Inleiding
'Wiens' en 'wier' zijn bezittelijke voornaamwoorden die 'van wie' betekenen en tot het formele taalgebruik behoren. Wiens verwijst naar een mannelijke persoon in de enkelvoud, wier naar een vrouwelijke persoon in de enkelvoud of naar een meervoud, ongeacht geslacht. Voorbeelden: 'De man wiens fiets werd gestolen', 'De vrouw wier fiets werd gestolen', 'De kinderen wier fiets werd gestolen'. Neutraler en vlotter is 'van wie': 'De man van wie de fiets werd gestolen'.
Bronnen melden dat 'wier' veroudert en 'wiens' soms algemener gebruikt wordt, zoals in 'De buurvrouw wiens auto is gestolen', maar grammaticaal is 'wier' correct voor vrouwen. Deze constructies komen voor in formele geschreven taal.
Conclusie
De bronnen benadrukken precieze regels voor 'wiens' (mannelijk enkelvoud) en 'wier' (vrouwelijk enkelvoud of meervoud), met voorkeur voor 'van wie' in alledaags taalgebruik. Geen oefeningen of diepgaande toepassingen zijn aanwezig.