Voorbereiding op het B-diploma: Oefeningen en eisen voor succesvol afzwemmen

Het behalen van het B-diploma is een belangrijke mijlpaal in de zwemcarrière van een kind. Het zorgt niet alleen voor een gevoel van trots, maar ook voor een groter zelfvertrouwen in en rond het water. Tijdens het afzwemmen moet een kind aan een aantal technische, conditie- en orietatie-eisen voldoen. Voor ouders en trainers is het daarom essentieel om goed voorbereid te zijn op de eisen van het B-diploma. Deze gids geeft een overzicht van de vereisten, de oefeningen die kunnen helpen bij de voorbereiding en aanbevelingen voor het optimaliseren van de prestaties van jongeren.

Inleiding

Het B-diploma maakt deel uit van het Nationaal Zwemdiploma-ABC-systeem, een opleidingsprogramma dat gericht is op het veilig en zelfredzaam zwemmen in diverse situaties. Kinderen die hun A-diploma hebben behaald, zijn in staat om eenvoudige zwemslagen uit te voeren en zich veilig in het water te oriënteren. Het B-diploma breidt deze vaardigheden verder uit. Onder andere worden meerdere zwemslagen gecombineerd, wordt er onder water gezwemmen getoetst en wordt het kind uitgedaagd om in zware kleding te overleven. De oefeningen zijn zo ontworpen dat ze realistische situaties nabootsen, zoals valpartijen in het water, het doorzwemmen van obstakels of het duiken en een voorwerp ophalen.

Deze oefeningen vormen samen het programma dat tijdens het afzwemmen wordt getoetst. Een kind heeft per proef drie pogingen. Bij twee mislukte pogingen wordt er samen met de ouder of trainer beoordeeld of de derde poging na het reguliere programma nog wordt ingezet. Het is dus belangrijk dat kinderen goed worden voorbereid op het programma, zodat ze zich op hun best voelen tijdens de toetsing.

In de volgende paragrafen bespreken we de eisen van het B-diploma, de oefeningen die nuttig zijn bij de voorbereiding en enkele aanbevelingen voor ouders en trainers die willen bijdragen aan het succes van hun kind.

Eisen voor het B-diploma

Volgens de beschikbare gegevens zijn de eisen voor het B-diploma gericht op techniek, conditie en orietatie in het water. De volgende vaardigheden moeten tijdens het afzwemmen getoetst worden:

  1. Zwemmen in kleding na een val in het water: Het kind moet zich boven water kunnen oriënteren met watertrappen en een langere afstand kunnen afleggen met één of meerdere zwemslagen (schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl of rugcrawl).

  2. Oriëntatie onder water: Het kind moet zich onder water kunnen oriënteren en zelfstandig uit het water klimmen. Dit betekent dat het moet weten waar het boven water moet komen.

  3. Duiken en onderwatergeoriënteerdheid: Het kind moet vanaf de kant kunnen duiken, zich onder water kunnen oriënteren en ergens doorheen kunnen zwemmen.

  4. Conditie en afstand: Het kind moet voldoende conditie hebben om een langere afstand te overbruggen met één of meerdere zwemslagen.

  5. Techniek in meerdere slagen: Het kind moet de vier zwemslagen (schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl, rugcrawl) technisch voldoende tot goed kunnen uitvoeren over een langere afstand.

  6. Rustmomenten en drijven: Het kind moet in staat zijn om naar een drijvend voorwerp te zwemmen en hierop te drijven om uit te rusten. Het moet ook in staat zijn om op de rug te drijven.

  7. Proeven met extra kleding: Het kind moet 50 meter op de buik zwemmen (schoolslag) en 50 meter op de rug (enkelvoudige rugslag), onderbroken door het onderduiken onder een mat en het klimmen over een mat. In zwemkleding moet het kind 100 meter op de buik zwemmen (schoolslag) en 100 meter op de rug (75 meter enkelvoudige rugslag en 25 meter rugcrawl). Het moet ook 7 meter onder water zwemmen om een voorwerp op te halen en dit boven water laten zien.

  8. Kledingeisen: Voor het B-diploma zijn er specifieke kledingeisen. Het kind moet in extra kleding (zoals een t-shirt met lange mouwen, lange broek, sokken en schoenen) trainen. Dit simuleert een scenario waarin het kind in zware kleding moet overleven.

Deze eisen zijn ontworpen om kinderen te voorzien van vaardigheden die essentieel zijn voor veilig zwemmen in verschillende situaties. Het is dus belangrijk dat kinderen deze vaardigheden op een systematische manier leren en oefenen.

Oefeningen voor de voorbereiding

Oefeningen zijn essentieel om kinderen goed voor te bereiden op het B-diploma. Hieronder geven we een overzicht van oefeningen die specifiek gericht zijn op de eisen van het B-diploma.

1. Oefenen met valpartijen

Een van de eisen is dat het kind zich na een val in het water moet kunnen oriënteren en boven water moet blijven. Een nuttige oefening is om het kind te laten vallen vanaf de kant of een trap in het water. Het kind moet dan met watertrappen omhoog komen en vervolgens een paar meter zwemmen. Het is belangrijk dat het kind weet hoe het zich moet oriënteren en hoe het met kleding aan boven water kan blijven.

2. Oriëntatie onder water

Het kind moet in staat zijn om zich onder water te oriënteren. Een oefening hiervoor is om het kind onder water te laten zwemmen door een gat (bijvoorbeeld een hoepel) en aan het andere eind weer boven water te komen. Deze oefening moet worden herhaald, zodat het kind vertrouwd raakt met het idee om onder water te bewegen en te weten waar het boven water moet komen.

3. Duiken en voorwerpen ophalen

Het kind moet in staat zijn om vanaf de kant te duiken en een voorwerp van de bodem op te halen. Een oefening hiervoor is om het kind te leren hoe het op de juiste manier moet duiken, hoe het zich moet oriënteren onder water en hoe het het voorwerp moet oppakken. Het is ook belangrijk dat het kind weet hoe het het voorwerp boven water moet laten zien.

4. Uitdagingen met obstakels

Het kind moet in staat zijn om obstakels te overwinnen, zoals het doorzwemmen van een mat of het onderduiken onder een mat. Een oefening hiervoor is om het kind te laten zwemmen onder een mat, gevolgd door het klimmen over een andere mat. Deze oefening moet worden herhaald, zodat het kind vertrouwd raakt met het idee om obstakels te overwinnen.

5. Kleding in het water

Een van de eisen is dat het kind in zware kleding moet kunnen zwemmen. Een oefening hiervoor is om het kind te laten zwemmen met extra kleding, zoals een lange broek, t-shirt met lange mouwen en schoenen. Het kind moet dan 50 meter op de buik zwemmen (schoolslag) en 50 meter op de rug (enkelvoudige rugslag), onderbroken door het onderduiken onder een mat en het klimmen over een mat.

6. Techniek in meerdere slagen

Het kind moet in staat zijn om meerdere zwemslagen te beheersen. Een oefening hiervoor is om het kind te laten oefenen met schoolslag, enkelvoudige rugslag, borstcrawl en rugcrawl. Het is belangrijk dat het kind weet hoe het zich in elke slag moet bewegen en hoe het zich in elke slag moet oriënteren.

7. Conditie en afstand

Het kind moet voldoende conditie hebben om een langere afstand te overbruggen. Een oefening hiervoor is om het kind te laten zwemmen in zwemkleding over een afstand van 100 meter op de buik (schoolslag) en 100 meter op de rug (75 meter enkelvoudige rugslag en 25 meter rugcrawl). Deze oefening moet worden herhaald, zodat het kind vertrouwd raakt met het idee om over een langere afstand te zwemmen.

8. Rustmomenten en drijven

Het kind moet in staat zijn om rustmomenten te nemen, zoals het watertrappen of het drijven op de rug. Een oefening hiervoor is om het kind te leren hoe het zich kan ontspannen in het water en hoe het zich kan laten drijven. Het is belangrijk dat het kind weet hoe het zich kan laten drijven en hoe het zich kan ontspannen.

Aanbevelingen voor ouders en trainers

Het behalen van het B-diploma is een belangrijke mijlpaal in de zwemcarrière van een kind. Het zorgt niet alleen voor een gevoel van trots, maar ook voor een groter zelfvertrouwen in en rond het water. Voor ouders en trainers is het daarom essentieel om goed voorbereid te zijn op de eisen van het B-diploma. Hieronder geven we enkele aanbevelingen.

1. Structuur in de training

Het is belangrijk dat kinderen op een structuurlijke manier worden getraind. Dit betekent dat de training moet zijn opgebouwd uit verschillende oefeningen die gericht zijn op de eisen van het B-diploma. Het is ook belangrijk dat de training wordt herhaald, zodat het kind vertrouwd raakt met de oefeningen.

2. Motivatie en positiviteit

Het is belangrijk dat kinderen zich gemotiveerd en positief voelen tijdens de training. Dit betekent dat de training moet zijn opgebouwd uit oefeningen die het kind leuk vindt en die het kind kan beheersen. Het is ook belangrijk dat de trainer of ouder positieve feedback geeft en het kind prijst voor zijn of haar inspanningen.

3. Veiligheid in het water

Het is belangrijk dat kinderen zich veilig voelen in het water. Dit betekent dat de training moet zijn opgebouwd uit oefeningen die het kind kan beheersen en die het kind kan uitvoeren zonder dat er risico’s zijn. Het is ook belangrijk dat de trainer of ouder ervoor zorgt dat het kind zich veilig voelt tijdens de oefeningen.

4. Geduld en begrip

Het is belangrijk dat ouders en trainers geduld en begrip tonen. Het behalen van het B-diploma is een proces dat tijd kost en dat vereist dat kinderen zich in hun tempo kunnen ontwikkelen. Het is ook belangrijk dat ouders en trainers zich bewust zijn van de persoonlijke ontwikkeling van het kind en dat ze zich niet te veel focussen op het eindresultaat.

5. Samenwerking tussen ouders en trainers

Het is belangrijk dat ouders en trainers samenwerken. Dit betekent dat de ouder en de trainer moeten communiceren over de voortgang van het kind en dat ze moeten bespreken hoe het kind kan worden ondersteund. Het is ook belangrijk dat de ouder en de trainer samen bespreken hoe het kind kan worden voorbereid op het afzwemmen.

Conclusie

Het behalen van het B-diploma is een belangrijke mijlpaal in de zwemcarrière van een kind. Het zorgt niet alleen voor een gevoel van trots, maar ook voor een groter zelfvertrouwen in en rond het water. Het programma van het B-diploma is ontworpen om kinderen te voorzien van vaardigheden die essentieel zijn voor veilig zwemmen in verschillende situaties. Het is daarom essentieel dat kinderen goed worden voorbereid op het programma.

De oefeningen die worden genoemd in deze gids zijn gericht op de eisen van het B-diploma. Ze zijn ontworpen om kinderen te helpen met het behalen van het diploma en om hen te voorzien van vaardigheden die essentieel zijn voor veilig zwemmen. Het is ook belangrijk dat ouders en trainers zich bewust zijn van de eisen van het diploma en dat ze kinderen op een structuurlijke manier trainen.

Het B-diploma is een uitdaging, maar het is ook een kans om kinderen te helpen met het ontwikkelen van vaardigheden die essentieel zijn voor veilig zwemmen. Het is belangrijk dat ouders en trainers zich bewust zijn van de eisen van het diploma en dat ze kinderen op een structuurlijke manier trainen. Het is ook belangrijk dat ouders en trainers geduld en begrip tonen en dat ze kinderen op een positieve manier ondersteunen.

Bronnen

  1. B-Diploma: Richtlijnen en vaardigheden voor het B-Diploma
  2. Nationaal Zwemdiploma B: Eisen en vaardigheden
  3. Zwemcertificaten voor leerlingen met visuele beperking
  4. Zwemles en Zwemdiploma ABC
  5. Informatie over gekleed zwemmen en C-diploma
  6. B-Diploma: Eisen en voorbereiding
  7. Proces bij het afzwemmen van het B-diploma

Gerelateerde berichten