Excentrische oefeningen voor de schouder: een wetenschappelijke aanpak bij impingement

De schouder is een complexe structuur die een unieke combinatie van bewegelijkheid en stabiliteit vereist. Bij schouderklachten zoals subacromiale impingement speelt een verzwakte supraspinatusspier vaak een centrale rol in zowel de oorzaak als de remedie. Excentrische oefeningen, waarbij de spier onder spanning uitrekt, zijn een bewezen methode om kracht, controle en proprioceptie te verbeteren, zonder het gewricht te overbelasten. In dit artikel bespreken we de rol van excentrische oefeningen bij schouderimpingement, het toepassen van deze oefeningen in revalidatieprogramma’s, en hoe ze kunnen bijdragen aan het voorkomen van terugvallen.

De supraspinatus en zijn rol bij schouderklachten

De supraspinatus is een van de vier spieren die de rotatorcuff vormen. Deze spier speelt een centrale rol bij de initiële heffing van de arm in het voorwaartse vlak en draagt bij aan de stabilisatie van de humeruskop in de glenoidale holte van de scapula. Bij schouderklachten zoals subacromiale impingement of tendinopathie kan de supraspinatus verzwakt of functioneel onbalans raken. Dit leidt vaak tot verhoogde belasting op andere schouderstructuren, zoals de schoudercapsulitis.

Excentrische oefeningen zijn gericht op het versterken van de spiercapaciteit om kracht te genereren tijdens de uitrekking. Deze oefeningen zijn minder belastend voor de gewrichten en kunnen effectief worden ingezet in de revalidatiefase, zowel in de kliniek als thuis. Ze worden breed erkend als een effectieve interventie om spierkracht en stabiliteit te verbeteren bij schouderklachten.

Fases van het behandeltraject bij schouderimpingement

Een revalidatieprogramma voor schouderimpingement kan worden ingedeeld in drie fases. In de tweede fase van het behandeltraject ligt het accent op het versterken van de rotatorcuff en rugspieren, met als doel terugvallen te voorkomen. Een excentrisch trainingsprogramma van de rotatorcuffspieren biedt hierin een uitkomst. Daarnaast worden de schouderblad stabilisatoren en rugspieren middels een combinatie van concentrische en excentrische oefeningen getraind. Oefeningen dienen uitgevoerd te worden met losse gewichten zodat de coördinatie van de schouder behouden blijft door training van de propriocepsis.

In de derde en laatste fase van het behandeltraject wordt sport specifiek getraind, indien nodig. Het doel in deze fase is om een sporter gericht te trainen op het uitvoeren van zijn sport. Het accent ligt hierbij op het verbeteren van spierkracht, het krachtuithoudingsvermogen en sportspecifieke neuromusculaire controle.

Effectieve excentrische oefeningen voor de supraspinatus

Er zijn diverse oefeningen die gericht zijn op het versterken van de supraspinatus. Deze oefeningen kunnen worden ingedeeld in twee categorieën: excentrische bewegingen met behulp van gewicht of elastische banden, en losmaak- of controleoefeningen waarbij de spier wordt getraind om de arm in een bepaalde positie te houden.

Een van de meest voorkomende oefeningen is de laterale heffing met een elastische band. Deze oefening kan worden uitgevoerd in de zit- of stand. De arm wordt zijwaarts gehouden, en met behulp van de andere hand wordt de arm langzaam naar het lichaam getrokken, terwijl de patiënt er bewust voor kiest om de arm daar te houden. De oefening draagt bij aan de versterking van de supraspinatus en de stabilisatie van de schouder.

Een variatie hiervan is het zijwaarts bewegen van de arm onder weerstand van een elastische band, gevolgd door een excentrische zakking naar beneden. Hierbij wordt de arm eerst zijwaarts bewogen, en daarna met bewuste controle naar beneden gelaten. Deze oefening versterkt de supraspinatus, terwijl het ook de controle en proprioceptie van de schouder verbeterd.

Een andere effectieve oefening is de excentrische zakking vanaf 160 graden. In deze oefening wordt de arm geheven tot ongeveer 160 graden in het voorwaartse vlak, waarbij de onderarm naar buiten gedraaid is. Vervolgens wordt de arm langzaam omlaag bewogen met een excentrische beweging, waarbij de onderarm tegelijkertijd naar binnen gedraaid wordt. Deze oefening is gericht op de supraspinatus, maar ook op de rest van de rotatorcuffspieren.

Deze oefening is vooral geschikt voor patiënten met gematigde tot lichte schouderklachten. Bij verhoogde pijn of instabiliteit wordt aanbevolen om de bewegingsuitslag te beperken, bijvoorbeeld tot 80 graden, en de beweging te focussen op kracht en controle in die positie.

In de zit- of stand kan de patiënt zijn arm zijwaarts houden en de andere arm gebruiken om de arm langzaam naar het lichaam te trekken. De patiënt probeert hierbij de arm in positie te houden, wat de supraspinatus en de schouderstabilisators uitdaagt. Deze oefening is ideaal voor het ontwikkelen van controle en het versterken van de spieren die betrokken zijn bij de laterale heffing.

Voordeel van excentrische oefeningen bij schouderklachten

Een belangrijk voordeel van excentrische oefeningen is dat ze relatief weinig belastend zijn voor de gewrichten, terwijl ze toch een sterke activering van de betrokken spieren veroorzaken. Dit maakt ze ideaal voor patiënten met pijnlijke of instabiele schouders.

Een typisch revalidatieprogramma met excentrische oefeningen voor de supraspinatus bevat doorgaans 3 tot 5 oefeningen, uitgevoerd in 2 tot 3 sessies per week. Het is belangrijk om de intensiteit geleidelijk te verhogen en de oefeningen te aanpassen aan de individuele draagkracht van de patiënt.

Een voorbeeldprogramma:

  1. Laterale heffing met elastische band – 3 sets van 10 herhalingen, 2x per week
  2. Excentrische zakking vanaf 160 graden – 3 sets van 8 herhalingen, 2x per week
  3. Cross-body stretch – 3 sets van 15 seconden, na de oefeningen

Het is aan te raden om de oefeningen te combineren met rekoefeningen, zoals de cross-body stretch, om flexibiliteit en bewegingsmogelijkheid te behouden. Deze rekoefeningen kunnen worden uitgevoerd voor of na de excentrische oefeningen en duren ongeveer 10 tot 15 seconden per herhaling.

Bij verhoogde pijn of instabiliteit is het belangrijk om de oefeningen aan te passen. Dit kan bestaan uit:

  • Beperken van de bewegingsuitslag
  • Uitvoeren van oefeningen in de zit- of ligstand
  • Verlagen van de intensiteit
  • Invoering van een persoonlijk afgestemde revalidatieplan, eventueel met hulp van een fysiotherapeut

Wetenschappelijke ondersteuning voor excentrische oefeningen

De effectiviteit van excentrische oefeningen is ondersteund door een aantal wetenschappelijke studies. Granviken en Vasseljen onderzochten bijvoorbeeld de effectiviteit van thuis- en begeleidde oefeningen bij subacromiale impingement en vonden dat beide methoden even effectief zijn. Dit suggereert dat excentrische oefeningen, zelfs zonder professionele begeleiding, een waardevolle rol kunnen spelen in de revalidatie.

Andere studies, zoals die van Wu et al. en Kvalvaag et al., tonen aan dat de combinatie van excentrische oefeningen en andere interventies, zoals extracorporeale shockwave therapy (ESWT), tot verbeterde resultaten kan leiden. Deze bevindingen duiden op de betrouwbaarheid en effectiviteit van excentrische oefeningen in een bredere context van schouderrevalidatie.

Preventie van schouderimpingement

Excentrische oefeningen zijn niet alleen nuttig bij de revalidatie van bestaande schouderklachten, maar ook voor preventie. Onderzoek heeft aangetoond dat sporters die zich richten op het versterken van de spieren in de achterkant van het schoudergewricht, beschermd zijn tegen het ontstaan van schouderimpingement. Voorbeelden van dergelijke oefeningen zijn de laterale heffing en de rekoefeningen zoals de cross-body stretch.

Daarnaast is het belangrijk om bepaalde oefeningen te vermijden, zoals de upright-row en de lateral-raise waarbij de armen boven de schouders uitkomen. Deze oefeningen verhogen de kans op impingement significant. Door deze oefeningen te vermijden of ze aan te passen, kan het risico op schouderklachten worden verminderd.

Aanpassing van excentrische oefeningen bij verhoogde pijn of instabiliteit

Bij patiënten met verhoogde pijn of instabiliteit is het belangrijk om de oefeningen aan te passen. Dit kan bestaan uit het beperken van de bewegingsuitslag, het uitvoeren van oefeningen in de zit- of ligstand, en het verlagen van de intensiteit. In dergelijke gevallen is het aan te raden om een fysiotherapeut te raadplegen om een persoonlijk afgestemde revalidatieplan op te stellen.

Conclusie

Excentrische oefeningen spelen een centrale rol in de revalidatie en preventie van schouderimpingement. Ze zijn effectief in het verbeteren van spierkracht, controle en proprioceptie zonder het gewricht te overbelasten. Door deze oefeningen te integreren in een revalidatieprogramma, kunnen patiënten niet alleen hun klachten verminderen, maar ook hun functionele capaciteit verbeteren. Bovendien tonen wetenschappelijke studies aan dat excentrische oefeningen even effectief kunnen zijn in een thuisomgeving als onder professionele begeleiding. Dit maakt ze toegankelijk voor een brede groep patiënten.

Het is belangrijk om de oefeningen aan te passen aan de individuele draagkracht, vooral bij verhoogde pijn of instabiliteit. Met behulp van een fysiotherapeut en een goed afgestemd programma kunnen patiënten hun herstel optimaliseren en terugval voorkomen. Daarnaast kunnen preventieve maatregelen, zoals het vermijden van risico-gevende oefeningen en het versterken van de achterkant van het schoudergewricht, bijdragen aan een langdurige schoudergezondheid.

Bronnen

  1. Excentrische oefeningen voor het iliopsoas: Een wetenschappelijke aanpak voor pijnvermindering en herstel
  2. Informatie over schouder impingement
  3. Richtlijnen voor schouderklachten
  4. Excentrische oefeningen en schouderbescherming
  5. Granviken F, Vasseljen O. Home exercises and supervised exercises are similarly effective for people with subacromial impingement: a randomised trial. J Physiother 2015;61:135-41.
  6. Wu YC, Tsai WC, Tu YK, Yu TY. Comparative effectiveness of nonoperative treatments for chronic calcific tendinitis of the shoulder: a systematic review and network meta-analysis of randomized controlled trials. Arch Phys Med Rehabil 2017;98:1678-92.
  7. Huisstede BM, Gebremariam L, Van der Sande R, Hay EM, Koes BW. Evidence for effectiveness of extracorporal shock-wave therapy (ESWT) to treat calcific and non-calcific rotator cuff tendinosis--a systematic review. Man Ther 2011;16:419-33.
  8. Kvalvaag E, Brox JI, Engebretsen KB, Soberg HL, Juel NG, Bautz-Holter E, et al. Effectiveness of radial extracorporeal shock wave therapy (ESWT) when combined with supervised exercises in patients with subacromial shoulder pain: a double-masked, randomized, sham-controlled trial. Am J Sports Med 2017;45:2547-54.
  9. Ryosa A, Laimi K, Aarimaa V, Lehtimaki K, Kukkonen J, Saltychev M. Surgery or conservative treatment for rotator cuff tear: a meta-analysis. Disabil Rehabil 2016:1-7.
  10. Hall ML, Mackie AC, Ribeiro DC. Effects of dry needling trigger point therapy in the shoulder region on patients with upper extremity pain and dysfunction: a systematic review with meta-analysis. Physiotherapy 2018;104:167-77.

Gerelateerde berichten