerd is het uitvoeren van pendeloefeningen. Deze oefeningen helpen bij het verlagen van spierstijfheid en bij het herstellen van een natuurlijke bewegingslijn. De patiënt wordt geacht de oefeningen uit te voeren met een sling, zodat er geen extra belasting op het schoudergewricht komt.
Pendeloefeningen worden meestal uitgevoerd in een lichte boogbeweging, zonder de schouder te belasten. Deze oefeningen worden vaak in week 1 na de operatie of verwonding ingevoerd en vormen een basis voor verdere mobilisatie.
Circumductieoefeningen in de sling
Naast pendeloefeningen worden ook circumductieoefeningen in de sling uitgevoerd. Deze oefeningen zijn gericht op het herstellen van een volledige beweging in de schouder, zonder dat de patiënt direct kracht moet uitoefenen. Het doel is om de bewegingslijn te herstellen en de spieren geleidelijk te activeren.
Deze oefeningen worden vooral ingezet bij patiënten met angst voor beweging (kinesiofobie). Het idee is dat door langzaam en geleid te bewegen, de patiënt zich sneller op zijn gemak voelt en minder angst heeft voor het opnieuw bezeeren van de schouder.
Tijdsplanning en hersteltraject
De hersteltrajecten na een proximale humerusfractuur zijn meestal geclassificeerd in verschillende stadia, waarin de oefeningen en de intensiteit van de revalidatie geleidelijk worden aangepast. De volgende tijdsplanning is afgeleid van de beschikbare richtlijnen:
Week 1: Starten met mobilisatie
In de eerste week na de operatie of na het opvangen van de breuk met een mitella, begint de fysiotherapeut met het uitvoeren van pendeloefeningen en circumductieoefeningen. De focus is op het herstellen van een vloeiende beweging en het voorkomen van verstijving.
Tijdens deze fase wordt ook een X-straal gemaakt om de stand van de breuk te controleren en om te bepalen of er sprake is van een goede stabilisatie.
Week 6: Progressieve mobilisatie
Na zes weken is de breuk meestal goed genesteld, afhankelijk van de ernst van de breuk en de kwaliteit van het bot. Tijdens deze fase worden de oefeningen uitgebreid en worden er meer actieve bewegingen ingevoerd. De focus ligt op het herstellen van een volledige bewegingslijn in de schouder en het herstellen van kracht in de schouder en bovenarm.
Tijdens deze fase wordt ook een nieuwe X-straal gemaakt om de stand van de breuk en de consolidatie te controleren.
Maand 3: Herstel van functie
Na drie maanden is het doel om de functie van de schouder en bovenarm volledig te herstellen. Tijdens deze fase worden krachttrainingen ingevoerd, zowel passief als actief. De focus ligt op het herstellen van een volledige functie, zodat de patiënt weer zijn dagelijks functioneren kan uitvoeren.
Tijdens deze fase wordt ook een X-straal gemaakt om te controleren of de breuk volledig is genesteld en of er sprake is van een goede herstel van de functie.
Complicaties en risico’s
Hoewel fysiotherapeutische oefeningen essentieel zijn voor het herstellen van functie, is het ook belangrijk om bewust te zijn van mogelijke complicaties die zich kunnen voordoen tijdens de revalidatie. De volgende complicaties worden vaak genoemd in de literatuur:
1. Frozen shoulder (adhesieve capsulitis)
Frozen shoulder is een aandoening waarbij de schouder verstijft en de bewegingsmogelijkheid sterk afneemt. Deze complicatie kan zich voordoen bij patiënten die langdurig in een mitella of sling blijven, of bij patiënten die niet actief meewerken aan de revalidatie.
De behandeling van frozen shoulder vereist een actieve deelname aan fysiotherapeutische oefeningen en vaak een intensieve revalidatie. Het is daarom essentieel om zo vroeg mogelijk met mobilisatie te starten.
2. Avasculaire necrose van de humeruskop
Avasculaire necrose is een aandoening waarbij het botweefsel van de humeruskop niet genoeg bloed ontvangt, waardoor het bot afsterft. Deze complicatie is vooral mogelijk bij fracturen die het humeruskop betreffen en die niet goed genesteld zijn.
Het is belangrijk om tijdens de revalidatie de stand van de breuk regelmatig te controleren met X-stralen, zodat eventuele tekens van avasculaire necrose vroegtijdig herkend kunnen worden.
3. Post-traumatische artrose
Post-traumatische artrose is een vroegtijdige slijtage van het gewricht als gevolg van de fractuur. Deze complicatie kan zich voordoen bij patiënten met ernstige fracturen of bij patiënten die niet voldoende herstel bereiken.
De behandeling van post-traumatische artrose vereist vaak een combinatie van fysiotherapeutische oefeningen en eventueel medische ingrepen.
4. Problemen met osteosynthesemateriaal
Bij operatieve behandeling van een proximale humerusfractuur wordt vaak een plaat of een schroef gebruikt om de breuk te stabiliseren. Soms kan het osteosynthesemateriaal problemen veroorzaken, zoals irritatie, losgaan of infectie.
Het is belangrijk om tijdens de revalidatie de patiënt te controleren op eventuele complicaties met het osteosynthesemateriaal en om eventuele klachten snel te adresseren.
Indicaties voor operatieve behandeling
Bij bepaalde soorten proximale humerusfracturen is een operatieve behandeling nodig. De indicaties voor operatie zijn afhankelijk van de ernst van de breuk, de leeftijd van de patiënt en de kwaliteit van het bot.
Luxatiefracturen
Luxatiefracturen zijn fracturen die gepaard gaan met een volledige loskomst van het schoudergewricht. Deze fracturen vereisen vaak een operatieve behandeling om de functie van de schouder volledig te herstellen.
Headsplitfracturen
Headsplitfracturen zijn fracturen waarbij het humeruskop volledig afgesplitst is van de rest van de bovenarm. Deze fracturen vereisen vaak een open repositie en interne fixatie, zodat de functie van de schouder hersteld kan worden.
Ernstig gedisloceerde fracturen
Bij ernstig gedisloceerde fracturen is het vaak noodzakelijk om een operatie uit te voeren om de breuk te stabiliseren en de functie van de schouder te herstellen.
Open fracturen
Bij open fracturen is er een wond die in contact staat met het breukoppervlak. Deze fracturen vereisen vaak een operatieve behandeling om infecties te voorkomen en om de breuk correct te herstellen.
Pathologische fracturen
Bij pathologische fracturen is de breuk het gevolg van een onderliggende aandoening, zoals kanker of osteoporose. Deze fracturen vereisen vaak een individuele aanpak, afhankelijk van de oorzaak van de breuk.
Operatieve behandeling en revalidatie
Bij jonge patiënten is een open repositie en interne fixatie de standaardbehandeling. De keuze voor een deltopectorale benadering of MIPO-benadering via een deltoid split hangt af van de ervaring van de chirurg en het type breuk.
Bij oudere, vitale patiënten kan overwogen worden om een schouderprothese te plaatsen, vooral bij fracturen met een slechte prognose.
Na de operatie is het belangrijk om direct te starten met oefeningen, onder begeleiding van een fysiotherapeut. De focus ligt op het herstellen van de functie van de schouder en het voorkomen van complicaties zoals frozen shoulder.
Fysiotherapeutische behandeling van schouderluxatie
Hoewel de focus van deze tekst ligt op proximale humerusfracturen, is het ook belangrijk om te kijken naar de rol van fysiotherapeutische behandeling bij schouderluxatie, omdat deze aandoening vaak gepaard gaat met schouderbreuken.
Conservatieve behandeling van schouderluxatie
Bij een schouderluxatie wordt vaak een conservatieve behandeling gekozen, waarbij de patiënt wordt behandeld met een mitella en pijnbestrijding. De focus ligt op het herstellen van de functie van de schouder en het voorkomen van herhaling van de luxatie.
In de revalidatie worden oefeningen uitgevoerd om de stabiliteit van de schouder te herstellen. Deze oefeningen zijn gericht op het herstellen van kracht in de schouderrotators en op het herstellen van proprioceptie en neuromuskulaire controle.
Proprioceptieve oefeningen
Proprioceptieve oefeningen zijn essentieel bij de revalidatie van een schouderluxatie. Deze oefeningen helpen bij het herstellen van de controle van de schouder en het voorkomen van herhaling van de luxatie.
In de literatuur wordt benadrukt dat proprioceptieve oefeningen een positieve invloed hebben op het herstellen van de functie van de schouder en het voorkomen van herhaling van de luxatie.
Kinetic chain training
Kinetic chain training is een aanpak waarbij de beweging van de schouder wordt bekeken in het kader van de hele lichaamsbeweging. Deze aanpak helpt bij het herstellen van de functie van de schouder en bij het verbeteren van de kracht en controle van de schouderrotators.
In de revalidatie worden oefeningen uitgevoerd die gericht zijn op het herstellen van de kracht en controle van de schouder in combinatie met andere delen van het lichaam, zoals de borst, de rug en de armen.
Rol van mentale toewijding in het herstel
Ondanks de fysieke aspecten van herstel is het ook belangrijk om te erkennen dat mentale toewijding en mindset een belangrijke rol spelen in de revalidatie. Patiënten die actief betrokken zijn bij hun herstel, die zich bewust zijn van hun voortgang en die hun doelen stellen, hebben vaak een beter herstelresultaat.
Kinesiofobie
Kinesiofobie, of angst voor beweging, is een veelvoorkomende complicatie bij patiënten met schouderbreuken of schouderluxatie. Deze angst kan leiden tot vermijding van beweging, wat op zijn beurt kan leiden tot verstijving en verder verlies van functie.
Het is belangrijk om patiënten met kinesiofobie te ondersteunen en te motiveren om actief deel te nemen aan de revalidatie. Dit kan gedaan worden door kleine stappen te zetten, door positieve feedback te geven en door de patiënt te betrekken bij het bepalen van zijn doelen.
Gedragsverandering
Het herstel van een schouderbreuk of schouderluxatie vereist vaak een gedragsverandering. Patiënten moeten leren hoe ze hun schouder kunnen gebruiken zonder dat ze angst hebben voor herhaling van de breuk of luxatie.
Deze gedragsverandering kan gerealiseerd worden door middel van onderwijs, oefeningen en mentale ondersteuning. Het is belangrijk om patiënten te onderwijzen hoe ze hun schouder kunnen gebruiken en hoe ze hun beweging kunnen aanpassen om het risico op herhaling van de breuk of luxatie te verlagen.
Conclusie
De revalidatie na een proximale humerusfractuur vereist een geïntegreerde aanpak die rekening houdt met de fysieke, functionele en mentale aspecten van het herstel. De beschikbare richtlijnen benadrukken dat eenvroege mobilisatie, geleid door pijn en onder begeleiding van een fysiotherapeut, essentieel is voor het herstellen van functie en het voorkomen van complicaties.
Oefeningen zoals pendeloefeningen, circumductieoefeningen en krachttrainingen worden ingevoerd in verschillende stadia van het herstel, afhankelijk van de ernst van de breuk en de individuele toestand van de patiënt. De tijdsplanning van de revalidatie is meestal verdeeld in drie fasen: de eerste week, zes weken en drie maanden na de operatie of verwonding.
Bij bepaalde soorten breuken is een operatieve behandeling nodig, waarbij een open repositie of een schouderprothese wordt ingezet. Na de operatie is het belangrijk om direct te starten met oefeningen om de functie van de schouder te herstellen.
Ook bij schouderluxatie is fysiotherapeutische behandeling essentieel voor het herstellen van de functie van de schouder en het voorkomen van herhaling. Proprioceptieve oefeningen en kinetic chain training zijn belangrijke onderdelen van de revalidatie.
Ten slotte is het belangrijk om te erkennen dat mentale toewijding en mindset een belangrijke rol spelen in het herstel. Patiënten die actief betrokken zijn bij hun revalidatie en die hun doelen stellen, hebben vaak een beter herstelresultaat.
Bronnen
- Vaschsevanos et al. Management of proximal humerus fractures in adults. World J Orthop. 2014.
- Fu et al. Surgical versus conservative treatment for displaced proximal humeral fractures in elderly patients: a metaanalysis. Int J Clin Exp Med. 2014.
- Gomberawalla et al. Metaanalysis of joint preservation versus arthroplasty for the treatment of displaced 3- and 4-part fractures of the proximal humerus. Injury. 2013.
- Handoll et al. Interventions for treating proximal humeral fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2015.
- Patel et al. Posttraumatic osteonecrosis of the proximal humerus. Injury. 2015.
- NED TIJDSCHR GENEESKD.2019;163:D3096
- Ager AL, Borms D, Bernaert M, Brusselle V, Claessens M, Roy JS, Cools A. Can a Conservative Rehabilitation Strategy Improve Shoulder Proprioception? A Systematic Review. J Sport Rehabil. 2020.
- Brownson P, Donaldson O, Fox M, Rees JL, Rangan A, Jaggi A, Tytherleigh-Strong G, McBernie J, Thomas M, Kulkarni R. BESS/BOA Patient Care Pathways: Traumatic anterior shoulder Instability. Shoulder Elbow. 2015.
- Cools AM, Borms D, Castelein B, Vanderstukken F, Johansson FR. Evidence-based rehabilitation of athletes with glenohumeral instability. Knee Surg Sports Traumatol Arthrosc. 2016.
- Dauty M, Dominique H, Héléna A, Charles D. Evolution de la force isocinétique des rotateurs d'épaule avant et à trois mois d'une stabilisation de l'épaule par technique chirurgicale de Latarjet. Ann Readapt Med Phys. 2007.
- Lee JH, Park JS, Hwang HJ, Jeong WK. Time to peak torque and acceleration time are altered in male patients following traumatic shoulder instability. J Shoulder Elbow Surg. 2018.
- Lephart, S. M., & Henry, T. J. (1996). The Physiological Basis for Open and Closed Kinetic Chain Rehabilitation for the Upper Extremity.
- Lewis, A, Kitamura, T, Bayley, J.I.L. The classification of shoulder instability: new light through old windows! Current Orthopaedics. 2004.
- Magnus CR, Arnold CM, Johnston G, Dal-Bello Haas V, Basran J, Krentz JR, Farthing JP. Cross-education for improving strength and mobility after distal radius fractures: a randomized controlled trial. Arch Phys Med Rehabil. 2013.
- Olds M, Ellis R, Parmar P, Kersten P. The immediate and subsequent impact of a first-time traumatic anterior shoulder dislocation in people aged 16-40: Results from a national cohort study. Shoulder Elbow. 2021.