Subcapitale Humerusfractuur: Rol van Fysiotherapie en Oefeningen in de Genesingsproces

Bij een subcapitale humerusfractuur, een breuk in het proximale deel van de bovenarmbeen, is een goed georganiseerde en gestructureerde herstelstrategie van essentieel belang. Ondanks de ernst van de fractuur, is de kans op volledige herstel aanzienlijk als de behandeling goed wordt uitgevoerd. Een centrale rol in dit proces spelen fysiotherapie en gerichte oefeningen. Deze bijdrage biedt een overzicht van de huidige richtlijnen en aanbevelingen rondom de rol van fysiotherapie bij subcapitale humerusfracturen, met nadruk op de aard van de oefeningen, tijdstippen en voordelen.

Inleiding

Een subcapitale humerusfractuur valt onder de groep proximale humerusfracturen, die vaak het gevolg zijn van valletjes op de arm of een directe trauma. Deze breuk is vaak gezien bij oudere patiënten, vooral vrouwen, maar kan ook optreden bij jongeren in geval van hoge-impacttrauma. De behandeling van zo’n fractuur hangt af van het type fractuur, de mate van dislocatie en de algemene gezondheidstoestand van de patiënt. Zowel conservatieve als operatieve behandelingen zijn mogelijk.

Onderdeel van elke herstelstrategie is fysiotherapie. De beschikbare richtlijnen en onderzoeken benadrukken dat vroegtijdig en goed georganiseerd herstel via fysiotherapie leidt tot betere functionele resultaten. Oefeningen worden afgestemd op de fase van het herstel en zijn bedoeld om pijn te beheersen, mobiliteit te herstellen en te voorkomen dat complicaties zoals frozen shoulder of avasculaire necrose optreden.

In het volgende overzicht bespreken we de belangrijkste aspecten van fysiotherapie en oefeningen bij subcapitale humerusfracturen, met aandacht voor de timing, het type oefeningen en de voordelen van een gericht programma.

Rol van Fysiotherapie in de Herstelproces

Fysiotherapie is een essentieel onderdeel van de behandeling na een subcapitale humerusfractuur. Het doel is om de functie van de schouder en elleboog zo snel mogelijk te herstellen, pijn te beheersen en complicaties te voorkomen. Ondersteuning van de fysiotherapeut begint al direct na de operatie of, bij conservatieve behandeling, bij het begin van de immobilisatie.

Tijdsplanning van Fysiotherapie

De tijdsplanning van fysiotherapie is afhankelijk van de type behandeling (conservatief of operatief) en de individuele toestand van de patiënt. Het volgende schema geeft een algemeen beeld van de aandachtspunten per fase:

  • Direct postoperatief of posttrauma: Oefeningen die niet belastend zijn voor de fractuur, zoals pendeloefeningen in de sling, worden gestart. De patiënt wordt begeleid door de fysiotherapeut om te voorkomen dat er te veel spanning op het gewricht komt.
  • 1 week na incident: Een evaluatie plaatsvindt via röntgenfoto, waarbij ook de mobilisatie wordt aangepast. De fysiotherapie wordt aangestuurd op het beperkte gebruik van pijn en geleidelijke mobilisatie.
  • 6 weken na incident: De stabiliteit van de fractuur wordt gecontroleerd en er wordt ingezet op het herstellen van de range of motion. De patiënt kan starten met oefeningen die het schoudergewricht en de elleboog ondersteunen.
  • 3 maanden na incident: De evaluatie is gericht op de volledige functie van de arm. Fysiotherapie concentreert zich op het herstellen van kracht en het trainen van dagelijks functioneel gebruik.

Aanbevolen Oefeningen

De oefeningen zijn afhankelijk van de fase in het herstel en de individuele voortgang. Hieronder vindt u een overzicht van de oefeningen die meestal worden aangestuurd in de verschillende stadia:

1. Pendelbewegingen

  • Doel: Mobiliseren van de schouder, vermindering van spierkrampen en bevorderen van bloedcirculatie.
  • Uitvoering: De patiënt houdt de bovenarm in een sling en laat de arm in een lichte boog voor- en achterwaarts bewegen. Dit kan bijvoorbeeld in een zit of standpositie worden gedaan.
  • Aanbevolen in de eerste 1-2 weken na trauma of operatie.

2. Gelenksbewegingen in de Sling

  • Doel: Het behouden van een zoveel mogelijk bewegingsbereik in de schouder.
  • Uitvoering: De patiënt wordt begeleid door de fysiotherapeut bij het maken van kleine cirkelbewegingen in de schouder, zolang de pijn dit toelaat.
  • Aanbevolen vanaf de eerste week postoperatief of posttrauma.

3. Progresieve Mobilisatie

  • Doel: Het herstellen van een normale range of motion.
  • Uitvoering: De fysiotherapeut stelt oefeningen op maat, afhankelijk van de voortgang. Dit kan passieve of actieve mobilisatie zijn, afhankelijk van de stabiliteit van de fractuur.
  • Aanbevolen vanaf de 4e tot 6e week posttrauma of postoperatief.

4. Krachtoefeningen

  • Doel: Herstellen van spierkracht en functionele toepassing.
  • Uitvoering: Nadat de mobiliteit is hersteld, worden krachtoefeningen aangestuurd. Dit kan bijvoorbeeld via gewichtsloze oefeningen beginnen, zoals het opheffen van de arm in een horizontale positie of het bewegen van de elleboog tegen lichte weerstand.
  • Aanbevolen vanaf de 6e tot 8e week posttrauma of postoperatief.

5. Functionele Oefeningen

  • Doel: Het herstellen van het vermogen om dagelijkse taken uit te voeren.
  • Uitvoering: De fysiotherapeut ontwikkelt een programma van oefeningen gericht op het herstellen van het functioneel gebruik van de arm, zoals het aandragen van een kledingstuk of het bereiken van voorwerpen.
  • Aanbevolen vanaf de 8e tot 12e week posttrauma of postoperatief.

Belang van Fysiotherapie in de Diverse Fases

Het is belangrijk om fysiotherapie in alle fases van de herstelproces te zien als een continue, gestructureerde aanpak. De eerste weken zijn essentieel om complicaties zoals kinesiofobie (angst voor beweging) en frozen shoulder te voorkomen. Naarmate de fractuur zich stabiliseert, wordt de nadruk meer op kracht en functie gericht. In de laatste fase wordt gekeken naar het functionele herstel, zodat de patiënt weer volledig zijn of haar dagelijkse activiteiten kan uitvoeren.

Complicaties en Preventie via Fysiotherapie

Ondanks de aanbevolen behandelingen kan het voorkomen dat complicaties zich voordoen. De volgende complicaties zijn beschreven in de literatuur en kunnen via fysiotherapie worden voorkomen of verminderd:

  • Frozen shoulder (adhesieve capsulitis): Ontstaat vaak door langdurige immobilisatie en kan gevoeld worden als een geleidelijke beperking van de bewegingsmogelijkheid. Fysiotherapie helpt bij het voorkomen door vroegtijdige mobilisatie en het behouden van de range of motion.
  • Avasculaire necrose van de humeruskop: Wanneer de bloedtoevoer naar het botweefsel wordt verstoord, kan necrose optreden. Fysiotherapie bijdrage niet direct aan het voorkomen van deze complicatie, maar helpt wel bij het herstel van functie zodra het bot zich heeft hersteld.
  • Post-traumatische artrose: Langdurige belasting van een slecht genezen gewricht kan artrose veroorzaken. Fysiotherapie ondersteunt de stabiliteit van het gewricht en voorkomt een verkeerde belasting.
  • Problemen met osteosynthesemateriaal: Bij operatieve behandeling kan er sprake zijn van losheid of irritatie van de gebruikte platen en schroeven. Fysiotherapie helpt hierbij bij het beheersen van pijn en het herstellen van functie.

Aanbevolen Onderzoek en Evaluatie

Een essentieel onderdeel van de fysiotherapie is het periodieke onderzoek van de fractuur en het functionele herstel. Dit gebeurt via röntgenfoto’s en functionele evaluaties. De volgende tijdspunten zijn standaard:

  • 1 week postoperatief of posttrauma: Röntgenfoto ter evaluatie van de stand van de fractuur en initiële mobilisatie.
  • 6 weken postoperatief of posttrauma: Röntgenfoto en evaluatie van consolidatie en functie.
  • 3 maanden postoperatief of posttrauma: Röntgenfoto en evaluatie van volledig herstel.

Deze evaluaties helpen bij het aanpassen van het fysiotherapieprogramma en het voorkomen van mogelijke complicaties.

Aanbevolen Aanpak voor Jongere Patiënten

Hoewel de focus van deze bijdrage op subcapitale humerusfracturen bij oudere patiënten ligt, zijn er ook richtlijnen voor jongere patiënten. De aanpak bij jongeren is anders, omdat hun botweefsel sneller geneest en de groeischijven nog actief zijn. De focus bij jongere patiënten is op het voorkomen van groeistoornissen en het snel herstellen van functie. Fysiotherapie bij jongeren is daarom vaak intensiever en moet worden afgestemd op de individuele herstelcapaciteit.

Conclusie

Fysiotherapie speelt een centrale rol in de herstelproces bij een subcapitale humerusfractuur. De oefeningen zijn afgestemd op de fase van het herstel en zijn bedoeld om pijn te beheersen, mobiliteit te herstellen en complicaties te voorkomen. Door vroegtijdige mobilisatie en een gestructureerde aanpak kan de patiënt in de meeste gevallen tot een volledig herstel komen.

De aanbevolen oefeningen en timing zijn gebaseerd op huidige richtlijnen en onderzoeken. Het is belangrijk dat de fysiotherapie wordt uitgevoerd onder begeleiding van een ervaren fysiotherapeut en dat de patiënt zich aan de aangestuurde oefeningen houdt. Zo kan de kans op complicaties worden beperkt en het herstelproces efficiënter worden gemaakt.

Bronnen

  1. Rockwood & Green’s Fractures in Adults. 7th Edition.
  2. Vaschsevanos et al. Management of proximal humerus fractures in adults. World J Orthop. 2014.
  3. Fu et al. Surgical versus conservative treatment for displaced proximal humeral fractures in elderly patients: a metaanalysis. Int J Clin Exp Med. 2014.
  4. Gomberawalla et al. Metaanalysis of joint preservation versus arthroplasty for the treatment of displaced 3- and 4-part fractures of the proximal humerus. Injury. 2013.
  5. Handoll et al. Interventions for treating proximal humeral fractures in adults. Cochrane Database Syst Rev. 2015.
  6. Patel et al. Posttraumatic osteonecrosis of the proximal humerus. Injury. 2015.
  7. NED TIJDSCHR GENEESKD.2019;163:D3096
  8. Trauma.nl – Richtlijn Proximale Humerusfractuur.
  9. Richtlijnendatabase.nl – Richtlijn Fracturen bij Kinderen Distale Humerusfractuur.
  10. Netwerkschouder.bnw.nl – Huisarts.

Gerelateerde berichten