Oefeningen om de pols stabiliteit te verbeteren: Een geïntegreerde benadering

Polsinstabiliteit is een veelvoorkomend probleem, zowel bij sporters als bij mensen in het dagelijks leven. Het kan leiden tot pijn, verminderde bewegingscapaciteit en overbelasting van de hand- en onderarmstructuren. Gelukkig zijn er gerichte oefeningen en trainingstechnieken beschikbaar die de stabiliteit van de pols verbeteren en het functioneren van het gewricht optimaliseren. In dit artikel zullen we een gedetailleerde en geïntegreerde benadering bespreken, inclusief houdingsoefeningen, krachtoefeningen, sport- en werkspecifieke training, en de rol van fysiotherapie bij het beheersen van midcarpale en chronische polsinstabiliteit.

Wat is polsinstabiliteit?

Polsinstabiliteit betreft een situatie waarin de pols meer beweeglijk is dan normaal, wat leidt tot onvoldoende stabiliteit en daardoor mogelijk pijn of verminderde prestaties in activiteiten. De pols bestaat uit twee rijen botjes die ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Bij midcarpale instabiliteit is er te veel speling tussen deze rijen. Het gevolg is dat het moeilijker wordt om de pols in een stabiele positie te houden, wat leidt tot overbelastingsklachten.

De oorzaken van polsinstabiliteit kunnen variëren. Vaak is het genetisch bepaald dat iemand van nature minder strakke banden heeft, wat bijdraagt aan losse gewrichten. Ook kan het ontstaan door ouderdom, hormonale veranderingen of door langdurige immobilisatie, bijvoorbeeld na een gipsbehandeling. In dergelijke gevallen verzwakken de spieren die de pols stabiliseren, wat de instabiliteit verder verergert.

Diagnostiek en beeldvorming

De diagnostiek van polsinstabiliteit is een belangrijk onderdeel van de behandeling. Twee veelgebruikte tests zijn de Watson test en de Apprehensiontest. Hoewel deze tests in de kliniek vaak worden toegepast, zijn ze volgens de bronnen niet 100% betrouwbaar. Dit betekent dat een positief testresultaat niet altijd duidelijk is in de diagnose en dat verdere beoordeling, bijvoorbeeld met beeldvorming, vaak nodig is.

Behandeling: Van immobilisatie tot specifieke training

De behandeling van polsinstabiliteit hangt af van de ernst van de klachten, de leeftijd van de patiënt en de aanwezigheid van andere medische factoren. In beide acute en chronische gevallen is de behandeling vergelijkbaar, met dien verstande dat bij chronische gevallen patiënten vaak voorkeur geven aan het gebruik van een polsbrace, omdat de klachten vaak minder intens zijn en het functioneren in het dagelijks leven toch mogelijk blijft.

Immobilisatie en herstel

Bij chronische of geleidelijk ontstane polsinstabiliteit wordt vaak gekozen voor immobilisatie via een polsbrace of gips. Het doel van deze behandeling is om de hypermobiliteit te beperken en de omringende weefsels, zoals het kapsel, te laten aanpassen. Door het verminderen van beweeglijkheid, kan het kapsel zich aanpassen via een proces genaamd cross linking, wat leidt tot een toename van collageenvezels en daarmee een versterking van het gewrichtskapsel.

Nadat de immobilisatie is afgelopen, is er een voorzichtig opgebouwde oefentherapie nodig om de verzwakte spieren, pezen en banden te herstellen. Volgens de IAOM is de effectiviteit van oefentherapie bij polsinstabiliteit echter teleurstellend in meeste gevallen, behalve bij lichte vormen van dynamische instabiliteit.

Rol van de fysiotherapeut

Een fysiotherapeut speelt een centrale rol in de behandeling van polsinstabiliteit. De therapeut geeft specifieke adviezen over oefeningen, houding, en dagelijkse activiteiten die het gewricht niet overbelast. Daarnaast kunnen er sport- en werkspecifieke oefeningen worden opgesteld om de klachten te verminderen en de activiteit weer veilig uit te kunnen voeren.

Een belangrijk aspect is het rustig opbouwen van activiteiten. Bijvoorbeeld het afwassen of een deur openen, moet met een stabiele pols worden uitgevoerd. Het doel is om functioneel te trainen, wat betekent dat de oefeningen moeten aansluiten op de dagelijkse of sportieve situaties waarin men zich bevindt.

Krachttraining en stabilisatieoefeningen

Hoewel er rond de pols geen grote spieren zitten die de functie van de kapselbandstructuren volledig kunnen overnemen, is het versterken van de spieren in de onderarm wel van belang. Dit kan via haltertraining, elastische banden of via oefeningen waarbij men trekt of hangt. Deze training brengt minder compressie in de pols, wat positief werkt op het herstel van het kapselbandapparaat.

Het belang van stabilisatieoefeningen is ook onderlijnd in de bronnen. Hierbij gaat het om het leren gebruiken van de spieren om de pols stabiel te houden, ondanks losse banden. Dit is een langdurig proces, dat tijd en inzet vereist. Het leren van het juiste bewegingspatroon is de beste manier om de klachten van midcarpale instabiliteit te verminderen of te verhelpen.

Houdingsoefeningen

Een correcte houding is essentieel om polsinstabiliteit te beheersen. Een van de oefeningen die vaak wordt voorgesteld is het aannemen van een neutrale positie van de pols. Dit betekent dat de handrug in een rechte lijn ligt met de onderarm, of dat de middelvinger in het verlengde van de pols staat. De hand moet in een lichte stand naar achteren worden gehouden. Deze positie vermindert de belasting op het gewricht en helpt bij het stabiliseren van de pols.

Houdingsoefeningen kunnen uitgevoerd worden in lig- of zitstand, met een licht gebogen elleboog. Het doel is om deze neutrale positie te onderhouden bij dagelijkse activiteiten zoals het pakken van een kopje of het roeren in een pan. Dit functionele oefenen helpt om de spieren te trainen in de context van echte bewegingen.

Losmaakoefeningen

Losmaakoefeningen zijn een essentieel onderdeel van de behandeling bij pijn of stijfheid in de pols. Deze oefeningen worden vaak en kort uitgevoerd. Ze kunnen ondersteund worden met de andere hand, wat extra controle en veiligheid biedt. Het doel is om de romp van de pols te verbeteren en de spieren en pezen los te maken, zodat de beweging weer vloeiender en minder pijnlijk verloopt.

Sport- en werkspecifieke oefeningen

Bij mensen die sporten of een fysieke baan hebben, is het belangrijk om sport- en werkspecifieke oefeningen op te nemen in de revalidatie. Deze oefeningen worden doorgaans gemaakt in samenwerking met een fysiotherapeut of sporttrainer. Ze zijn gericht op het opbouwen van de kracht, snelheid en techniek die nodig zijn voor de activiteit in kwestie.

Het proces start meestal met droog trainen, waarbij men de activiteit eerst in slow motion uitvoert. Als er geen pijn optreedt, kan de snelheid geleidelijk opgebouwd worden. Uiteindelijk kan men volledig in de sport of werkactiviteit terechtkomen, maar pas dan als er geen enkel probleem meer optreedt bij rustige uitvoering.

Het is belangrijk om de techniek van de sport of werk te doornemen. In sommige gevallen moet men de techniek aanpassen om de belastbaarheid van de pols te verminderen. Hoewel dit eventueel kan leiden tot een lichtere prestatie, is het vaak noodzakelijk om blessures te voorkomen.

Rol van de fysiotherapeut en andere hulpmiddelen

De fysiotherapeut is een sleutelfiguur in de behandeling van polsinstabiliteit. Hij of zij geeft aan welke oefeningen en adviezen zinvol zijn voor de patiënt. In sommige gevallen kan een fysiotherapeut ook video-opnames maken van de oefeningen, zodat de patiënt deze later thuis kan herhalen.

Daarnaast kunnen fysiotherapeuten ook bepalen of er hulpmiddelen, zoals een polspoort, nodig zijn. Deze hulpmiddelen helpen om de pols in een stabiele positie te houden en zo de klachten te verminderen. Het gebruik van een polspoort kan vooral nuttig zijn bij chronische vormen van instabiliteit.

Medicatie en andere hulpverleners

Tijdens de revalidatie kan het ook nuttig zijn om medicatie te gebruiken om pijn te verminderen. Pijndempers kunnen de activiteit van de patiënt ondersteunen, maar moeten niet gebruikt worden bij belastende activiteiten of sport. Het is daarom belangrijk om eventuele medicatie te bespreken met een arts of fysiotherapeut.

In sommige gevallen kan het nuttig zijn om andere hulpverleners in te schakelen, zoals een handtherapeut of een orthopeed, vooral als de klachten aanhouden of erger worden ondanks de adviezen en oefeningen. De fysiotherapeut kan bepalen of er verdere diensten nodig zijn en eventueel een doorverwijzing organiseren.

Wanneer operatie noodzakelijk is

Operatie is niet de eerste keus bij het behandelen van midcarpale instabiliteit. Eerst wordt een oefenprogramma uitgevoerd om de spieren in de onderarm te trainen en het gewricht stabiel te houden. Als de pols uitzonderlijk instabiel is en de oefeningen onvoldoende helpen, kan er overleg gevoerd worden over een operatie.

Conclusie

Polsinstabiliteit is een veelvoorkomend probleem dat zowel in het dagelijks leven als in sport kan voorkomen. Het kan leiden tot pijn, verminderde bewegingscapaciteit en overbelasting van het gewricht. Gelukkig zijn er gerichte oefeningen en trainingstechnieken beschikbaar die de stabiliteit van de pols verbeteren en het functioneren optimaliseren.

De behandeling van polsinstabiliteit vereist een geïntegreerde benadering, waarbij zowel immobilisatie, oefentherapie, houdingsoefeningen, krachtoefeningen en sport- of werkspecifieke training een rol spelen. De fysiotherapeut is centraal in deze aanpak en geeft gerichte adviezen en oefeningen die op maat zijn voor de individuele patiënt.

Het belang van het rustig opbouwen van activiteiten, het leren van een correcte houding en het versterken van de spieren in de onderarm kan niet genoeg benadrukt worden. Door deze principes te volgen, is het vaak mogelijk om de klachten van polsinstabiliteit te verminderen of zelfs volledig te verhelpen. In ernstige gevallen kan overleg met een orthopeed noodzakelijk zijn, maar operatie is slechts een keuze als alle andere behandelingen onvoldoende zijn.

Het belangrijkste is om de richtlijnen van de fysiotherapeut te volgen en de oefeningen consistent en op de juiste manier uit te voeren. Alleen zo is het mogelijk om de stabiliteit van de pols te herstellen en de activiteiten, sport of werk, weer veilig en zonder pijn te kunnen uitvoeren.

Bronnen

  1. Onderzoek en behandeling van de hand en de pols H4 (Scaphoid Nonunion Advanced Collaps (SNAC-)pols), K. van Nugteren, D. Winkel
  2. Carpale instabiliteit: een classificatie, klinisch beeld en diagnose (2010), Hogeschool van Amsterdam, ASHP domein Fysiotherapie
  3. Onderzoek en behandeling van de hand en de pols H5 (hevige pijn in de pols bij een 26-jarige man, als gevolg van een hyperextensietrauma tijdens een volleybalwedstrijd) en 5a (addendum: ‘Dorsal Intercalated Segment Instability’ (DISI-instabiliteit), K. van Nugteren, D. Winkel
  4. Midcarpale instabiliteit, Alrijne Ziekenhuis

Gerelateerde berichten