Patellapeesklachten, zoals patellofemorale pijn (PFP) of patella tendinopathie, zijn veelvoorkomende aandoeningen bij sporters en actieve personen. Deze aandoeningen kunnen leiden tot pijn bij het kniebeen en beperken de prestaties, maar met de juiste oefentherapie is herstel mogelijk. In dit artikel bespreken we de meest effectieve oefeningen die wetenschappelijk zijn onderbouwd voor het behandelen van patellapeesklachten. Op basis van recente studies en richtlijnen uit betrouwbare bronnen, worden zowel isometrische, isotone en excentrische oefeningen besproken, evenals de rol van stretching en het belang van belastingsafstemming.
Inleiding
Patellapeesklachten zijn chronische aandoeningen die vaak voorkomen bij sporters, met name bij sporten die veel springen of kniebelasting vereisen. De patellapees is de veer die de knieschijf verbindt met de knieschijf en de scheenbeenspiers. Bij overbelasting of verkeerde belasting kan deze veer ontsteken of degenereren. Patella tendinopathie (meestal bekend als "jumper's knee") en patellofemorale pijn (PFP) zijn de twee meest voorkomende aandoeningen. De behandeling richt zich op het herstellen van de functie van de knie, het verminderen van pijn en het herstellen van bewegingsmogelijkheden. Oefentherapie is een kerncomponent van deze revalidatie.
Isometrische oefeningen: een lage-impact benadering
Isometrische oefeningen zijn oefeningen waarbij de spierkracht wordt uitgeoefend zonder dat er een duidelijke beweging of verandering in de lengte van de spier plaatsvindt. In een gerandomiseerd klinisch onderzoek uit 2016 van Van Ark et al. werd de effectiviteit van isometrische oefeningen vergeleken met isotone oefeningen bij sporters met patella tendinopathie. De isometrische groep voerde vijf sets van 45 seconden isometrische contracties uit op een kniehoek van 60° flexie, met 80% van hun maximale contractiekracht (MVC). De resultaten toonden aan dat isometrische oefeningen een significante pijnvermindering teweegbrachten, zonder de belasting te vergroten.
Een van de voordelen van isometrische oefeningen is dat ze lage impact hebben op de knie, wat ideaal is voor individuen met pijn of sensitiiviteit. Deze oefeningen zijn makkelijk uit te voeren in een gym of zelfs thuis, bijvoorbeeld op een bank of stoel. De oefeningen zijn ook goed te volgen omdat ze geen complexe techniek vereisen en de belasting eenvoudig kan worden aangepast door de duur van de contractie te verlengen of te verkorten. De studie van Van Ark suggereert dat isometrische oefeningen een goede startpunt kunnen zijn voor individuen die beginnen met revalidatie.
Excentrische oefeningen: het Alfredson-protocol
Excentrische oefeningen zijn een andere veelvoorkomende benadering in de revalidatie van patellapeesklachten. Bij deze oefeningen wordt de spier langzaam uitgerekt terwijl kracht wordt uitgeoefend. Een veelgebruikt protocol is het Alfredson-protocol, waarbij excentrische oefeningen uitgevoerd worden op een afhankelijkheidsschaal. In een studie van Stasinopoulos et al. (2012) werd een excentrisch oefenprogramma vergeleken met excentrisch oefenen gecombineerd met stretching. De groep die alleen excentrisch oefende, voerde drie sets van 15 herhalingen uit op een 25° helling, waarbij de oefening langzaam uitgevoerd werd. De oefening werd voortgezet, zelfs wanneer er lichte pijn werd gevoeld, en de belasting werd verhoogd wanneer de oefening pijnvrij was.
De resultaten van de studie toonden aan dat excentrische oefeningen een gunstige invloed hadden op de pijn en de functie van de knie. Excentrische oefeningen stimuleren het herstel van het peesweefsel en versterken de spieren rond de knie, wat de belasting op de patellapees kan verminderen. Het protocol vereist echter een zekere mate van geduld en consistentie, omdat de verbeteringen vaak pas na meerdere weken duidelijk worden. Het belangrijkste advies uit deze studie is dat excentrische oefeningen niet gecombineerd moeten worden met volledige sportbeoefening, omdat de provocerende belasting kan leiden tot een verergering van de klachten.
Isotone oefeningen: een balans tussen kracht en beweging
Isotone oefeningen zijn oefeningen waarbij de spiercontractie gepaard gaat met een beweging, zoals het opheffen of neerzetten van een gewicht. In de studie van Van Ark et al. (2016) werd ook een isotone oefenprogramma getest. De groep voerde vier sets van acht herhalingen uit op een 80% van hun 8RM, met een 3-4 seconden concentrische en excentrische fase. De belasting werd wekelijks verhoogd met 2,5% als mogelijk.
De resultaten toonden dat isotone oefeningen een significante verbetering in pijn en functie opleverden. Deze oefeningen zijn ideaal voor sporters die op zoek zijn naar een programma dat zowel kracht als beweging omvat. Het voordeel is dat isotone oefeningen niet alleen de patellapees maar ook andere structuren rond de knie ondersteunen. De belasting is echter hoger dan bij isometrische oefeningen, wat betekent dat deze oefeningen niet geschikt zijn voor individuen met acute pijn of sensitiiviteit.
Stretching: een aanvullende benadering
Hoewel stretching niet direct wordt aangeraden als hoofdbenadering voor patellapeesklachten, kan het in bepaalde gevallen nuttig zijn. In de studie van Stasinopoulos (2012) werd excentrisch oefenen gecombineerd met static stretching van de quadriceps en hamstrings. De stretchduur bedroeg 30 seconden per spier, met een minuut rust ertussen. De resultaten toonden aan dat de combinatie van excentrisch oefenen en stretching geen extra voordeel opleverde in vergelijking met excentrisch oefenen alleen.
Toch is er een overweging die stretchen ondersteunt: bij individuen met verkorte spieren, zoals de quadriceps, hamstrings en triceps surae, kan stretching een rol spelen in het verbeteren van de bewegingsmogelijkheid en het verminderen van de belasting op de knie. Dit is vooral relevant in gevallen waarin de knie in een verkeerd posities is tijdens de oefeningen. De studie benadrukt echter dat stretching niet als hoofdbenadering dient te worden gebruikt, maar slechts in aanvulling op andere oefeningen.
Groepsbehandeling en thuisoefeningen: een geïntegreerde aanpak
In de richtlijn voor anterieure kniepijn wordt ook benadrukt dat een combinatie van groepsbehandeling en thuisoefeningen effectief kan zijn. Een studie uit 2012 beschrijft een programma waarin adolescents met kniepijn werden ingedeeld in een groepsbehandeling met supervisie en een programma van thuisoefeningen. De groepsbehandeling bestond uit neuromusculaire training van de spieren rond de voet, knie en heup, krachttraining van de knie en heup, soft tissue mobilisatie en stretching. De oefeningen waren beschikbaar in verschillende niveaus van moeilijkheid, waardoor elke deelnemer kon beginnen op niveau 1 en zich geleidelijk kon ontwikkelen.
De thuisoefeningen bestonden uit 15 minuten quadriceps- en heuptraining en stretching, die dagelijks werden uitgevoerd. De instructies werden gegeven met behulp van een vijf pagina’s tellende folder met plaatjes en omschrijvingen. De deelnemers werden aangemoedigd om de oefeningen in hun dagelijkse routine te integreren. Deze aanpak benadrukt de belangrijkheid van consistentie en het vermijden van overbelasting. De combinatie van groepsbehandeling en zelfstandig oefenen maakt het mogelijk om zowel professionele begeleiding te krijgen als persoonlijke verantwoordelijkheid te nemen voor de revalidatie.
Belastingsafstemming: een essentieel onderdeel
Een belangrijk aspect van oefentherapie is het afstemmen van de belasting op de oefeningen en de sportbeoefening. In de studie van Visnes et al. (2005) werd geconstateerd dat excentrische oefeningen zoals het single leg decline squat-protocol alleen effectief waren wanneer sporters hun sportactiviteiten volledig stopten. De provocerende belasting van deze oefeningen kan anders leiden tot een verergering van de klachten.
Een vergelijkbare conclusie werd getrokken in een preventieve studie waarin het Alfredson-protocol werd toegepast op voetballers. Het bleek dat bij voetballers die al aanwijzingen hadden op echobeelden, de kans op patella tendinopathie juist toeneemde. Dit benadrukt de noodzaak om oefentherapie en sportactiviteiten zorgvuldig af te stemmen. In de werkgroep wordt aangeraden om provocerende oefeningen zoals het single leg decline squat-protocol niet te combineren met volledige sportbeoefening. Dit geldt vooral voor sporters die in de competitieperiode actief zijn.
Conclusie
Oefentherapie is een essentieel onderdeel van de revalidatie van patellapeesklachten. Op basis van wetenschappelijke studies en richtlijnen zijn er meerdere effectieve benaderingen beschikbaar, waaronder isometrische, isotone en excentrische oefeningen. Elke benadering heeft haar eigen voor- en nadelen en is geschikt voor verschillende situaties. Isometrische oefeningen zijn ideaal voor individuen met pijn of sensitiiviteit, terwijl excentrische oefeningen een hogere belasting vereisen maar ook meer verbetering teweegbrengen. Isotone oefeningen vormen een balans tussen kracht en beweging en zijn geschikt voor sporters die actief willen blijven tijdens hun revalidatie.
Stretching kan in bepaalde gevallen nuttig zijn, maar dient niet als hoofdbenadering te worden gebruikt. Een geïntegreerde aanpak met zowel groepsbehandeling als zelfstandige oefeningen biedt een sterke basis voor revalidatie. Bovendien is het belangrijk om de belasting van de oefeningen en sportactiviteiten zorgvuldig af te stemmen, omdat provocerende oefeningen anders kunnen leiden tot een verergering van de klachten.
De keuze voor de juiste oefeningen hangt af van de ernst van de klacht, de sportniveau en de persoonlijke omstandigheden. Het is daarom verstandig om revalidatie te beginnen onder professionele begeleiding, zodat de oefeningen correct worden uitgevoerd en aangepast kunnen worden aan individuele behoeften.
Bronnen
- Van Ark, M., et al. (2016). Do isometric and isotonic exercise programs reduce pain in athletes with patellar tendinopathy in-season? A randomised clinical trial.
- Stasinopoulos, D., et al. (2012). Comparison of eccentric training and stretching in patellar tendinopathy.
- Visnes, H., et al. (2005). No effect of eccentric training on jumper's knee in volleyball players during the competitive season.
- Young, M. A., et al. (2005). Eccentric decline squat protocol offers superior results at 12 months compared with traditional eccentric protocol for patellar tendinopathy in volleyball players.
- Richtlijnendatabase.nl. Oefentherapie bij patellofemorale pijn.
- Richtlijnendatabase.nl. Oefentherapie bij patella tendinopathie.