Korte samenvatting van de bronnen:
Fictie is verzonnen met als doel te vermaken (verhaallijn, personages), non-fictie baseert zich op feiten om te informeren (schoolboeken, kranten, kookboeken). Oefeningen omvatten tekstanalyse (bepalen of realistisch/feitelijk), quizzen (bijv. "Is een theatervoorstelling fictie?"), schrijven van fictie (haiku, verhalen) of non-fictie (instructies), stijlovergangen (biografie naar roman), groepsactiviteiten en discussies over stijl en doel. De grens tussen genres is wazig, vooral in zelfhulpboeken of biografieën.