Inleiding
Uitleg over het Wederkerend Voornaamwoord
De bronnen beschrijven het wederkerend voornaamwoord als een woord dat bijna altijd terugverwijst naar het onderwerp van de zin. De vorm hangt af van de persoon (1e, 2e of 3e) en het getal (enkelvoud of meervoud). Een handige herkenningstruc is het omzetten van de zin naar de derde persoon (hij-vorm), waarbij het wederkerend voornaamwoord 'zich' wordt.
Uit bron [5] en [6]: - 1e enkelvoud: me, mij, mezelf, mijzelf - 2e enkelvoud: je, u, jezelf, uzelf - 3e enkelvoud: zich, zichzelf - 1e meervoud: ons, onszelf - 2e meervoud: je, u, zich, yourselves, uzelf, zichzelf - 3e meervoud: zich, zichzelf
Voorbeelden: - Ik vergiste me. - Wij ergeren ons. - Hij schaamt zich (of zichzelf voor nadruk). - U kunt zich aanmelden (voorkeur boven 'u' om herhaling te vermijden).
Bron [4] geeft een tabel met voorbeelden:
| Persoon | Wederkerend voornaamwoord | Voorbeeld |
|---|---|---|
| 1e enkelvoud | me | Ik schaam me |
| 2e enkelvoud | je, u | Jij schaamt je; U schaamt zich |
| 3e enkelvoud | zich | Hij schaamt zich |
| 1e meervoud | ons | Wij schamen ons |
| 2e meervoud | je, u | Jullie schamen je |
| 3e meervoud | zich | Zij schamen zich |
Vormen met '-zelf' zijn nadrukkelijker.
Het Wederkerig Voornaamwoord
Het wederkerig voornaamwoord verwijst naar wederzijdse actie tussen meerdere onderwerpen. Er is slechts één: 'elkaar', met varianten 'mekaar' en 'elkander' (bron [6] en [4]). 'Elkaar' is altijd wederkerig, niet wederkerend (quizvraag in [4]).
Voorbeelden uit bronnen ontbreken grotendeels, maar bron [4] noemt het expliciet.
Oefeningen en Herkenning
Bronnen [1], [2], [3] richten zich op oefeningen: klik op wederkerende voornaamwoorden, vul ze in, of herken ze in zinnen. Bron [4] bevat quizvragen, zoals: - In "Vergis hij zich nu niet?" is 'zich' het wederkerend voornaamwoord. - Wederkerende voornaamwoorden: me, je, zich, u, ons. - Voorbeeld: "Ik was me" → 'me'; "Hij verbrandt zich" → 'zich'. - 'Elkaar' is wederkerig.
Bron [5] biedt een uitdaging om beide te onderscheiden.