Meerdere wetenschappelijke richtlijnen en onderzoeken tonen aan dat bewegen bij mensen met multiple sclerose (MS) een essentieel onderdeel is van de zorg. Beweging is niet alleen nuttig voor de algemene gezondheid, maar ook een van de weinige methoden die wetenschappelijk zijn onderbouwd als effectief middel tegen pijn en vermoeidheid bij MS. De beschikbare gegevens tonen aan dat een gedoseerde, gerichte oefentherapie aanzienlijke verbeteringen kan brengen in loopvaardigheid, spiersterkte, evenwicht en functionele capaciteit. Hoewel de mate van versterking en stabiliteit van de resultaten afhankelijk is van de duur, frequentie en vorm van het trainingsprogramma, zijn er duidelijke richtlijnen te trekken uit de huidige wetenschappelijke inzichten. Deze richtlijn is opgesteld op basis van een systematische evaluatie van gerandomiseerde gecontroleerde proefronden (RCT’s), met name gericht op het verbeteren van loopprestaties, evenwicht en spierfunctie bij patiënten met MS. De resultaten zijn niet alleen fysiologisch meetbaar, maar hebben ook directe gevolgen voor de dagelijkse leefbaarheid en kwaliteit van leven.
De wetenschappelijke onderbouwing voor beweging bij MS
Beweging is niet alleen aan te raden, maar is op grond van wetenschappelijk bewijs de enige geïntegreerde behandeling die is aangetoond om pijn door MS te verminderen. Dit is een cruciaal feit dat moet worden benadrukt, omdat veel patiënten het risico lopen te verkeren in een cyclus van rust en verzwakkingsverschijnselen. De beschikbare gegevens tonen aan dat een gebied van de fysieke activiteit, met name krachttraining en loopbandtraining, aanzienlijke verbeteringen oplevert in functionele vaardigheden. De effecten zijn gemeten via standaard meetinstrumenten zoals de Tijd om 25 voet te lopen (T25FW), de Tijd om twee minuten te lopen (2MWT), het Tijdsbesteed bij het opstaan uit een stoel (5STS), en de Tijdsbesteed bij het opstaan en terugkeren (Timed Up and Go Test). Deze meetwaarden zijn betrouwbaar en worden gebruikt in de klinische begeleiding van patiënten met MS. Bovendien tonen meerdere studies aan dat de verbetering niet tijdelijk is, maar ook na een periode zelfgeleid fysiek lichaamsbewijs behaald blijft. Bijvoorbeeld bij de studie van Kjølhede (2015) bleek dat patiënten die een progressieve weerstandstraining (PRT) volgden, de verbetering in de spierfunctie van de knieën behielden gedurende 24 weken na afloop van het programma. Deze duurzaamheid van resultaten is van cruciaal belang voor het duurzaam beheersen van de ziekte.
Daarnaast zijn er meerdere gerandomiseerde gecontroleerde proefronden (RCT’s) uitgevoerd, die gericht zijn op het vergelijken van verschillende vormen van fysieke training met standaardzorg of een wachtrijgroep. De selectiecriteria voor deze studies waren strikt: deelnemers moesten een bevestigde diagnose van MS hebben, het programma moest gericht zijn op het verbeteren van het lopen, en er moest ten minste één meetwaarde zijn die in overeenstemming was met de gedefinieerde uitkomstmaten zoals gedefinieerd in de richtlijnen. Uiteindelijk werden zes studies geselecteerd uit een oorspronkelijke selectie van 32 op basis van titel en samenvatting. Na grondig lezen van de volledige teksten werden 26 studies uiteindelijk uitgesloten vanwege onvoldoende gegevens of onvoldoende toepassing van de selectiecriteria. De overgebleven zes studies vormen de kern van de huidige wetenschappelijke basis voor fysieke therapie bij MS. Alle studies hadden een sterke onderbouwing, met name omdat ze gerandomiseerde groepen gebruikten, wat de betrouwbaarheid van de resultaten aanzienlijk verhoogt.
De rol van krachttraining en loopbandtraining
Krachttraining, met name progressieve weerstandstraining (PRT), heeft een duidelijk positief effect op de functionele capaciteit van patiënten met MS. In een studie van Kjølhede (2015) werd aangetoond dat patiënten die een PRT-programma van 48 weken volgden, aanzienlijke verbeteringen vertoonden in de neuromusculaire functie van de knieën. Deze verbetering vert trad zichtbaar op in de meetwaarden van kracht, duurzaamheid van lopen en evenwicht. Na de training bleef deze verbetering ook 24 weken na afloop behouden wanneer de patiënten zelfstandig bleven oefenen. Dit toont aan dat duurzame verbeteringen mogelijk zijn wanneer het trainingsprogramma gestandaardiseerd wordt en met regelmaat wordt herhaald. De resultaten zijn niet afhankelijk van een hoge dosis of intensiteit, maar wel van consistentie en toepassingsgebied. De gemiddelde leeftijd van de deelnemers in deze studie lag op 52 jaar, met een EDSS (Expanded Disability Status Scale) van 4,0, wat aangeeft dat de groep zowel patiënten met matige als ernstige beperkingen omvatte. Toch toonden deze groepen aanzienlijke verbeteringen, wat aantoont dat krachttraining ook bij gevorderde vormen van MS nuttig is.
Evenzeer overtuigend zijn de resultaten van loopbandtraining, zowel conventionele loopbandtraining (TT) als lichaamsgewichtsgesteunde loopbandtraining (BWSTT) en robotondersteunde loopbandtraining (RATT). Deze vormen van trainingsprogramma’s zijn geïntegreerd in een reeks van 6 tot 42 sessies, met een frequentie van 2 tot 5 keer per week gedurende 3 tot 21 weken. De resultaten zijn duidelijk: er zijn aanzienlijke verbeteringen in loopvaardigheid, loopduurzaamheid, staplengte, tijdsduur van dubbele ondersteuning en de uitgebreide schaal van invaliditeit (EDSS). Deze veranderingen zijn niet alleen meetbaar op meetinstrumenten, maar ook zichtbaar in de dagelijkse ervaring van patiënten. De patiënten rapporteren minder moeheid bij lopen, betere evenwichtsgevoel en een grotere zekerheid in hun bewegingen. De resultaten zijn geïntegreerd in de richtlijn van de Richtlijnendatabase, die aangeeft dat deze vormen van training effectief zijn voor het verbeteren van loopcapaciteit en de kwaliteit van leven.
Bovendien zijn er aanvullende studies die de effectiviteit van combinaties van oefeningen onderzoeken. Zo toont het onderzoek van Pau (2018) dat een combinatie van aerobe en krachttraining gedurende zes maanden aanzienlijke verbeteringen opleverde in stapsnelheid, loopduurzaamheid en stapgrootte. De patiënten in de experimentele groep (APA-groep) toonden aanzienlijke verbeteringen in al deze meetwaarden, terwijl de controlegroep (CG) geen significante veranderingen vertoonde. De resultaten zijn geïntegreerd in een driedimensionale analyse van de loopprestatie, die de dynamische bereikwijdte van heup-, knie- en enkelgewrichten meet. Hieruit blijkt dat de verbetering ook op fysiologisch niveau plaatsvond, door verbeterde bewegingspatronen van de ledematen. Dit toont aan dat beweging niet alleen de spieren versterkt, maar ook de zenuwspieren en hersencircuits verbetert die nodig zijn voor een nauwkeurige en efficiënte beweging.
Balansverbetering en evenwichtsoefeningen
Evenwichtsproblemen zijn een veelvoorkomend en ernstig probleem bij patiënten met MS. Slecht evenwicht verhoogt het risico op vallen en leidt tot beperkte mobiliteit. De beschikbare gegevens tonen aan dat specifieke vormen van oefeningen gericht zijn op het verbeteren van evenwicht en balans. Studies tonen aan dat balanstraining, krachttraining, hippotherapie en Pilates effectief zijn voor het verbeteren van evenwicht. Bijvoorbeeld in de studie van Callesen (2019) werd getoond dat patiënten die een combinatie van progressieve weerstandstraining of balans- en motoriektraining volgden, aanzienlijke verbeteringen vertoonden in de Tijdsbesteed bij het opstaan en terugkeren (Timed Up and Go Test) en in de loopvaardigheid. De controlegroep, die geen interventie onderging, tomoen geen duidelijke verbeteringen. Dit toont aan dat actieve training essentieel is voor het behouden van evenwicht.
Bovendien tonen de resultaten van Robinson (2015) aan dat zowel virtuele balansoefeningen via Wii Fit™ als traditionele balanstraining aanzienlijke verbeteringen opleverden in evenwichtsprestaties na een periode van vier weken. Hoewel er geen significante verschillen werden gevonden in de mate van verbetering tussen de twee vormen van trainingsprogramma’s, toont dit dat elke vorm van gestructureerde balansoefening voordelen heeft. De resultaten zijn geïntegreerd in meetinstrumenten zoals de Flamingo-standtest, die het evenwicht in een enkelbeenstand meet. De verbetering in deze meetwaarden is niet alleen meetbaar, maar ook zichtbaar in de dagelijkse ervaring van patiënten, die zich veiliger voelen tijdens het lopen en minder vrees hebben voor vallen.
Een belangrijk punt is dat de resultaten van de meeste studies geïntegreerd zijn in de richtlijn van de Richtlijnendatabase, die aangeeft dat er nog onzekerheid bestaat over welke vorm van training de beste resultaten oplevert. Er is nog geen eenduidig bewijs dat één bepaalde vorm van training beter is dan een andere. Wel is duidelijk dat alle vormen die gericht zijn op evenwichtsverbetering, aanzienlijke voordelen opleveren. De keuze voor een bepaalde vorm hangt af van de voorkeuren van de patiënt, de beschikbaarheid van trainingen en de aanwezige beperkingen.
De rol van Pilates, zwemmen en andere vormen van beweging
Naast kracht- en balanstraining tonen meerdere studies aan dat ook andere vormen van fysieke activiteit, zoals Pilates, zwemmen en fysieke activiteiten volgens oosterse filosofieën zoals tai-chi, een positief effect kunnen hebben op de functionele capaciteit bij patiënten met MS. Zo toont het onderzoek van Kalron (2017) aan dat een Pilatesprogramma gedurende twaalf weken aanzienlijke verbeteringen opleverde in de loopvaardigheid, het evenwicht en de functionele capaciteit. De meetwaarden die werden gebruikt, waren de Tijdsbesteed bij het opstaan en terugkeren (TUG), de Tijd om twee minuten te lopen (2MWT), de Tijdsbesteed bij het opstaan uit een stoel (5STS), de Berg-balanschaal en de Multiple Sclerosis Walking Scale (MSWS-12). Alle meetwaarden toonden aanzienlijke verbeteringen in de interventiegroep ten opzichte van de controlegroep.
Daarnaast toont het onderzoek van Ebrahimi (2015) dat vibratietraining op een platform bij patiënten met relapse-remitting MS, gedurende tien weken met drie sessies per week, een positief effect had op de EDSS (Expanded Disability Status Scale). Hoewel de steekproef klein was (n=17 in de interventiegroep), toonde de studie dat er een duidelijke verbetering was in de mate van ziekteverschijnselen. De resultaten zijn geïntegreerd in een gerandomiseerde gecontroleerde proef, wat de betrouwbaarheid van de bevindingen aanzienlijk verhoogt. De patiënten in de interventiegroep waren actief in het programma, met name in het verbeteren van hun evenwicht en spiersterkte, wat aantoont dat ook niet-traditionele vormen van fysieke activiteit effectief kunnen zijn.
Zwemmen wordt vaak als een geschikte vorm van beweging beschouwd voor patiënten met MS, omdat het een lage belasting op de gewrichten heeft en tegelijkertijd de spieren krachtig stimuleert. Hoewel de bronnen geen directe studies over zwemmen bevatten, wordt deze vorm in de richtlijn vermeld als een mogelijke optie voor het verbeteren van het functioneel inspanningsvermogen. De combinatie van lage belasting en hoge duurzaamheid maakt zwemmen een geschikte optie voor patiënten die moeite hebben met het dragen van het eigen lichaamsgewicht tijdens het lopen.
De invloed van beweging op dagelijks functioneren en kwaliteit van leven
De effecten van fysieke activiteit bij patiënten met MS gaan verder dan fysiologische meetwaarden. Beweging heeft ook een directe invloed op de dagelijkse leefbaarheid en kwaliteit van leven. De patiënten in de studies rapporteerden een betere controle over hun lichaam, minder angst voor vallen en meer zelfvertrouwen in hun vermogen om taken uit te voeren. Deze psychologische voordelen zijn niet te onderschatten, omdat ze de motivatie versterken om het trainingsprogramma voort te zetten. Bovendien tonen de resultaten van de studies aan dat patiënten die actief bleven in beweging, beter in staat waren om hun dagelijkse activiteiten te blijven uitvoeren zonder extreem uitgeput te raken.
De duurzaamheid van de verbeteringen is een essentieel punt. Zo bleek dat de verbeteringen in de spierfunctie en evenwicht na 24 weken na afloop van het programma nog steeds aanwezig waren. Dit toont aan dat beweging geen tijdelijk middel is, maar een levenswijze die duurzaamheid biedt. De patiënt moet echter leren om zijn of haar lichaam te luisteren en de activiteit aan te passen aan het eigen energieniveau. Het is belangrijk om niet te vertrouwen op het idee dat meer beweging beter is, maar dat een gebalanceerd en gedoseerd programma het doel het beste bereikt. Het doel is om in beweging te blijven zonder uitgeput te raken, zodat herstel binnen een uur mogelijk is.
Conclusie
De beschikbare wetenschappelijke gegevens tonen duidelijk aan dat fysieke activiteit een essentieel onderdeel is van de zorg bij patiënten met MS. Zowel krachttraining als loopbandtraining leidt tot aanzienlijke verbeteringen in loopvaardigheid, spiersterkte en functionele capaciteit. Evenwichtsverbetering via balanstraining, Pilates of virtuele oefeningen leidt tot minder vallen en meer zelfvertrouwen. De resultaten zijn niet tijdelijk, maar blijven na afloop van het programma behouden, wat aantoont dat beweging een duurzaam middel is om de ziekte te beheersen. De keuze voor een bepaalde vorm van oefening hangt af van persoonlijke voorkeuren, beschikbare hulpbronnen en de mate van beperking. Toch is het belangrijk om te benadrukken dat beweging niet alleen fysiologische voordelen heeft, maar ook psychologische en maatschappelijke voordelen. Het doel is niet alleen gezondheid te behalen, maar ook leefbaarheid te verhogen. De richtlijnen tonen aan dat een gestructureerd, gefocuseerd programma effectief is, maar dat de duurzaamheid van resultaten afhankelijk is van consistentie en aanpassing aan het eigen energieniveau. Beweging is geen optie, maar een noodzakelijk onderdeel van de zorg.