Het patellofemoraal pijnsyndroom is een veelvoorkomende aandoening die zich vooral voordoet bij sporters, maar ook bij individuen met een actief leven. Het syndroom wordt gekenmerkt door pijn onder de knieschijf, vaak als gevolg van overbelasting, onbalans in de spierkracht of verminderde beweeglijkheid. Hoewel de klachten soms tijdelijk zijn, kan het syndroom ook chronisch worden wanneer de oorzaken niet adequaat worden aangepakt. In dit artikel zullen we een overzicht geven van effectieve oefeningen en trainingstechnieken die op basis van wetenschappelijk onderzoek worden aanbevolen voor het herstel en het beheersen van patellofemoraal pijnsyndroom.
Inleiding
Patellofemoraal pijnsyndroom kan ontstaan door een combinatie van factoren, waaronder onvoldoende stabiliteit van de heupen, zwakke quadriceps, verkorte hamstringen of een verlaagde sensibiliteit in de knie. Deze aspecten kunnen leiden tot een onevenwicht in de kracht- en bewegingspatronen, wat op zijn beurt de belasting op de knieschijf verandert en pijn veroorzaakt. Oefentherapie speelt hierin een centrale rol, omdat gerichte trainingen kunnen bijdragen aan het herstellen van de kracht, het herstel van de beweegbaarheid en de vermindering van pijn.
Het belang van het individueel aanpassen van oefeningen en de combinatie met professionele begeleiding bij de keuze van de juiste oefeningen is onder meer benadrukt in meerdere onderzoeken. In deze context zullen we niet alleen oefeningen bespreken, maar ook het belang van een gestructureerde aanpak, inclusief het vermijden van provocerende activiteiten tijdens het herstelproces.
Excentrische oefeningen en hun rol in het herstel
Excentrische oefeningen zijn oefeningen waarbij de spier zich verlengt tijdens het uitvoeren van de beweging. Dit type oefening is vaak aanbevolen voor het herstel van tendinopathieën, zoals patellofemoraal pijnsyndroom. In het geval van patellofemoraal pijnsyndroom is de quadriceps een centrale spiergroep die gericht moet worden in de training.
Een bekend protocol is het Alfredson-protocol, waarbij patiënten excentrische single leg decline squats uitvoeren. Dit protocol wordt uitgevoerd op een hellende bank, waarbij de knie een bepaalde hoek bereikt en de quadriceps onder hoge belasting komt. Een onderzoek van Visnes (2006) toont aan dat deze provocerende oefeningen effectief kunnen zijn, maar alleen wanneer patiënten tijdelijk stoppen met sportactiviteiten om de belasting op de knie te verminderen. Dit is belangrijk om te weten, omdat het combineren van zware oefeningen met sportbeoefening het risico op verdere schade kan vergroten.
Een alternatief protocol uit een studie van Stasinopoulos (2012) combineert excentrische oefeningen met statische stretchings. Hierbij worden de quadriceps en hamstringen uitgemuscleld door statische stretchings van 30 seconden, met 1 minuut rust ertussen. Deze aanpak is minder provocerend en kan geschikt zijn voor patiënten die niet volledig van sportactiviteiten af moeten.
Isometrische en isotone oefeningen
Naast excentrische oefeningen worden isometrische en isotone oefeningen ook onderzocht als effectieve behandelingen voor patellofemoraal pijnsyndroom. In een onderzoek van Van Ark (2016) werd gekeken naar de effecten van isometrische versus isotone training bij springers met patellofemoraal pijnsyndroom.
De isometrische groep gebruikte een knieextensiemachine om vijf sets van 45 seconden isometrische contracties uit te voeren, met een kniehoek van 60° buiging en op 80% van hun maximale kracht. De isotone groep gebruikte dezelfde machine om vier sets van acht herhalingen te doen, met een 3-seconden concentrische fase gevolgd door een 4-seconden excentrische fase. De effectiviteit van de oefeningen werd gemeten aan de hand van pijn tijdens een single leg decline squat en het VISA-P score.
Beide groepen lieten verbetering zien in hun klachten, maar de isometrische oefeningen bleken in sommige gevallen gunstiger te zijn om pijn te verminderen. Dit suggereert dat isometrische oefeningen een veilige en effectieve optie kunnen zijn, vooral voor patiënten die niet in staat zijn om met een hoge belasting te werken of die lichamelijk beperkt zijn.
Het belang van het vermijden van provocerende activiteiten
Een cruciale conclusie uit meerdere studies is dat provocerende oefeningen zoals het single leg decline squatprotocol alleen effectief zijn wanneer patiënten stoppen met sportactiviteiten. Dit betekent dat het combineren van deze oefeningen met volledige sportbeoefening kan leiden tot verergering van de klachten.
Een voorbeeld hiervan komt uit een studie van Fredberg (2007), waarin een preventieve toepassing van het Alfredson-protocol bij voetballers niet leidde tot een vermindering van het risico op patellofemoraal pijnsyndroom, maar juist een toename van het risico bij voetballers met bestaande afwijkingen op de echo. Dit benadrukt het belang van een goed afgestemde aanpak, waarin de oefentherapie niet alleen gericht is op krachttraining, maar ook op het vermijden van activiteiten die extra belasting kunnen veroorzaken.
Het gebruik van fitnessapparatuur versus thuisoefenschema’s
De keuze tussen het uitvoeren van oefeningen in een fitnessomgeving of via een thuisoefenschema hangt af van meerdere factoren, zoals de ernst van de aandoening, het sportniveau van de patiënt en de beschikbaarheid van begeleiding.
Volgens een richtlijn (Source 1) is het aan te raden om oefentherapie met behulp van fitnessapparatuur uit te voeren, vooral bij patiënten die terug willen naar een explosieve sport. Apparatuur zoals leg extension- en leg pressmachines maakt het mogelijk om de belasting geleidelijk op te voeren en de quadriceps beter te isoleren, wat compensatie door andere spiergroepen voorkomt.
Toch is het niet nodig dat elke oefensessie begeleid wordt door een fysiotherapeut. Voor recreatieve sporters of niet-sporters kan een thuisoefenschema, uit kostenoverweging, worden aangeboden. Hierbij is het belangrijk dat de oefeningen correct worden uitgevoerd en dat de intensiteit geleidelijk wordt opgebouwd.
Aanvullende oefeningen voor stabiliteit, heupkracht en flexibiliteit
Naast gerichte quadriceps-training is het ook belangrijk om stabiliteit, heupkracht en flexibiliteit aan te pakken. Deze factoren kunnen een rol spelen in het ontstaan en het verergeren van patellofemoraal pijnsyndroom.
In het begin van het herstel wordt aangeraden om eenvoudige oefeningen te starten, zoals half-squats van volledig gestrekt tot ongeveer 45 graden. Deze oefeningen helpen bij het versterken van de quadriceps zonder overbelasting van het kraakbeen. Als de pijn is afgenomen, kunnen de oefeningen worden uitgebreid naar een groter bewegingsbereik.
Een andere aanbevolen oefening is de leg extension van 90 graden tot 45 graden. Hierbij is het belangrijk om niet verder te strekken om overbelasting van het kraakbeen te voorkomen. De excentrische fase van deze oefening, waarbij het been langzaam neergelaten wordt, is vooral belangrijk voor het herstel van patellofemoraal pijnsyndroom.
Naast krachttraining is het ook essentieel om de stabiliteit van de heupen en het lichaam te verbeteren. Oefeningen die gericht zijn op het versterken van de heupspieren, zoals de gluteus maximus en medius, kunnen bijdragen aan een betere postuur en balans, wat op zijn beurt de belasting op de knie kan verminderen.
Verder is het belangrijk om de flexibiliteit van de quadriceps en de hamstring te trainen. Verkorte spieren kunnen leiden tot een onevenwicht in de bewegingspatronen en dus extra belasting op de knie veroorzaken. In sommige gevallen kan het aanvullen van krachttrainingen met stretchings aanbevolen worden, vooral bij patiënten met verkorten van de quadriceps of hamstring (Stasinopoulos, 2012).
Psychologische aspecten en gedragsverandering
Hoewel de focus van deze artikelen vooral gericht is op fysieke oefeningen en training, is het ook belangrijk om psychologische aspecten in overweging te nemen. Gedragsverandering, zoals het vermijden van provocerende activiteiten en het aanhouden van een gestructureerde oefenprogramma, kan een grote rol spelen in het herstel.
Een gestructureerde aanpak met duidelijke doelen en feedback helpt patiënten om zich in het herstelproces betrokken te voelen en het vertrouwen in hun herstel te versterken. Een onderzoek van Mellor (2018) toont aan dat educatieve programma’s, waarin patiënten worden geïnformeerd over de oorzaken van hun klachten en het belang van bepaalde oefeningen, effectiever kunnen zijn dan een enkel medication-based benadering.
Het is dus niet alleen de fysieke training die effectief is, maar ook de manier waarop deze training wordt uitgevoerd, hoe de patiënt wordt geïnformeerd en hoe hij of zij zich gedraagt tijdens het herstelproces.
Conclusie
Patellofemoraal pijnsyndroom is een veelvoorkomende aandoening die vaak behandeld kan worden met een gestructureerde aanpak van oefentherapie. De keuze van de juiste oefeningen, het vermijden van provocerende activiteiten en de aanpassing van de intensiteit zijn cruciale elementen in het herstel.
Excentrische oefeningen zoals de single leg decline squat zijn effectief, maar moeten met voorzichtigheid worden toegepast, met name bij sporters die actief zijn. Isometrische en isotone oefeningen bieden alternatieven, die minder provocerend zijn en toch effectief kunnen zijn in het herstelproces.
Naast krachttraining is het ook belangrijk om stabiliteit, heupkracht en flexibiliteit aan te pakken. Deze factoren spelen een rol in de oorzaken van patellofemoraal pijnsyndroom en moeten daarom ook een onderdeel vormen van de oefenprogramma.
Tot slot is het niet alleen de fysieke aanpak die effectief is, maar ook de psychologische en gedragsmatige aspecten. Een gestructureerde aanpak met duidelijke doelen en feedback helpt patiënten om het herstelproces beter te begrijpen en actief deel te nemen.
Met de juiste combinatie van oefeningen, aanpassing van activiteiten en professionele begeleiding kan het herstel van patellofemoraal pijnsyndroom succesvol worden en de patiënt kan weer volledig terugkeren naar zijn of haar sport of dagelijkse activiteiten.
Bronnen
- Van Ark, M., Cook, J., Docking, S., Zwerver, J., Gaida, J., van den Akker‐Scheek, I., & Rio, E. (2016). Do isometric and isotonic exercise programs reduce pain in athletes with patellar tendinopathy in‐season? A randomised clinical trial. Journal of Science and Medicine in Sport, 19(9), 702–706.
- Van Rijn, D., van den Akker-Scheek, I., Steunebrink, M., Diercks, R. L., Zwerver, J., & van der Worp, H. (2019). Comparison of the effect of 5 different treatment options for managing patellar tendinopathy: a secondary analysis. Clinical Journal of Sport Medicine, 29(3), 181-187.
- Visnes, H., Hoksrud, A., Cook, J., & Bahr, R. (2005). No effect of eccentric training on jumper's knee in volleyball players during the competitive season: A randomized clinical trial. Scandinavian Journal of Medicine & Science in Sports, 16(3), 227–234.
- Young, M. A., Cook, J. L., Purdam, C. R., Kiss, Z. S., & Alfredson, H. (2005). Eccentric decline squat protocol offers superior results at 12 months compared with traditional eccentric protocol for patellar tendinopathy in volleyball players. British journal of sports medicine, 39(2), 102-105.
- Jonsson, P., & Alfredson, H. (2005). Superior results with eccentric compared to concentric quadriceps training in patients with jumper’s knee: a prospective randomised study. British journal of sports medicine, 39(11), 847-850.
- Kjær, M., Langberg, H., Heinemeier, K., Bayer, M. L., Hansen, M., Holm, L.,... & Magnusson, S. P. (2009). From mechanical loading to collagen synthesis, structural changes and function in human tendon. Scandinavian journal of medicine & science in sports, 19(4), 500-510.
- Kongsgaard, M., Kovanen, V., Aagaard, P., et al. (2009). Corticosteroid injections, eccentric decline squat training and heavy slow resistance training in patellar tendinopathy. Scand J Med Sci Sports, 19: 790–802.
- Louw, A., Diener, I., Landers, M. R., & Puentedura, E. J. (2014). Preoperative pain neuroscience education for lumbar radiculopathy: a multicenter randomized controlled trial with 1-year follow-up. Spine (Phila Pa 1976), 39(18), 1449-1457.
- Mellor, R., Bennell, K., Grimaldi, A., Nicolson, P., Kasza, J., Hodges, P.,... Vicenzino, B. (2018). Education plus exercise versus corticosteroid injection use versus a wait and see approach on global outcome and pain from gluteal tendinopathy: prospective, single blinded, randomised clinical trial. BMJ, 361, k1662.
- Stasinopoulos, G. (2012). Eccentric training and stretching in patellar tendinopathy.