Oefeningen na een distale radiusfractuur: herstel, functionaliteit en voortgang

Een distale radiusfractuur (DRF) is een veelvoorkomende letselsituatie, waarbij het onderste deel van het spaakbeen (radius) bij de pols breekt. Het herstel van een dergelijke fractuur vereist niet alleen medische interventie, maar ook een doorgedreven fysiotherapeutische aanpak. Oefeningen na een distale radiusfractuur spelen een essentiële rol in het herstel van de beweglijkheid, kracht en functie van de hand, de pols en de elleboog. Dit artikel richt zich op de fysiotherapeutische benadering van DRF, waarbij oefeningen centraal staan in het herstelproces. We geven een overzicht van de belangrijkste oefeningen, de rol van fysiotherapie, mogelijke complicaties en hoe je deze effectief kunt aanpassen in je eigen hersteltraject.

Wat is een distale radiusfractuur?

Een distale radiusfractuur betreft een breuk in het onderste deel van het spaakbeen (radius) in de buurt van de pols. Deze fractuur is meestal het gevolg van een val op de uitgestrekte hand (FOOSH) en wordt daarom vaak ook een Collesfractuur genoemd. Bij deze fractuur daleert het breukstuk naar de handrugzijde (dorsaal), wat leidt tot een karakteristieke verdraaiing van de pols. In minder dan 10% van de gevallen treedt een andere fractuur op, zoals een Smith’sfractuur, waarbij de fractuur ontstaat bij een val op een gebogen hand.

Na de initiele behandeling – die conservatief (gips) of chirurgisch (fixatie met schroeven of plaat) kan zijn – is de focus op het herstellen van de functie van de hand en pols. Dit gebeurt voornamelijk door middel van fysiotherapie, waarin oefeningen op maat worden ingezet om de bewegingsamplitude, spierkracht en coördinatie weer te herstellen.

Rol van fysiotherapie in het herstelproces

Fysiotherapie is van groot belang na een distale radiusfractuur. Volgens de richtlijn van het Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten is fysiotherapie een essentieel onderdeel van de revalidatie na een DRF. Het doel van de fysiotherapie is om de bewegelijkheid van de pols en vingers te verbeteren, eventuele stijfheid en pijn te beheersen, en de functionele capaciteit van de hand weer tot stand te brengen.

De fysiotherapeut werkt met een reeks oefeningen, mobilisatietechnieken en eventueel spalkken om het herstel te ondersteunen. Deze benadering helpt om de functionele hersteltegenstand te minimaliseren en de terugkeer naar het normale dagelijks gebruik van de hand te vergemakkelijken.

Fasegerichte oefeningen na een distale radiusfractuur

Het herstelproces na een distale radiusfractuur wordt meestal opgedeeld in fasen, waarin de intensiteit en het type oefeningen geleidelijk worden aangepast. De volgende fasen zijn typisch voor het revalidatieproces:

Fase 1: Immobilisatie en initiële mobilisatie (weken 1–6)

Na het verwijderen van het gips of de brace is de pols vaak stijf en verzwakt. In deze fase is het doel om het gewricht zo snel mogelijk te mobiliseren, zonder de herstelde breuk onder te brengen in risico. Oefeningen zijn licht en gericht op het herstellen van basisbewegingen.

Oefeningen in fase 1:

  • Passieve mobilisatie van de vingers: Zonder de pols te belasten, wordt de patiënt gestimuleerd om de vingers lichtjes te bewegen. Dit helpt om de bewegingsamplitude in de vingers te behouden.
  • Lichte spierspanning in de hand: De patiënt wordt aangemoedigd om kleine greepoefeningen te doen met een zachte bal of een schaar. Dit stimuleert de bloedsomloop en vermindert de spierverzakking.
  • Thermotherapie: Warme compressen of een warme bad kunnen helpen bij het verminderen van spierkrampen en pijn, en het stimuleren van de gewrichtsbeweging.

In deze fase is het belangrijk om de spalk of het gips nog volledig te dragen, zoals uitgelegd in de richtlijn van de NHG (Nederlandse Huisartsen Vereniging), die benadrukt dat het gips of de spalk tijdens deze fase constant gedragen moet worden om de positie van de breuk te behouden.

Fase 2: Herstel van bewegingsamplitude (weken 6–12)

Na 6 tot 8 weken is de breuk meestal geheeld genoeg om lichtere oefeningen te kunnen starten. In deze fase wordt de focus op het herstel van de bewegingsamplitude van de pols, vingers en elleboog gelegd.

Oefeningen in fase 2:

  • Actieve mobilisatie van de pols: De patiënt wordt aangemoedigd om de pols zachtjes heen en weer te bewegen in alle richtingen (flexie, extensie, abductie, adductie). Deze oefeningen worden geleid door de fysiotherapeut om te zorgen dat er geen te veel kracht wordt uitgeoefend.
  • Spierkrachtoefeningen: Met behulp van een zachte bal of een schaar wordt de spierkracht in de hand geleidelijk opgebouwd. Hierbij wordt gebruikgemaakt van herhaalde bewegingen, zoals een bal in en uit de hand persen of kleine knijp- en duwbewegingen.
  • Ergonomische oefeningen: Het gebruik van de hand wordt geleidelijk geïntroduceerd in alledaagse activiteiten zoals schrijven, koken of het omgaan met kleine voorwerpen. Dit helpt bij het herstellen van de functionele vaardigheden.

De fysiotherapeut kan in deze fase ook spalkken gebruiken om bepaalde oefeningen veilig te maken, zoals bij de behandeling van een malletvinger. Deze spalkken worden gedragen tijdens oefeningen om de gewrichten in een gunstige positie te houden en te voorkomen dat de herstelde breuk opnieuw verdraait.

Fase 3: Functionele herstel (vanaf week 12)

Na 12 weken is het gewricht in de meeste gevallen sterk genoeg om deel te nemen aan functionele activiteiten. In deze fase wordt de focus gelegd op het herstellen van de kracht, snelheid en coördinatie van de hand, de pols en de elleboog.

Oefeningen in fase 3:

  • Krachtoefeningen met gewicht: De patiënt wordt aangemoedigd om krachtoefeningen met lichte gewichten uit te voeren, zoals het omhoog tillen van een fles of een boek. Dit helpt bij het herstellen van de spierkracht en het uitvoeren van dagelijks handelingen.
  • Functionele activiteiten: De patiënt wordt gestimuleerd om activiteiten uit het dagelijks leven uit te voeren, zoals het vasthouden van een fles, het gebruik van een computer of het draaien van een sleutel. Deze oefeningen zijn cruciaal voor het herstel van de functionele vaardigheden.
  • Sport- en hobbygerichte oefeningen: Als de patiënt actief is in sport of hobbyactiviteiten, worden oefeningen ingezet die gericht zijn op het herstellen van de kracht en het evenwicht die nodig zijn voor die activiteit. Dit kan bijvoorbeeld het opbouwen van de kracht in de pols zijn voor tennis of het herstellen van de coördinatie voor fietsen of hardlopen.

In deze fase kan het ook nuttig zijn om de patiënt te coachen in het voorkomen van herhaling van klachten door middel van het aanpassen van de werkhouding, het gebruik van ondersteunende materialen (zoals polssteunen) en het aanpassen van de voeding en leefstijl.

Complicaties en hoe hiermee om te gaan

Hoewel fysiotherapie een krachtige tool is in het herstelproces, kan het ook zijn dat complicaties optreden. Deze kunnen zowel fysiologisch als functioneel van aard zijn. Een paar veelvoorkomende complicaties na een distale radiusfractuur zijn:

  • Langdurige stijfheid: Als de mobilisatie onvoldoende is of te laat begint, kan er blijvende stijfheid ontstaan in de pols of vingers.
  • Chronische pijn of zwelling: Deze kan het gevolg zijn van een vertraagd herstelproces of een onvolledige herstel van de breuk.
  • Zenuwirritatie: Door langdurige immobilisatie of chirurgie kan de zenuw in de buurt van de breuk worden geïrriteerd.
  • Vertraagd herstel door te snelle of te zware belasting: Het is belangrijk om het herstelproces te volgen en de oefeningen op het juiste moment te starten.

Als complicaties zich voordoen, is het belangrijk om deze tijdig te herkennen en de fysiotherapeut of arts in te lichten. De fysiotherapeut kan dan het oefenprogramma aanpassen of aanvullende behandelingen introduceren.

Voeding en leefstijl om herstel te ondersteunen

Naast fysiotherapie en oefeningen is ook voeding een essentieel onderdeel van het herstelproces. Volgens de richtlijn van het Kennisinstituut is het aanbevolen om de voeding aan te passen om de botgenezing te ondersteunen. Belangrijke voedingscomponenten zijn:

  • Calcium: Essentieel voor de herstel van het botweefsel.
  • Vitamine D: Houdt rekening met de opname van calcium in het lichaam.
  • Vitamine C: Wordt aanbevolen om de kans op het ontstaan van een complex regionaal pijnsyndroom (CRPS) na een DRF te verkleinen, zoals aangewezen in de richtlijn Complex Regionaal Pijn Syndroom type I.

Daarnaast is het belangrijk om voldoende water te drinken, om de spieren en gewrichten goed te hydrateren, en om verwerende stoffen zoals vitamine A en C in te nemen om de genezing van weefsels te ondersteunen.

Psychologische en mentale ondersteuning

Het herstel na een distale radiusfractuur kan ook een psychologische belasting zijn, vooral als de patiënt langer dan verwacht is uitgeschakeld. Het is daarom belangrijk om ook de mentale gezondheid in het herstelproces te betrekken. Fysiotherapie en oefeningen kunnen hierin een rol spelen door middel van positief feedback, doelgerichte planning en het gevoel van voortgang.

Het gebruik van een doelgericht hersteltraject, waarin de patiënt een rol speelt in het bepalen van de oefeningen en het hersteltraject, kan het mentale welbevinden sterk ondersteunen. Bovendien kan het werken met een fysiotherapeut of handtherapeut een gevoel van veiligheid en vertrouwen bieden, wat essentieel is voor het herstelproces.

Conclusie

Een distale radiusfractuur is een veelvoorkomend letsel dat gevolgd moet worden door een doorgedreven revalidatieproces. Fysiotherapie en oefeningen spelen een centrale rol in het herstel van de functie van de hand, de pols en de elleboog. Door het herstelproces op te delen in fasen en oefeningen aan te passen aan de herstelstatus van de patiënt, kan het functionele herstel maximaal worden bereikt. Daarnaast is het belangrijk om complicaties tijdig te herkennen en de voeding en leefstijl aan te passen om de genezing te ondersteunen. Met behulp van een doelgerichte aanpak en professionele fysiotherapie kan de patiënt snel en effectief herstellen en weer volledig functioneel worden.

Bronnen

  1. Wakefield, A.E., McQueen, M.M. (2000). The role of physiotherapy and clinical predictors of outcome after fracture of the distal radius.
  2. Ziebart, Ch., Nazari, G., MacDermid, J.C. (2019). Therapeutic exercise for adults post-distal radius fracture: An overview of systematic reviews of randomized controlled trails.
  3. Richtlijn Distale Radiusfracturen: Behandeling met fysiotherapie en handtherapie.
  4. Motion Fysiotherapie – Distale radiusfractuur.
  5. Fysiotherapie voor botbreuk thv elleboog.
  6. NHG Standaard: Hand- en polslijden.
  7. Fysiotherapie en revalidatie na een polsfractuur.

Gerelateerde berichten