Fysiotherapie en mobilisatie zijn essentiële onderdelen van de zorg voor patiënten met ernstige aandoeningen zoals sepsis. Het combineren van actieve en passieve oefeningen kan de herstelproces verbeteren en het risico op complicaties verminderen. In deze context is het belangrijk om de verschillen en de rol van beide oefeningen goed te begrijpen. In dit artikel bespreken we actieve en passieve oefeningen in detail, met een nadruk op hun toepassing in de intensive care, op basis van recente richtlijnen en interventieonderzoeken.
Inleiding
Sepsis is een levensbedreigende aandoening die ontstaat wanneer de lichaamssystemen reageren op een infectie. Patiënten met sepsis lopen vaak risico op ernstige gevolgen, waaronder verlies van spiermassa en verminderde mobiliteit. Fysiotherapie en mobilisatie zijn daarom cruciale onderdelen van de intensieve zorg. Hierbij onderscheidt men tussen actieve en passieve oefeningen, die elk hun eigen rol en doel hebben. De keuze voor een van beide vormen hangt af van de conditie van de patiënt en de doelen van de revalidatie.
Actieve versus passieve oefeningen: begrippen en toepassing
Actieve oefeningen vereisen bewust inspanning van de patiënt en kunnen bijdragen aan het herstellen van de spierkracht en mobiliteit. Passieve oefeningen daarentegen worden uitgevoerd door een fysiotherapeut of begeleider, waarbij de patiënt geen actieve rol speelt. Deze oefeningen kunnen nuttig zijn voor patiënten die niet in staat zijn om actief te bewegen, zoals in de vroege stadia van sepsis.
Actieve oefeningen
Actieve oefeningen zijn gericht op het stimuleren van eigenlijke bewegingen van de patiënt. Dit kan variëren van het verplaatsen van ledematen tot het uitvoeren van krachtige bewegingen. Actieve oefeningen worden meestal gebruikt bij patiënten die relatief stabiel zijn en in staat zijn om te participeren in hun revalidatieproces.
In de context van sepsis, zoals beschreven in de studie, zijn actieve oefeningen onderdeel van een geïndividualiseerde fysiotherapie. Deze interventie omvat zowel actieve bewegingen als andere mobilisatietechnieken, zoals het zitten uit bed, transfers en ambulatie.
Passieve oefeningen
Passieve oefeningen worden uitgevoerd zonder dat de patiënt bewust inspanning levert. Deze oefeningen kunnen bestaan uit het draaien van ledematen, passief fietsen of het gebruik van elektrostimulatie. Ze worden vaak gebruikt bij patiënten die geen bewustzijn hebben of die fysiek niet in staat zijn om actief te bewegen.
In de studie worden passieve oefeningen gebruikt in combinatie met andere interventies, zoals elektrostimulatie (EMS), waarbij specifieke spiergroepen worden getraind via elektrische prikkels. Deze techniek helpt bij het behouden van spiermassa en de voorkoming van atrofie.
Mobilisatie en fysiotherapie in de ICU
In de intensive care worden zowel passieve als actieve oefeningen toegepast om het herstelproces te ondersteunen. De keuze voor een bepaalde interventie hangt af van de conditie van de patiënt en de doelen van de behandeling.
De rol van elektrostimulatie (EMS)
Elektrostimulatie is een passieve oefening die vaak wordt ingezet bij patiënten met sepsis. In de studie worden specifieke spiergroepen getraind met EMS, namelijk de vastus medialis, vastus lateralis, tibialis anterior en brachioradialis. De parameters van de stimulatie zijn 40–45 Hz bij 20–25 mA, met een pulstijd van 400 µs, waarbij 12 seconden aan en 6 seconden uit wordt geschakeld. Deze methode helpt bij het behouden van spiermassa en verminderen van spieratrofie.
Mobilisatie in de ICU
Mobilisatie in de ICU omvat een reeks technieken die gericht zijn op het herstellen van de mobiliteit en het voorkomen van complicaties. In de studie wordt gebruikgemaakt van een geïndividualiseerde fysiotherapie, waarbij de patiënt gedurende 30 minuten, een tot twee keer per dag, wordt geëxposeerd aan een reeks passieve en actieve oefeningen. Deze interventie wordt voortgezet tot de ontslagdag van de patiënt uit de ICU, binnen 48 uur vanaf de diagnose van sepsis.
De mobilisatiestrategie omvat onder andere:
- Passieve oefeningen van de extremiteiten.
- Passief fietsen.
- Actieve oefeningen van de extremiteiten.
- Actief fietsen.
- Actieve ADL activiteiten, zoals zitten, staan en lopen.
Effecten van mobilisatie
De uitkomstmaten die in de studie werden gemeten, omvatten mortaliteit, bijwerkingen, functionaliteit, spierkracht, verblijfsduur op de ICU en het duur van beademing. De werkgroep achtte bijwerkingen en mortaliteit cruciale uitkomsten voor de besluitvorming. Daarnaast werden functionaliteit en spierkracht als belangrijke parameters beschouwd.
De resultaten van de studie tonen aan dat mobilisatie en fysiotherapie een positieve invloed kunnen hebben op de herstelproces van patiënten met sepsis. De interventiegroep had een hogere mate van mobilisatie en liet een verbeterde spierkracht zien in vergelijking met de standaardzorggroep.
Psychologische en fysieke voordelen van mobilisatie
Naast de fysieke voordelen biedt mobilisatie ook psychologische voordelen. Het vermogen om actief te bewegen kan het zelfbeeld van de patiënt verbeteren en het risico op delirium verminderen. In de studie werd vastgesteld dat een aantal patiënten niet geschikt was voor evaluatie vanwege de aanwezigheid van delirium of verminderde bewustzijnsniveau. Dit benadrukt de belangrijkheid van vroegtijdige mobilisatie om het psychische welzijn van de patiënt te ondersteunen.
De rol van de fysiotherapeut
De fysiotherapeut speelt een centrale rol in het ontwikkelen en uitvoeren van een geïndividualiseerde fysiotherapie. In de studie was de interventie op maat gemaakt door de ICU-fysiotherapeut, die ervoor zorgde dat de oefeningen afgestemd waren op de conditie van de patiënt. Deze aanpak maakt het mogelijk om zowel passieve als actieve oefeningen in te zetten, afhankelijk van de behoeften en mogelijkheden van de patiënt.
Vergelijking van interventies
De studie vergeleek twee interventies: een geïndividualiseerde fysiotherapie en standaardzorg. De interventiegroep had toegang tot een bredere reeks oefeningen en technieken, waardoor de mobilisatiegraad hoger was. De standaardzorggroep ontving de gebruikelijke fysiotherapie, die beperkt was in het aantal en de intensiteit van de oefeningen.
De resultaten tonen aan dat de interventiegroep betere uitkomsten behaalde op het gebied van mobilisatie en spierkracht. De verblijfsduur op de ICU was ook korter voor deze groep. Dit benadrukt het belang van een geïndividualiseerde benadering bij fysiotherapie en mobilisatie.
Conclusie
Actieve en passieve oefeningen zijn essentiële onderdelen van fysiotherapie en mobilisatie bij patiënten met sepsis. Beide vormen hebben hun eigen rol en doel, afhankelijk van de conditie van de patiënt en de doelen van de revalidatie. Actieve oefeningen stimuleren de eigenlijke bewegingen van de patiënt, terwijl passieve oefeningen nuttig zijn voor patiënten die niet in staat zijn om actief te bewegen. De combinatie van beide oefeningen in een geïndividualiseerde fysiotherapie leidt tot een verbeterde mobilisatie en spierkracht. Deze aanpak is essentieel voor het herstelproces en de voorkoming van complicaties bij patiënten met sepsis.