De symmetrische tonische nekreflex (STNR) is een van de transitie-reflexen die van fundamenteel belang is voor de ontwikkeling van het kind, maar ook voor de functionele toestand van volwassenen. Als deze reflex niet correct geïntegreerd is, kan het leiden tot een reeks problemen, zoals concentratieproblemen, houdingsstoornissen en coördinatiemoeilijkheden. Gelukkig zijn er specifieke oefeningen beschikbaar die de reflexintegratie kunnen bevorderen. In dit artikel bespreken we de rol van de STNR, de gevolgen van een niet-geïntegreerde reflex, en de meest effectieve oefeningen die bijdragen aan de integratie ervan.
Wat is de Symmetrische Tonische Nekreflex?
De Symmetrische Tonische Nekreflex (STNR) is een transitie-reflex die zich ontwikkelt tussen de leeftijd van ongeveer 6 en 10 maanden na de geboorte. Deze reflex verdeelt het lichaam in een bovenste en onderste helft die tegengesteld werken: wanneer de bovenste helft gestrekt is, kan de onderste helft zich buigen en omgekeerd.
Bij een baby is deze reflex verantwoordelijk voor het omhoogkomen van de bovenkant van het lichaam op handen en voeten, wat een voorbode is op het kruipen. De STNR speelt ook een rol bij het leren focussen van de ogen van veraf naar dichtbij en vice versa, een essentieel oogbewegingsmechanisme dat van belang is voor later leren lezen en schrijven.
Symptomen bij een niet-geïntegreerde STNR
Wanneer de STNR niet correct geïntegreerd is, blijft deze reflex actief in de adolescentie of zelfs tot in de volwassenheid. Dit kan leiden tot een aantal herkenbare symptomen, die vooral duidelijk worden in scholingsomgevingen of bij fysieke activiteiten:
- Moeite met het overschrijven van het schoolbord naar het schrift – het focussen van de ogen van veraf naar dichtbij verloopt traag.
- Slechte houding: het kind zit vaak op één of beide benen of ‘hangt’ met de benen gestrekt in de stoel.
- Problemen met motorische coördinatie: het kind stoot dingen omver, loopt tegen dingen aan of struikelt zelfs over zijn eigen voeten.
- Moeite met het zwemmen – het lichaam reageert niet goed op de benodigde bewegingscoördinatie.
- Neiging om in elkaar te zakken aan tafel, met het hoofd bijna op het schrift.
- Voet aan stoelpoot geklemd – een mechanisme om armen te kunnen gebruiken terwijl de benen gebogen blijven.
Deze symptomen kunnen de levenskwaliteit en leerprestaties negatief beïnvloeden. Ze kunnen ook leiden tot psychologische effecten, zoals verminderde zelfvertrouwen of concentratieproblemen.
Het belang van reflexintegratie
De integratie van de STNR is essentieel voor het ontwikkelen van een stabiele postuur, goede oog-focusering en een gestructureerde motoriek. Wanneer de reflex niet geïntegreerd is, blijft het lichaam de oorspronkelijke, primitieve reacties gebruiken in situaties waarin deze niet meer nodig zijn. Dit leidt tot een onbalans in de spieractiviteit en een verminderde mogelijkheid tot bewegingscontrole.
Reflexintegratie is het proces waarbij de hersenen leren de primitieve reflexen te onderdrukken en te vervangen door meer geavanceerde, bewuste bewegingen. Dit gebeurt door middel van doelgerichte oefeningen die de hersenen stimuleren om nieuwe, functionele patronen van beweging en houding te leren.
Oefeningen voor de integratie van de STNR
De volgende oefeningen zijn ontworpen om de STNR te integreren. Ze zijn gebaseerd op bewegingen die de hersenen stimuleren om de reflex te onderdrukken en een nieuwe, functionele bewegingspatronen te ontwikkelen. Deze oefeningen worden vaak toegepast in reflexintegratietherapie, zoals bij MNRI (Masgutova Neurosensomotorische Reflexintegratie) en RMTi (Rhythmic Movement Training International).
1. Kruipbeweging (Crawling)
Doel: Activeren en integreren van de STNR door de oorspronkelijke bewegingspatronen te herhalen.
Uitvoering: - Begin in de kruippositie met handen en knieën onder het lichaam. - Kruip langzaam vooruit, waarbij de beweging van armen en benen geïsoleerd en gecontroleerd wordt. - Zorg ervoor dat de hoofdpositie stabiel blijft tijdens de beweging.
Aanbevolen frequentie: 2-3 keer per week gedurende 5-10 minuten.
2. Buig- en strekbewegingen van armen en benen
Doel: De spieren van boven- en onderlichaam te activeren en het tegengestelde werken van deze spiergroepen te integreren.
Uitvoering: - Sit in een stoel of lig op je rug. - Buig je armen en benen tegelijkertijd (bijvoorbeeld armen en benen volledig gebogen). - Strek daarna armen en benen tegelijkertijd (volledige uitrekking). - Herhaal de beweging 10-15 keer.
Aanbevolen frequentie: 2-3 keer per dag.
3. Oogbewegingen van dichtbij naar veraf
Doel: Verbeteren van de oogfocusering en onderdrukken van de reflexieve oogbeweging die gepaard gaat met de STNR.
Uitvoering: - Houd een klein voorwerp (bijvoorbeeld een pen) op armenlengte van je ogen. - Focus je blik op het voorwerp en beweeg het langzaam naar je neus. - Zodra je merkt dat je ogen moeten aanpassen om het voorwerp in focus te houden, beweeg het langzaam terug naar armenlengte. - Herhaal de beweging 10-15 keer.
Aanbevolen frequentie: 2-3 keer per dag.
4. Armbuiging en benenstrekking
Doel: Stimulering van de tegengestelde spierwerking van de boven- en onderkant van het lichaam.
Uitvoering: - Zit in een stoel met een rechte rug. - Buig je armen en houd je handen bij je borst. - Strek tegelijkertijd je benen voorzichtig vanaf de heupen. - Houd deze positie gedurende 5 seconden. - Herhaal de beweging 10-15 keer.
Aanbevolen frequentie: 2-3 keer per dag.
5. Beweging in de "kat-positie"
Doel: Activeren van de oorspronkelijke bewegingspatronen die verband houden met het integreren van de STNR.
Uitvoering: - Ga op handen en voeten zitten. - Neem een "kat-positie" aan: armen gestrekt, billen op de benen. - Zet je hoofd langzaam naar beneden en merk op hoe je armen buigen. - Zet je hoofd langzaam omhoog en merk op hoe je armen strekken. - Herhaal deze beweging 10-15 keer.
Aanbevolen frequentie: 2-3 keer per week gedurende 5-10 minuten.
6. Beweging met lichte druk op het hoofd
Doel: Stimulatie van de nekreflexen via lichte sensuele input.
Uitvoering: - Zit in een stoel met je rug recht. - Leg je handen zachtjes op je hoofd. - Beweeg je hoofd langzaam vooruit en terug, met een bewuste focus op de beweging van je armen en benen. - Herhaal de beweging 10-15 keer.
Aanbevolen frequentie: 2-3 keer per dag.
Het integratieproces in de praktijk
De integratie van de STNR is een proces dat vaak maanden tot jaren kan duren. Het vereist regelmatige en geduldige uitvoering van de bovenstaande oefeningen. In de praktijk werken therapeuten vaak met een programma waarin de oefeningen worden afgestemd op de individuele behoeften van de patiënt. De duur van het traject kan variëren van 3 maanden tot 1 jaar of langer, afhankelijk van de mate van integratie en de persoonlijke doelen.
Voorbeeld van een oefenplan
Hieronder is een voorbeeld van een oefenplan opgenomen. Dit plan is geschikt voor individuen die beginnen met reflexintegratie en wordt aangepast aan hun individuele voortgang.
| Dag | Oefeningen | Tijdsduur |
|---|---|---|
| Maandag | Kruipbeweging, Armbuiging en Benenstrekking, Oogbewegingen | 10 min |
| Dinsdag | Kat-positie, Armbuiging en Benenstrekking, Beweging met lichte druk | 10 min |
| Woensdag | Rustdag / herstel | – |
| Donderdag | Kruipbeweging, Oogbewegingen, Beweging met lichte druk | 10 min |
| Vrijdag | Kat-positie, Armbuiging en Benenstrekking, Oogbewegingen | 10 min |
| Zaterdag | Rustdag / herstel | – |
| Zondag | Rustdag / herstel | – |
Het is belangrijk om te weten dat het oefenplan afhankelijk van het individu kan worden aangepast. Als bepaalde oefeningen niet effectief lijken, kunnen andere bewegingen worden toegevoegd of worden de huidige oefeningen gevarieerd in ritme en intensiteit.
Psychologische en lichaamsgerichte voordelen van reflexintegratie
Bijna alle symptomen die verband houden met een niet-geïntegreerde STNR hebben ook psychologische aspecten. Kinderen met een actieve STNR kunnen bijvoorbeeld moeite hebben met concentratie, wat zich uit als slechte schoolprestaties of gedragsproblemen. Het integreren van deze reflex kan hierin een positieve invloed uitoefenen.
Daarnaast is er een duidelijke verbinding tussen het integreren van primitieve reflexen en het herstellen van psychische wonden, zoals bij mensen met PTSD. Door het geven van het signaal “veilig” via de integratie van reflexen, wordt de hersenstam geherprogrammeerd om zich in een veilige toestand te bevinden. Dit leidt tot een verlichting in stressgevoelens, angst en emotionele onrust.
Conclusie
De Symmetrische Tonische Nekreflex speelt een essentiële rol in de motorische en perceptuele ontwikkeling van een kind. Wanneer deze reflex niet correct geïntegreerd is, kan het leiden tot fysieke en psychologische problemen. Gelukkig zijn er doeltreffende oefeningen beschikbaar die de reflexintegratie kunnen bevorderen. Deze oefeningen zijn gebaseerd op het herhalen van primitieve bewegingspatronen en het stimuleren van nieuwe, functionele bewegingen.
De integratie van de STNR is een traject dat vereist dat de oefeningen regelmatig en geduldig worden uitgevoerd. Het is een traject dat vaak maanden of jaren kan duren, maar het resultaat is vaak een significant verbeterde levenskwaliteit, concentratie en motoriek. Met de juiste aanpak en ondersteuning is reflexintegratie een krachtig instrument in de ontwikkeling van individuen van jong tot oud.