Korte samenvatting van de bronnen: - Basisvormen: Infinitief (basisvorm eindigend op -en, bv. lopen), persoonsvorm (vervoeging afhankelijk van persoon en tijd, bv. loopt, liep), voltooid deelwoord (gebruikt met hebben/zijn, bv. gelopen, gefietst). - Oefeningen omvatten vul-oefeningen voor tegenwoordige tijd, verleden tijd, infinitief en voltooid deelwoord, plus herkenningsoefeningen (bv. Zijn huid is (verbranden) -> verbrand). - Regels: Tegenwoordige tijd met persoonsvorm; verleden tijd met persoonsvorm of voltooid deelwoord; infinitief in basiszinnen of verzoeken. - Voorbeelden: Ik heb besloten om (gaan) -> te gaan; Hij heeft (lopen) -> gelopen.
Bronnen
- no-excuse.nl/blog/post/18785/werkwoordspelling-oefeningen-en-uitleg-voor-het-infinitief-de-persoonsvorm-en-het-voltooid-deelwoord/
- taaluitleg.nl/oefeningen2/spelling.html
- leestrainer.nl/Leerlijn%20werkwoorden/Oefeningen/groep7.htm
- www.jufnt2.nl/werkwoordspelling/persoonsvorm-en-voltooid-deelwoord-herkennen/persoonsvorm-en-voltooid-deelwoord-herkennen-10