Anti-Terrorisme Maatregelen in Financiële Instellingen: Een Overzicht van de Wettelijke Verplichtingen in 2018

In 2018 werden in Nederland, net als in de rest van de Europese Unie, strengere maatregelen ingevoerd om het financiële systeem te beschermen tegen het witwassen van geld en terrorismefinanciering. Deze maatregelen zijn gebaseerd op de vierde anti-witwasrichtlijn (EU) 2015/849, die op 3 januari 2017 van kracht werd. Het doel van deze richtlijn is om het gebruik van het financiële systeem voor criminele activiteiten te voorkomen en het risico op terrorismefinanciering te verminderen. In dit artikel bespreken we de wettelijke verplichtingen die in 2018 voor financiële instellingen gold, met name op basis van de publicaties in het Staatsblad van die tijd.


Inleiding

De publicatie in het Staatsblad van 2018, nummer 239, bevat belangrijke wetgeving betreffende anti-witwasmelddingen en terrorismebestrijding. Deze wetgeving stelt financiële instellingen, zoals banken, verzekeraars, wisselinstellingen en beheerders, voor wettelijke verplichtingen die gericht zijn op het identificeren, verifiëren en monitoren van cliënten en transacties. Deze verplichtingen zijn niet alleen gericht op activiteiten in Nederland, maar ook op vestigingen in andere lidstaten en niet-lidstaten.

De verplichtingen zijn onder andere bedoeld om instellingen te verplichten om:

  • Cliënten te identificeren en verifiëren;
  • De uiteindelijk belanghebbende van een rechtspersoon te identificeren;
  • Gedragslijnen op te stellen en toe te passen;
  • Risico’s op witwassen en terrorismefinanciering te beoordelen en te beheersen;
  • Een centraal contactpunt aan te wijzen indien nodig.

Deze maatregelen zijn van fundamenteel belang voor de veiligheid van het financiële systeem en vormen een essentieel onderdeel van de Europese samenwerking in de bestrijding van financiële criminaliteit.


Wettelijke Verplichtingen voor Financiële Instellingen

1. Cliëntenonderzoek

Een van de kernpuntten van de wetgeving is het verplichte cliëntenonderzoek. Artikel 3 van de relevante wetgeving stelt dat elke instelling verplicht is om cliëntenonderzoek uit te voeren. Dit onderzoek moet in staat stellen om:

  • De cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren;
  • De uiteindelijk belanghebbende van de cliënt te identificeren en zijn identiteit te verifiëren, met name indien de cliënt een rechtspersoon is;
  • Het doel en de aard van de zakelijke relatie vast te stellen;
  • Een continue controle uit te oefenen op de zakelijke relatie en de transacties.

Bij het cliëntenonderzoek moet ook rekening worden gehouden met de bron van de middelen die in de transactie worden gebruikt. Dit is van belang om mogelijke signalen van financiële criminaliteit te herkennen.

2. Risico- en Beheermaatregelen

In de publicatie van 2018 wordt ook uitgebreid ingegaan op risico- en beheermaatregelen. Artikelen 9 en 10 van de wetgeving leggen de verplichtingen uit die instellingen moeten nemen om risico’s op terrorismefinanciering en witwassen te beheersen. De instellingen moeten ten minste rekening houden met de risicovariabelen die zijn genoemd in bijlage I van de vierde anti-witwasrichtlijn.

Bij het bepalen van de risicogevoeligheid moeten onder andere de volgende aspecten worden meegenomen:

  • De aard van de zakelijke relatie;
  • Het land van herkomst van de cliënt;
  • De transactiegrootte en frequentie;
  • De betrokkenheid in risicovolle sectoren;
  • De reputatie van de betrokken partijen.

Indien de risico’s op witwassen of terrorismefinanciering niet adequaat kunnen worden beheerd, kunnen instellingen worden verplicht om zakelijke relaties te beëindigen of transacties niet langer uit te voeren.

3. Toezicht en Aanwijzing van Centrale Contactpersonen

Een andere belangrijke verplichting is de aanwijzing van een centraal contactpunt. Dit is van toepassing op instellingen die vestigingen hebben in andere lidstaten of in niet-lidstaten. Het centraal contactpunt moet zorgen voor de naleving van de wettelijke regels en het aanleveren van informatie aan de toezichthoudende autoriteit.

De toezichthoudende autoriteit kan een instelling verzoeken om een dergelijk contactpunt aan te wijzen, met name in gevallen waarin de wettelijke regels ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering in het land van de vestiging minder verstrekkend zijn. In dergelijke gevallen is het de verantwoordelijkheid van de instelling om ervoor te zorgen dat het bijkantoor of de dochteronderneming de Nederlandse regels naleeft, indien dat wettelijk mogelijk is.


Verantwoordelijkheden van de Toezichthoudende Autoriteiten

De wetgeving van 2018 verdeelt de verantwoordelijkheden tussen verschillende toezichthoudende autoriteiten. Zo zijn de Nederlandsche Bank NV en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) verantwoordelijk voor de uitvoering en handhaving van de wetgeving in hun respectievelijke toezichtsgebieden.

De Nederlandsche Bank NV is onder meer verantwoordelijk voor:

  • Banken;
  • Verzekeraars;
  • Wisselinstellingen;
  • Bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland.

De AFM is verantwoordelijk voor:

  • Beheerders;
  • Instellingen die verband houden met onroerend goed;
  • Bijkantoren van dergelijke instellingen met zetel buiten Nederland.

Deze verdeling zorgt voor een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden en faciliteert de effectieve toezichtsactiviteiten.


Gedragslijnen en Procedures

Financiële instellingen zijn verplicht om gedragslijnen en procedures op te stellen die voldoen aan de wettelijke eisen. Deze gedragslijnen moeten op een effectieve manier worden toegepast, niet alleen binnen de instelling zelf, maar ook op haar dochterondernemingen en bijkantoren in het buitenland.

De instellingen moeten ervoor zorgen dat deze procedures continu worden bijgesteld en afgestemd op de huidige risicoprofielen. Daarnaast moeten de procedures zorgdragen voor een duidelijke verantwoordelijkheid en een efficiënt systeem voor het rapporteren van verdachte transacties.


Ontheffingen en Beperkingen

Ondanks de wettelijke verplichtingen zijn er ook mogelijkheden voor ontheffingen. Instellingen kunnen een aanvraag indienen voor een ontheffing van bepaalde verplichtingen, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van klantonderzoek of het beheer van risico’s. Echter, dergelijke ontheffingen zijn alleen toegestaan onder strikte voorwaarden en kunnen op elk moment worden introkken of beperkt.

De verplichtingen voor een ontheffing zijn onder meer:

  • De instelling moet voldoen aan de wettelijke regels;
  • De aanvraag voor een ontheffing mag geen onjuiste of onvolledige gegevens bevatten;
  • De instelling moet ervoor zorgen dat de voorschrachten die bij de ontheffing zijn verbonden, worden nageleefd.

Bij het niet naleven van deze voorwaarden kan de ontheffing worden introkken.


Conclusie

De wettelijke maatregelen van 2018 inzake anti-witwassen en terrorismebestrijding vormen een essentieel kader voor de financiële sector in Nederland. Deze maatregelen zijn niet alleen gericht op het verhogen van de transparantie in financiële relaties, maar ook op het voorkomen van criminele activiteiten via het financiële systeem.

De verplichtingen voor cliëntenonderzoek, risico- en beheermaatregelen, aanwijzing van centrale contactpersonen en toezicht door de relevante autoriteiten vormen samen een omvattend en effectief kader. Het is van groot belang dat financiële instellingen deze verplichtingen serieus nemen en actief bijdragen aan de veiligheid van het financiële systeem.

Door middel van gedragslijnen, procedures en continue verbetering van controlesystemen kan de kans op terrorismefinanciering en witwassen worden verlaagd. Dit draagt bij aan de algemene veiligheid en betrouwbaarheid van de financiële markt.


Bronnen

  1. Staatsblad 2018, 239 – Wet op de voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme

Gerelateerde berichten