Een Structuurvol Trainingsschema voor Verbetering van Lichaamskenmerken in het BSM-Programma

Bewegingsonderwijs en sport (BSM) is een vak dat zich richt op het begrijpen van beweging, sport en hun rol in de maatschappij. Een centraal element binnen BSM is het ontwikkelen van een persoonlijk trainingsschema om fysieke en mentale vaardigheden te verbeteren. Dit artikel richt zich op de structuur en toepassing van zo’n trainingsschema, met een focus op verbetering van meetbare lichaamskenmerken zoals uithoudingsvermogen, kracht, sprongkracht, lenigheid en snelheid. Het is gebaseerd op ervaringen en methoden zoals beschreven in de bronnen.

Inleiding

Het ontwikkelen van een trainingsschema binnen het BSM-programma is een systematische aanpak die gericht is op verbetering van fysieke prestaties. In dit artikel worden de essentiële onderdelen van zo’n trainingsschema besproken, zoals frequentie, intensiteit, tijdsduur en type activiteit. Het schema is ontworpen voor een periode van vier weken, waarin specifieke oefeningen worden uitgevoerd om bepaalde lichaamskenmerken te verbeteren. Na deze periode worden testen herhaald om de effecten te meten.

Trainingsschema en Fysieke Ontwikkeling

Een trainingsschema is een krachtig instrument om fysieke vaardigheden systematisch te verbeteren. De essentie van zo’n schema is het combineren van herhaalde oefeningen, gerichte inspanning en voldoende herstel. In het BSM-programma wordt een trainingsschema gebruikt om verbetering te brengen in lichaamskenmerken zoals kracht, uithoudingsvermogen en sprongkracht. Hieronder wordt nader ingegaan op de belangrijkste componenten van zo’n schema en hoe deze bijdragen aan fysieke verbetering.

Kracht en Uithoudingsvermogen

Krachttraining is een essentieel onderdeel van een trainingsschema gericht op fysieke verbetering. Bij krachttraining met een focus op uithoudingsvermogen wordt de nadruk gelegd op het langer volhouden van een bepaalde weerstand. Dit type training helpt bij het verhogen van de zuurstofopname van de spieren, waardoor activiteiten langer en makkelijker kunnen worden volgehouden. In de praktijk betekent dit het uitvoeren van veel herhalingen met relatief weinig gewicht.

Een voorbeeld van een effectieve oefening is push-ups. Bij deze oefening wordt de borst naar beneden gedrukt en weer omhoog gehaald, waardoor de borstspieren, rug en buikspieren worden getraind. De intensiteit en frequentie van deze oefeningen worden geleidelijk verhoogd gedurende de vier weken. Bijvoorbeeld in week 1 wordt 2 keer per week getraind met 3 series van 7 push-ups, en in week 4 met 3 series van 10 push-ups. Dit geleidelijke verhogen van het aantal herhelingen helpt om de spierenduur te verbeteren.

Een andere oefening is het heffen van losse gewichtjes. Hierbij wordt het gewicht van 2 kg gebruikt om de biceps te trainen. De oefening bestaat uit het heffen van de gewichten om en om. In de eerste week worden 10 herhelingen gedaan per serie, en in de vierde week 18 herhelingen. Deze oefening helpt bij het versterken van de bovenarmspieren en verbeteren van de gripkracht.

Sprongkracht en Explosieve Kracht

Sprongkracht is een belangrijke fysieke kenmerk, vooral in sporten zoals atletiek, basketbal en voetbal. Het is gericht op het vermogen om explosief kracht te leveren, zoals bij het springen. In het BSM-programma wordt sprongkracht getest door te meten hoe ver iemand vanuit stand kan springen. De oefeningen gericht op het verbeteren van sprongkracht zijn ontworpen om de explosieve kracht in de beenspieren te versterken.

Een veelvoorkomende oefening is de sprong op een verhoogd vlak. Hierbij springt de persoon met één been op een bank of ander verhoogd vlak en daarna met het andere been, waardoor kleine sprongetjes worden gemaakt. Deze oefening helpt bij het verbeteren van de explosieve kracht in de beenspieren. De intensiteit van deze oefening wordt geleidelijk verhoogd. In week 1 worden 20 sprongen gedaan per serie, en in week 4 35 sprongen. De rusttijd tussen de series blijft 15 seconden.

Een andere oefening is de grote kikkersprong. Deze oefening is gericht op het verbeteren van de sprongafstand en de explosieve kracht. De persoon maakt grote sprongen op de grond, waarbij de voeten op en neer bewegen. In week 1 worden 10 sprongen gedaan per serie, en in week 4 16 sprongen. Deze oefening helpt bij het verbeteren van de coördinatie en de explosieve kracht in de benen.

Uithoudingsvermogen en Tijd

Uithoudingsvermogen is een essentieel aspect van fysieke prestaties. Het is het vermogen om langdurige inspanningen te volhouden. In het BSM-programma wordt uithoudingsvermogen getest door te meten hoe lang iemand kan hardlopen of fietsen. De oefeningen gericht op het verbeteren van uithoudingsvermogen zijn ontworpen om de zuurstofopname van de spieren te verhogen.

Een veelvoorkomende oefening is tempoloop. Hierbij wordt een constante snelheid gehandhaafd gedurende een bepaalde afstand. De intensiteit van deze oefening wordt uitgedrukt in de hartslag. In week 1 wordt 30 minuten getempoloopt, en in week 4 45 minuten. De hartslag wordt gemeten om de intensiteit te controleren. Deze oefening helpt bij het verbeteren van het uithoudingsvermogen en de zuurstofopname van de spieren.

Een andere oefening is intervaltraining. Hierbij worden korte, intense inspanningen afwisselend met rustperiodes. De intensiteit van deze oefening wordt uitgedrukt in de snelheid. In week 1 worden 20 minuten intervaltraining gedaan, en in week 4 30 minuten. Deze oefening helpt bij het verbeteren van het uithoudingsvermogen en de zuurstofopname van de spieren.

Lenigheid en Snelheid

Lenigheid en snelheid zijn twee essentiële fysieke kenmerken die vaak samen worden getraind. Lenigheid is het vermogen om bewegingen te maken met een groot bereik, terwijl snelheid het vermogen is om snel te bewegen. In het BSM-programma worden deze kenmerken getest door te meten hoe snel iemand kan reageren of een afstand kan afleggen.

Een veelvoorkomende oefening is de reaktie-test. Hierbij moet de persoon zo snel mogelijk reageren op een signaal. De intensiteit van deze oefening wordt uitgedrukt in de reactietijd. In week 1 wordt 2 keer per week getraind, en in week 4 4 keer per week. Deze oefening helpt bij het verbeteren van de reactietijd en de snelheid.

Een andere oefening is de sprinttest. Hierbij wordt een afstand van 100 meter afgelegd zo snel mogelijk. De intensiteit van deze oefening wordt uitgedrukt in de snelheid. In week 1 wordt 2 keer per week gesprint, en in week 4 4 keer per week. Deze oefening helpt bij het verbeteren van de snelheid en de explosieve kracht.

Psychologische Aspekten van Training

Naast de fysieke aspecten van training zijn er ook psychologische factoren die een rol spelen in de effectiviteit van een trainingsschema. Psychologische factoren zoals motivatie, concentratie en mentale duurzaamheid zijn essentieel voor het behalen van trainingdoelen.

Motivatie is het vermogen om zichzelf aan te zetten om een trainingsschema te voltooien. In het BSM-programma wordt motivatie verhoogd door het instellen van duidelijke doelen en het bijhouden van voortgang. In het trainingsschema wordt bijvoorbeeld een logboek gebruikt om de voortgang te registreren. Dit helpt bij het verbeteren van de motivatie en het behouden van de focus op het doel.

Concentratie is het vermogen om volledig te focussen op de oefeningen. In het BSM-programma wordt concentratie verhoogd door het uitvoeren van oefeningen in een rustige omgeving. De oefeningen worden ook afwisselend uitgevoerd om de concentratie te behouden. Bijvoorbeeld in week 1 wordt push-ups uitgevoerd, en in week 2 sprongkrachttraining. Deze afwisseling helpt bij het behouden van de concentratie en het vermijden van routine.

Mentale duurzaamheid is het vermogen om zichzelf aan te zetten om langdurige inspanningen te volhouden. In het BSM-programma wordt mentale duurzaamheid verhoogd door het uitvoeren van uithoudingstrainingen. Deze oefeningen zijn ontworpen om de mentale duurzaamheid te verbeteren door het volhouden van langdurige inspanningen. Bijvoorbeeld in week 1 wordt 30 minuten getempoloopt, en in week 4 45 minuten. Deze oefeningen helpen bij het verbeteren van de mentale duurzaamheid en het behouden van de focus op het doel.

Conclusie

Een trainingsschema binnen het BSM-programma is een krachtig instrument om fysieke vaardigheden systematisch te verbeteren. De essentie van zo’n schema is het combineren van herhaalde oefeningen, gerichte inspanning en voldoende herstel. In het schema worden oefeningen gericht op kracht, uithoudingsvermogen, sprongkracht, lenigheid en snelheid uitgevoerd. Deze oefeningen worden geleidelijk geïntensiveerd over een periode van vier weken. De effectiviteit van het schema wordt gemeten door het herhalen van testen en het vergelijken van de resultaten. Naast fysieke aspecten zijn ook psychologische factoren zoals motivatie, concentratie en mentale duurzaamheid essentieel voor het behalen van trainingdoelen.

Bronnen

  1. verslag/opdracht-lo-bsm-trainingschema
  2. test-2
  3. thema/vakspecifieke-thema/bewegingsonderwijs/bewegen-sport-maatschappij-bsm/

Gerelateerde berichten